Nieuw leven in antiglobalisme

Bij rampen gaat al onze aandacht naar de tragische verhalen.

Ondertussen varen de ‘vrijemarktfundamentalisten’ er volgens Naomi Klein wel bij.

Naomi Klein: „Taal kan leiden tot geweld.” Foto Amaury Miller Nederland , Amsterdam , Ambassade Hotel.11 oktober 2007.20071011. Portret Naomi Klein. Foto & copyright Amaury Miller. Miller, Amaury;Hollandse Hoogte

Ze heeft een rare ochtend gehad, vertelt ze. Naomi Klein gaat zitten in de statige kamer van het Ambassadehotel in Amsterdam. De Canadese schrijfster en activiste (door haar boek No Logo werd ze het boegbeeld van de antiglobalisten) is intussen een beroemdheid. Dus was ze gevraagd om in de late night talkshow Real Time With Bill Maher te vertellen over haar nieuwe boek The Shock Doctrine, dat gaat over het gedwongen opleggen van kapitalisme aan ontwikkelingslanden. Naomi Klein was dan wel in Nederland, maar de afstand met de Verenigde Staten is met een satellietverbinding zo overbrugd. Het enige is het tijdsverschil. Wat in Los Angeles late night is, is in Nederland five in the morning. En dus stond ze nog slaapdronken te vertellen over haar nieuwe boek.

In uw boek beschrijft u dat grote bedrijven en instellingen economische crises aangrepen om een neoliberaal beleid op te leggen aan ontwikkelingslanden. Het klinkt als een samenzwering.

„Dat is het niet. Het is een optelsom van toevalligheden en slecht beleid. Ik citeer in mijn boek de beleidsmakers zelf – niet mijn linkse vrienden, maar topbestuurders en topeconomen bij de Wereldbank, het IMF en Harvard. Uit hun uitspraken blijkt dat er geen samenzwering, maar wel een tactiek zat achter het idee om economische schokken en crises te gebruiken om landen een neoliberaal model op te leggen. De shock doctrine is hún doctrine. Dat is de kern van wat ik het rampkapitalisme noem.”

Was u verrast of geschokt door wat u bij het onderzoek voor het boek ontdekte?

„Absoluut. Ik stuitte op een hele berg saaie vakliteratuur, die geen normaal mens vrijwillig zou lezen. Als je het notenapparaat volgde, kwam je uit bij technocratische beleidsdocumenten, waarvan er misschien maar tien zijn gepubliceerd. Toen ik die las, was ik geschokt. Er bleek uit dat de Wereldbank economische crises áánwakkerde, met de bedoeling een neoliberaal beleid op te leggen. Ik heb een citaat van de inmiddels overleden econoom Michael Bruno, die ‘hoofd ontwikkeling’ was bij de Wereldbank. Hij zegt: je moet een crisis laten verdiepen tot op het punt dat de regering en de staat desintegreren voordat je ingrijpt. Terwijl de Wereldbank juist is opgericht om te zorgen dat geen enkel land meer in zo’n diepe crisis terecht zou komen als Duitsland in de jaren dertig. Want daardoor kon het fascisme opkomen.”

U heeft veel werk gemaakt van de hoofdstukken over Irak. U heeft het land zelfs bezocht. Waarom?

„Ik wilde er heen omdat ik in Argentinië (waar zij was ten tijde van de economische crisis, red.) heb geleerd hoe moeilijk het is over de oorzaken van geweld na te denken op het moment dat het plaatsvindt. Al onze aandacht gaat dan uit naar de tragische verhalen. In Irak kwam ik erachter dat de introductie van het rampkapitalisme een belangrijke oorzaak was van het verzet van de Irakezen tegen de VS.”

Waren de Irakezen niet veel te veel in beslag genomen door het geweld om zich druk te maken over economie?

„Nee, ook de economische dimensie was een reden voor woede en verzet. Het feit dat er zoveel goedkope import binnenkwam. Dat er zoveel professionals werden ontslagen. Dat buitenlanders de banen kregen om het land weer op te bouwen, zogenaamd omdat ze goedkoper of betrouwbaarder waren. De Irakezen kenden dit soort economisch beleid ook niet. Ik werkte met een vertaler die me verbijsterd vroeg: ‘Waarom?’ Waarom verkopen ze staatsbedrijven en ontslaan ze tweederde van de werknemers, zodat een buitenlander het bedrijf kan overnemen?”

In uw boek lopen onderzoeker en activist elkaar soms in de weg. Door een verband te leggen met de elektroshocks van de CIA in de jaren vijftig, lijkt het dat rampkapitalisme een vorm van marteling is. Bent u niet bang dat u door dit soort dingen niet meer serieus genomen wordt als journalist?

„Ik denk dat taal en metaforen belangrijk zijn. Daarom zijn mijn boeken zo leesbaar. Economische shocktherapie is een term die al dertig jaar wordt gebruikt. Ik besloot hem letterlijk te nemen. Ik kom uit een traditie van denken over politiek waarbij taal ertoe doet. Taal kan leiden tot ontmenselijking en tot geweld. Denk aan de Tusti’s die in Rwanda kakkerlakken werden genoemd.

Uw boek is een wapen in de woordenstrijd tussen de antiglobalisten en de neoliberalen. De laatste tijd was het een beetje stil geworden rond de antiglobalisten. Wilt u de beweging met uw boek een nieuw elan geven?

„Het is niet aan mij te beslissen waar mensen over moeten praten. Maar ik merk wel dat mensen verontrust zijn over de politieke situatie in de wereld. Er heerst wantrouwen over het neoliberalisme. Mensen zijn boos over de gigantische winsten van bedrijven en woedend over de oorlog. Maar dat vertaalt zich niet in activisme. Door deze verbanden te leggen hoop ik het antiglobalisme nieuw leven in te blazen. Links is niet met aansprekende alternatieven gekomen. Het ontbrak ons aan creativiteit om het debat naar ons toe te trekken.”

In uw boek komt u niet met alternatieven. Wat moet een land doen om op te krabbelen uit een economische crisis?

„Volgens de neoliberalen is de oplossing overal hetzelfde: meer markt en minder overheid. Maar je moet het per situatie bekijken. Tijdens de schuldencrisis in Latijns-Amerika hadden veel landen een schuld die de erfenis was van dictaturen. De bevolking werd gedwongen de schuldenlast van hun onderdrukkers mee te dragen. Neem Polen en Rusland. Na de val van de muur wilden zij een geleidelijke privatisering van staatsbedrijven en een langzame overgang naar een kapitalistische democratie. In plaats daarvan werd er een neoliberale agenda doorgedrukt.”

Door hun optreden tijdens de Aziëcrisis hebben IMF en Wereldbank aan invloed ingeboet. Denkt u niet dat het neoliberalisme op zijn retour is?

„Dat denk ik inderdaad. Het rampkapitalisme is een fase, een laatste, wanhopige poging om het neoliberale beleid door te drukken. De neoliberalen hebben steeds meer dwang en geweld nodig om hun beleid aan de man te brengen. Daar is de oorlog in Irak het beste voorbeeld van.”

Bekijk de korte film The Shock Doctrine: www.naomiklein.org

De Nederlandse vertaling ‘De Shockdoctrine’ verscheen bij De Geus (€ 24,90).