Gerechtshof wil niet horen van rechterlijke fouten

Heropening van de zaak Lucia de B. impliceert dat niet alleen het OM maar ook de rechter fouten heeft gemaakt. De wetenschap pleit voor een permanente herzieningsraad.

Het advies om de zaak Lucia de B. te heropenen is een nieuwe klap voor het vertrouwen in, en de geloofwaardigheid van de rechter. In de Schiedammer parkmoord en de Puttense moordzaak bleken eerder onschuldigen te zijn veroordeeld. Nu lijkt een vervolging te hebben plaatsgevonden op dubieuze gronden, was de rechter onvoldoende kritisch en de schuldigverklaring vermoedelijk onjuist.

Strikt genomen oordeelt de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken alleen over het handelen van politie en Openbaar Ministerie (OM). Maar de fouten die nu achteraf zijn geconstateerd, hadden door de rechters zelf op de zitting of tijdens de schriftelijke behandeling gezien moeten zijn. Daar moet door een onafhankelijke rechter de waarheid immers worden ‘gevonden’, zoals de opdracht van de strafwetgever luidt. De rechters deden dat op basis van hetzelfde dossier dat door de commissie is bestudeerd.

De opsomming van dwalingen, verkeerde taxaties en foute aannames is tamelijk stuitend. Verdachte is te snel als enige verdachte aangemerkt. Er is onvoldoende oog geweest voor alternatieve scenario’s. Het onderzoek naar de sterfgevallen was ten onrechte beperkt tot de afdeling waar Lucia de B. werkte. Deskundigen waren op basis van ‘willekeurige argumentatie’ aangesteld. De statistiekdeskundige rapporteerde onvolledig en mogelijk onjuist. Met zijn conclusies is ‘te weinig kritisch omgegaan’. Ook door de rechters. Meetresultaten blijken binnen het OM te zijn achtergehouden. Relevante verschillen van wetenschappelijk inzicht zijn onvoldoende aan de orde gekomen. Waren die wel boven tafel gekomen dan zou er bij tenminste één verdenking tot vrijspraak zijn geconcludeerd.

Achter de laatste constatering kan het gerechtshof Den Haag zich verschuilen. De commissie geeft met nadruk aan dat deze omstandigheid als ‘novum’ kan worden aangeduid, de enig wettelijk toegelaten grond om een gesloten strafzaak open te breken.

Het hof erkent dat de conclusies van de commissie ‘onvermijdelijk raken aan het domein van de rechter’. Maar van rechterlijke fouten wil het hof niet horen. Integendeel. Er zijn 23 zittingsdagen aan besteed en wel 60 getuigen of getuige-deskundigen gehoord, wordt ter verdediging opgesomd. En ook de Hoge Raad was het in cassatie eens met de schuldigverklaring van Lucia de B. Het hof noemt z’n eigen onderzoek ter terechtzitting ‘uitvoerig en processueel behoorlijk’ en grondig gemotiveerd. Als er dan nu een novum is geconstateerd, dan moet dat worden onderzocht, geeft het hof zuinig toe. Maar alles wat het hof in de zaak deed, was heus ‘in het belang van ‘optimale waarheidsvinding’.

De reactie laat precies zien waar de schoen wringt. Rechters in hoger beroep zijn toegerust met de macht van het laatste woord. En als dat eenmaal is gegeven dan is twijfel ‘qualitate qua’ niet meer op z’n plaats. Dat is zelfs een rechtsbeginsel. Litis finiri oportet: aan het procederen behoort een einde te komen. Met de onherroepelijkheid van een rechterlijke uitspraak is maatschappelijke rust geschapen en de macht van de vervolgende staat ingeperkt. Alleen een echt nieuw feit kan daar verandering in brengen. Daarbij wordt aangenomen dat een rechter geen andere fouten kan maken dan als gevolg van onvolledige informatie. Gekrakeel van deskundigen achteraf moet maar voor lief worden genomen, zo was de houding. Maar sinds het spectaculaire debacle van de Schiedammer parkmoord zit er een barst in de rechterlijke zelfverzekerdheid. Die wordt nu vergroot door de genadeloze opsomming van rechterlijke analysefouten in het Lucia de B.-dossier.

Maar is zo’n ‘buitenwettelijke’ beroepsgang, een feitelijke heropening buiten de rechtszaal door een commissie van buitenstaanders wel de goede manier? Onder wetenschappers is er sinds de parkmoord een fel debat opgebloeid. Van rechters kan eigenlijk niet worden verwacht dat zij op een objectieve manier naar zichzelf kijken, betoogde de Maastrichtse emeritus hoogleraar rechtspsychologie Crombag in het Nederlands juristenblad, nog vorige week. Herziening komt feitelijk neer op „het vragen aan de rechterlijke macht om zichzelf op een fout te betrappen, door wiens toedoen die fout ook is ontstaan. Dan staat het prestige van de rechterlijke macht ter discussie”.

Zijn oplossing: maak naar het voorbeeld van de Onderzoeksraad voor Veiligheid – bekend om zijn voorzitter Pieter van Vollenhoven – een Nederlandse Herzieningsraad. Onafhankelijk, geen rechters of officieren aan boord, maar alleen buitenstaanders. Wie denkt dat de magistratuur in staat is om zelf belangeloos en onpartijdig onderzoek te doen naar eigen falen is goedgelovig, meent hij. En als de Hoge Raad zich gepasseerd zou voelen dan „werp ik tegen dat het ongezond is voor de ziel om altijd het absolute laatste woord te willen hebben”, aldus , zegt Crombag,

Het debat over het herzien van strafvonnissen op nrc.nl/opinie