Koning George Bush II wilde Serviërs in Irak

Het woord ‘terrorist’ wordt nogal eens door autoritaire regimes gebezigd om een meedogenloze politieke tegenstander aan te duiden. Van verzetsstrijders als Hannie Schaft en Gerrit van der Veen valt die kwalificatie door de Duitse bezetter nog wel te begrijpen, maar een mensenrechtenactivist ter dood veroordelen wegens terrorisme, dat lijkt een novum van het huidige Iraanse bewind.

Pas in de loop van gisteravond werd in Nova meer bekend over de Maastrichtse Abdullah al-Mansouri, koninklijk onderscheiden wegens zijn inspanningen voor Amnesty International. Hij wordt nu verdacht van een bomaanslag en is ook president in ballingschap van een Iraans gewest dat zich onafhankelijk wil verklaren. Maar een terrorist?

Netwerk (NCRV) stelde dat het Pentagon onlangs over zijn voornaamste vijand in de pers, Seymour Hersh, zei dat je als journalist niet dichter bij het terrorisme kan komen.

Hersh, de onthuller van het bloedbad van My Lai in Vietnam en van de martelingen door Amerikaanse militairen in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis, zegt op zijn beurt dat hij in de loop van zijn carrière van 45 jaar nooit zo bang is geweest als nu voor ‘koning George Bush II’; niet zozeer voor zijn eigen hachje, alswel voor de raketten die staan afgesteld op Iran en binnen twaalf uur doel kunnen treffen, en de consequenties van een volgende oorlog. Ook verwijt Hersh de Amerikaanse journalistiek te hebben gefaald in het blootleggen van de leugens over de oorlog in Irak.

De Britten treft minder blaam, getuige een gisteren en zondag uitgezonden tweedelige BBC-documentaire van Mike Rudin en interviewer John Ware: No Plan, No Peace - The Inside Story of Iraq’s Descent into Chaos. Het is een bijzonder zorgvuldig gedocumenteerd relaas van allerlei Amerikaanse en Britse betrokkenen bij de inval en de bezetting van Irak, geïllustreerd met archiefopnamen. De naam Abu Ghraib valt niet eens, het gaat namelijk om het totale gebrek aan strategie en planmatigheid van ‘het meest ideologische bewind dat ooit in Washington aan de macht was’. Diplomaat Barbara Bodine, die onder minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell diende, onthult dat het team van Powell het over minister van Defensie Rumsfeld en vice-president Cheney had als ‘the crazies’ of zelfs ‘de Gestapo’. Bodine is ook goed voor een aantal andere fantastische vertellingen. Dat bij de opmars naar Bagdad de reisgids over Irak van Lonely Planet goede diensten verrichtte. Dat op zeker moment door het Pentagon werd voorgesteld om het Servische leger om assistentie te vragen in Irak. Dat had immers ervaring in het bezetten van moslimterritoria in Bosnië. Bodine was boos, omdat ze dacht dat het een slechte grap was, maar nog bozer toen het ernst bleek.

Britse ambtenaren van de zogeheten Coalition Provisional Authority (CPA) ontdekken dat in een stuk wordt verordonneerd dat alleen de dollar en de Reichsmark geldige valuta vormen. Het was gedachteloos geknipt en geplakt uit een stuk over de bezetting van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog.

Ook het hoofd van de CPA Paul Bremer (‘every inch a vice-roi’) komt aan het woord. Bremer erkent fouten, zoals de radicale zuivering van de Baath-partij en de formele ontbinding van het nationale Iraakse leger. Die leidde tot het verspreiden van grote hoeveelheden wapentuig onder grote aantallen boze ex-militairen. Maar het gaat goed komen met Irak, denkt Bremer.

Bijna geen enkele deskundige is het nog met hem eens. Wie iets wist van land en volk had tevoren kunnen bedenken dat het ‘undo-able’ was. Of, in de slotconclusie van de uitstekende documentaire: „Sinds Napoleon weet elke leider dat je nooit de eerste stap naar een oorlog mag zetten als je niet weet wat er daarna zal gebeuren.”