In Nederland een held, in Iran een terrorist

De Nederlandse mensenrechtenactivist Abdullah al-Mansouri uit Maastricht zou door een Iraanse rechtbank ter dood zijn veroordeeld. Wie is hij?

Abdullah al-Mansouri (62) behoort tot de Arabische minderheid in Iran, de Ahwazi’s. Het Iraanse regime bestempelt hem als terrorist, omdat hij de voorzitter is van de Ahwaz Liberation Organisation (ALO). Die organisatie zegt op te komen voor de belangen van de Arabische inwoners van Iran en streeft naar de onafhankelijkheid van de regio waar zij wonen, de Iraanse provincie Khuzestan in het zuidwesten van het land. Eén van de groeperingen waaruit later de ALO ontstond, bezette in 1980 de Iraanse ambassade in Londen. Daarbij bracht de organisatie twee gijzelaars om het leven.

Eind jaren tachtig werd Al-Mansouri in Iran ter dood veroordeeld vanwege zijn politieke activiteiten. Daarop vluchtte de voormalig luitenant-generaal van het Iraanse leger in 1987 samen met zijn vrouw en vier kinderen uit zijn geboorteland. De vlucht bracht de familie Al-Mansouri in 1989 in Nederland.

Vader, moeder en vier kinderen kregen politiek asiel en later de Nederlandse identiteit. Zij vestigden zich in Maastricht, waar Abdullah al-Mansouri aan de slag ging als adviseur over de mensenrechten in het Midden-Oosten. Daarnaast werkte hij in Maastricht als vrijwilliger bij het bureau voor integratie en een bejaardentehuis. In april 2001 kreeg Al-Mansouri uit handen van toenmalig burgemeester Houben een koninklijke onderscheiding voor zijn inzet voor de mensenrechten. Later dat jaar werd Al-Mansouri gekozen tot president in ballingschap van de ‘Democratische Republiek Al Ahwaz’. Hij zag dit als een erkenning van zijn volk. Ook was hij actief lid van GroenLinks. Hij stelde zich kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Maastricht in 2002.

In mei 2006 vertrok Al-Mansouri naar Syrië waar hij een uit Iran gevluchte groep Ahwazi wilde helpen. Deze Arabische minderheid zat al jaren in Syrië en kon elders geen onderdak vinden. Binnen twee weken werd Al-Mansouri samen met zeven medestanders op verzoek van de Iraanse autoriteiten in Damascus aangehouden en uitgeleverd. Volgens Syrië verdenkt Iran Al-Mansouri van betrokkenheid bij een bomaanslag in 2005.

De verdwijning van Al-Mansouri riep anderhalf jaar geleden veel vragen op. Amnesty International, maar ook de Maastrichtse burgemeester Gerd Leers (CDA), advocaat Gerard Spong en secretaris-generaal Kofi Annan van de VN vroegen de Syrische autoriteiten om opheldering over de vermissing van de mensenrechtenactivist. Leers was bovendien in een radiospotje te horen. Daarin zei hij onder meer: “Hallo, ik ben Gerd Leers, ik ben burgemeester van Maastricht. Een stadsgenoot van ons is verdwenen. Het is Abdullah al-Mansouri. Wij vrezen voor zijn leven.”

In augustus 2006 erkende Syrië tenslotte dat Al-Mansouri in mei was gearresteerd en uitgeleverd. Amnesty International vreesde dat de mensenrechtenactivist in zijn geboorteland Iran werd gemarteld en mogelijk zou worden geëxecuteerd. Het bericht over het mogelijke doodvonnis van Abdullah al-Mansouri kwam gisteren dan ook niet onverwacht, zei de woordvoerster van Amnesty International in Maastricht. Er werd al tijden voor gevreesd. Vooralsnog heeft niemand het mogelijke doodvonnis kunnen bevestigen.