Je bent óf te rijk óf je bent zielig En dit zeiden zij over hun geld

In de rubriek Verdienen en Uitgeven vertelden 81 mensen in deze krant over hun geld.

Daarna merkten ze dat dit een taboe was. „Ik zou dat nooit doen”, zeiden collega’s.

2.300 euro netto Alessia Coraggioso (29) werkt bij Tomtom als orderspecialist voor Italië en Frankrijk. Salaris: 2.300 euro bruto per maand. Je hebt een nieuwe baan. Vanwege het geld? „Voor een deel wel, maar ik was ook ontevreden met mijn vorige baan. Ik werkte bij een incassobureau. Daar kreeg ik wel promotie, maar uiteindelijk leverde dat weinig salarisverhoging op. Ik verdiende 1.850 euro per maand, dus ik ga er nu aardig op vooruit. Maar ik geloof niet dat het mijn levensstijl erg zal veranderen. Misschien ga ik meer reizen. Ik bezoek één of twee keer per jaar mijn familie in Italië. Daarnaast reis ik veel over de hele wereld. Ik heb in Engeland gewerkt, heb veel Franse vrienden en sinds drie jaar woon ik in Nederland.” (2 oktober 2007) foto Johanes van Assem 26-09-2007 Alessia Coraggioso, verdienen en uitgeven Assem, Johannes van

Rosa Brandon (28) vertelde op 8 mei in deze krant over haar inkomsten en uitgaven. Rosa Brandon – toen psychiater-in-opleiding bij GGZ Leiden, nu werkzaam bij Riagg Rijnmond – zegt dat ze dat niet had gedaan als ze de interviewer niet had gekend. Dan had ze het niet vertrouwd.

Met name mensen op haar werk begrepen niet goed waarom ze haar financiële huishouding bloot had gegeven. „Ik zou dat nooit doen, mijn inkomen in de krant zetten”, zeiden ze. Een collega die minder bleek te verdienen zei „wel jaloers te zijn”.

„Praten over je geld is toch een beetje een taboe”, is Rosa Brandons conclusie. „Ikzelf vraag eigenlijk ook nooit aan mensen wat hun inkomen is. Maar ik wil wél weten wat ze verdienen. De rubriek Verdienen en Uitgeven las ik altijd. Ik stemde ook met het interview in omdat het taboe van mij wel doorbroken mag worden.”

Is het waar? Is praten over je inkomen een taboe? Voor de rubriek Verdienen en Uitgeven hebben we ruim anderhalf jaar wekelijks iemand kunnen vinden die bereid was over zijn of haar financiën te praten. In totaal waren dat 81 mensen. En we hadden nog wel even door kunnen gaan.

Maar om nou te zeggen dat het simpel was mensen te vinden voor de rubriek, nee dat niet. Praktisch alle geïnterviewden werden gevonden in het eigen netwerk of in het netwerk van collega’s of vrienden. Welgeteld één persoon ‘van buiten’ meldde zich per e-mail aan bij de redactie, Joost van Bruggen. Zijn motivatie: een aanbrengpremie van 3.000 euro voor elke persoon die zich naar aanleiding van het artikel bij zijn werkgever Quinity zou aanmelden (wat niet gebeurde).

En lang niet iedereen die we benaderden, wilde meewerken. We kregen vaker ‘nee’ dan ‘ja’ te horen. Sommigen wilden wel in de krant, maar dan blies de partner het op het laatste moment af. Of de baas. Het kwam zelfs voor dat de geïnterviewde ná het interview nog afzag van publicatie.

Dus ja, praten over je inkomen is een taboe – al is het niet het grootste taboe. Het tijdschrift Aware Psychologie publiceerde eerder dit jaar een lijst met ‘25 hedendaagse taboes’. Op nummer 13: ‘aan je collega’s vragen wat zij verdienen’.

Ook TNS Nipo deed onderzoek naar taboes. Het onderzoeksbureau bracht vorig jaar het boek Taboe, 100 gevoelens waar Nederlanders zich voor schamen uit, met daarin de Taboe Top 100. Met zeker acht taboes is daarin de categorie ‘geld’ sterk vertegenwoordigd.

‘Vragen wat iemand verdient’ haalde de top-100 niet, schrijven de auteurs Marcel Maassen en Frans Oosterwijk, maar werd wel door meerdere respondenten genoemd. Praten over inkomen is volgens hen taboe omdat je jezelf naar beneden haalt, als je vertelt dat je een laag inkomen hebt. En wie vertelt een hoog inkomen te hebben, laat anderen zich inferieur of jaloers voelen.

