Koreanen in LA leren Spaans, geen Engels

In delen van Los Angeles verdwijnt het Engels als tweede taal. Latino’s leren Koreaans, Koreanen leren Spaans. De prijs van de verharding tegen immigranten.

De Mexicaan Joaquin Mora haalt een beduimeld stukje grijs karton onder de kassa vandaan. Dit, zegt hij glunderend, is het nieuwe ontwerp van mijn winkeldeur. Roodwitte hoofdletters op een glazen achtergrond.

Binnenkort zal hij de klanten van zijn levensmiddelenwinkeltje op Western Avenue in Koreatown, Los Angeles, niet langer in het Engels begroeten. De welkomsttekst op de deur wordt dan alleen nog in zijn eigen taal afgebeeld, het Spaans (Bienvenidos), en in de taal van de buurt, het Koreaans (Oso oseyo).

„Engels is hier, weet je, gewoon niet zo nuttig meer.”

Het is een trend die onderzoekers al langer registreren, en die door recente ontwikkelingen wordt versterkt: in Los Angeles, hét multiculturele experiment van Amerika, is het Engels als tweede taal op zijn retour.

Vooral Koreatown, tien minuten van Hollywood, waar traditioneel Koreaanse immigranten neerstrijken, biedt inzicht in de trend. In de Korean Galleria, een winkelcentrum in het hart van de buurt, zit in de kelder een Koreaanse supermarkt waar achter de kassa jonge Latino’s hun klanten in het Koreaans te woord staan. „Dat vinden die oude vrouwtjes leuk”, grijnst Latino Sergio Molina (24), staand achter zijn kassa.

Hoe beter hij de taal spreekt, hoe hoger ze hem hier waarderen. Hij volgde al twee cursussen Koreaans. Engels heeft hij hier nergens meer nodig – thuis spreekt hij Spaans, op het werk Koreaans. „Aanpassen, hè?”

Europese bewonderaars van het Amerikaanse immigratiemodel benadrukken graag dat deelname aan de arbeidsmarkt een voorwaarde is voor een verblijfsvergunning in de VS. Problemen van nieuwkomers met de cultuur en de taal, zoals in Nederland, komen daardoor minder voor. Naast het volkslied en de vlag is ook het Engels volgens deze redenering een belangrijk integratiemiddel voor immigranten in Amerika.

Maar de dalende tolerantie voor illegale immigranten tast het imago van de VS als soepel immigratieland aan. Volgens officiële schattingen heeft het land 12 miljoen illegalen, en alle pogingen deze groep een verblijfsstatus te geven zijn de laatste jaren gestrand op emotioneel verzet van de bevolking.

Dat verzet is uitgegroeid tot een beweging die de Republikeinen – ondanks de oorlog in Irak – nog steeds kansen biedt bij de presidentsverkiezingen van 2008 (zie inzet). Ook groeit de roep om het Engels de officiële taal van het land te maken. In dertig staten is dat al gebeurd, en de Senaat stemde al enkele malen in met het idee.

Het gevolg is dat immigranten, illegaal én legaal, zich moeilijker identificeren met Amerika als hun thuisbasis. In Koreatown trekken zelfs groepen die traditioneel vijandig tegenover elkaar staan, zoals Latino’s en Koreanen, nu met elkaar op om afstand van de rest van de maatschappij te houden.

Tijdens het lunchuur propt apotheker Jae Wook Yang (28) zijn goudgele das onder zijn overhemd. Anders wordt hij vies. Druk roerend door zijn Bibimbap – Koreaanse groente- en vleesschotel – legt Yang uit dat hij zelf bewust niet in Koreatown is gaan wonen toen hij vijf jaar geleden een mooie baan in een lokaal ziekenhuis kreeg. Hij vond het er te druk, vervuild en crimineel.

Veel generatiegenoten, zegt hij, dachten er hetzelfde over – en Koreatown kreeg te maken met leegstand en personeelstekorten. „De Latino’s zijn in het gat gesprongen, nu kunnen we niet meer zonder hen”, zegt Yang.

De Koreaanse cultuur ging zich vermengen met de Latijnse. Veel van Yangs familieleden en vrienden zijn op Spaanse cursus geweest, net als hijzelf. In de Koreaanstalige kranten – The Korea Daily, The Korean Times – staan tegenwoordig ook Spaanstalige advertenties.

Voor lager opgeleide Koreanen is er geen motief meer nog Engels te leren, zegt Yang. „Zonde van de moeite.”

Bij beide groepen speelt volgens hem een rol dat het immigratiedebat in de VS een steeds openlijker afkeer van vreemdelingen in beeld brengt. Hij begrijpt landgenoten die zich ongewenst voelen in de VS. Het vergroot de behoefte je boven Amerikanen te stellen, denkt Yang. In Seoul kon hij met zijn mobiele telefoon het licht aandoen. Hij betaalde zijn rekeningen met zijn mobieltje. „En Amerikanen maar doen alsof ze voorop lopen”, smaalt hij.

Verderop helpt Joaquin Mora een Spaanstalige klant in zijn levensmiddelenwinkeltje. De man bestelt een paar pakjes Capri sigaretten – Koreaans merk. „De gemeenschappen kruipen naar elkaar toe. We nemen elkaars gewoonten over, we roken elkaars sigaretten, het gaat steeds verder”, zegt Mora. Ook hij heeft inmiddels twee cursussen Koreaans achter de rug, binnenkort begint hij aan een derde.

Hij gelooft niet dat de afkeer van Amerikanen in de buurt groeit. Volgens hem worden Koreanen en Latino’s naar elkaar toe gedreven omdat ze er belang bij hebben. „De blanken hebben ons niet nodig, en wij de blanken niet. Nou, prima.”