Met name een verschíl in inkomen weerhoudt mensen er kennelijk van om naar elkaars salaris te vragen. Dat wordt bevestigd door onderzoek van Richard Layard, hoogleraar aan de London School of Economics. Hij toonde aan dat een hoger inkomen niet per definitie gelukkiger maakt. De hoogte doet er niet toe, zolang we maar meer verdienen dan een ander.

Het onderzoek bestond eruit dat aan studenten van Harvard University werd gevraagd wat hun voorkeur had: 50.000 dollar per jaar verdienen, terwijl anderen de helft krijgen. Of 100.000 dollar, terwijl anderen twee keer zoveel ontvangen. De meerderheid koos voor het eerste.

Voor dit verhaal werd aan twaalf mensen die eerder in de rubriek Verdienen en Uitgeven stonden, gevraagd naar de reacties die zij kregen na publicatie. Ze hebben, zeggen ze achteraf, bijna allemaal getwijfeld of ze wel mee moesten doen: ze vonden het toch een grote stap.

Blijkt uit die reacties dat praten over geld een taboe is? Ja. Het gros van de reacties was alleen een opmerking: ‘Ik zag je staan in de krant.’ Of: ‘Ik wist niet dat je voor jezelf was begonnen.’ Maar er waren ook mensen die het meewerken aan de rubriek niet begrepen of afkeurden.

Adriaan van Trigt (30) – zijn verhaal verscheen 13 maart in de krant – noemt het opmerkelijk dat bijna niemand inhoudelijk op het artikel inging. „Een aantal mensen zei alleen ‘nu weet ik wat je verdient’. Ik kon niet inschatten of ze het als grapje zeiden of uit jaloezie. Ik had het idee dat ze bang waren dat ik hun zou kunnen vragen: en wat verdien jij eigenlijk?”

Maar waaróm hoor je niet te vertellen wat je verdient? Of ernaar te vragen? Omdat, zeggen Maassen en Oosterwijk van het boek Taboe, taboes een functie hebben. Zo dienen sommige taboes de fysieke overleving van groep en/of individu: seks met dieren of met je eigen kinderen verkleint de kans op een gezond nageslacht.

De functie van het ‘niet over je geld praten’-taboe is: het vermijden van een waardeoordeel, dat onvermijdelijk volgt op het bekendmaken van je inkomen. En dat is dan niet zozeer een waardeoordeel over het bedrag, maar wel over de positie in de samenleving die iemand met dat inkomen inneemt.

„Je status wordt mede bepaald door je inkomen”, zegt Maureen Timmermans (35), die op 28 augustus in de rubriek stond. Zij had het idee enigszins veroordeeld te worden op haar financiële situatie. „Ik kreeg veel reacties op een deel uit het verhaal, waar stond dat ik niet goed wist waar mijn geld naartoe ging. Gekscherend zeiden mensen: ‘Je moet beter op je geld letten hoor.’ Het voelde alsof ik m’n vuile was had buiten gehangen.”

Ook Maureen Timmermans noemt praten over je geld achteraf een taboe. „Dat idee werd bevestigd toen ik aan mensen vroeg: ‘En wat vind je, moet ik opslag vragen?’ Ze reageerden bijna allemaal nogal schamper. ‘Oh, daar heb ik helemaal niet op gelet.’ Maar ik geloof gewoon niet dat ze mijn inkomen over het hoofd hadden gezien en er geen mening over hadden.”

George Reuchlin (69), die 27 maart in de krant stond, kreeg leuke reacties maar er waren ook mensen die ‘wat gereserveerder’ reageerden. Sommigen vonden het zelfs ‘exhibitionistisch’ van hem om te praten over zijn geld en de vergoeding die hij van de staat had gekregen (een half miljoen euro).

Ook kennissen van Ingrid van Gestel (42), 15 augustus 2006 in de rubriek, vonden dat zij ‘met de billen bloot was gegaan’. Het lijkt, zegt ze, „makkelijker geaccepteerd om te vertellen dat je BOM-moeder bent of van SM-seks houdt, dan openlijk te praten over hoeveel je verdient. Het is een onuitgesproken afspraak dat we het niet over ons geld hebben.”

Doe je dat wel of vraag je ernaar, dan ben je onbeleefd. Bovendien is de hiërarchie tussen jou en de ander direct duidelijk. Rosa Brandon: „Er hangt een oordeel vast aan het inkomen dat je krijgt. Als je een hoog inkomen hebt ben je rijk en mag je niet zeuren. Heb je een laag inkomen, dan ben je zielig.”