Door vliegtaks wordt niet minder gevlogen

Het kabinet mikt op de luchtvaartsector om geld voor de schatkist te verdienen. En dat is geen verstandige maatregel, meent Atzo Nicolaï.

Wilt u na 1 juli 2008 met uw gezin van vier personen naar Barcelona, dan kost u dat bijna 50 euro extra. Wilt u naar Turkije dan betaalt u bijna 200 euro meer dan nu het geval is. In het onlangs gepresenteerde belastingplan werd duidelijk dat het kabinet een heffing op vliegtickets wil gaan invoeren.

Aanvankelijk werd dit plan door het kabinet gepresenteerd als een maatregel die goed zou zijn voor het milieu. Hier is het kabinet inmiddels op teruggekomen. En terecht, zo blijkt. Het Natuur en Milieu Planbureau stelt dat de effecten van de ticketheffing op het milieu in 2020 beperkt of zelfs nihil zijn. De milieuruimte die mogelijkerwijs zou vrijkomen als gevolg van de maatregel, zou direct worden volgevlogen door andere gebruikers. Hierbij is nog geen rekening gehouden met al die mensen die zullen kiezen voor een buitenlands vliegveld, nabij de grens. Om daar te komen zal veelal de auto worden gepakt.

Daarnaast vergat het kabinet dat luchtvaartmaatschappijen al een natuurlijke prikkel hebben om zo schoon mogelijk te vliegen. Omdat elk vliegtuig een maximaal startgewicht heeft geldt: hoe minder kerosine vliegtuigen verbruiken, hoe meer ‘betalende lading’ kan worden meegenomen. Een prikkel voor luchtvaartmaatschappijen om schonere vliegtuigen aan te schaffen, ontbreekt. Iedereen moet betalen, ongeacht het vliegtuig waarmee je vliegt.

Opvallend is dat deze maatregel daarmee lijnrecht ingaat tegen de eigen spelregels van het kabinet. In het regeerakkoord valt te lezen dat heffingen pas aan de orde kunnen zijn als consumenten of bedrijven alternatieven voor hun milieubelastend gedrag hebben. Het kabinet zou dus naast vliegen alternatieve mogelijkheden van vervoer zien voor een weekje met het gezin naar Turkije. De vraag welke mogelijkheden dit dan zijn, wordt door het kabinet niet beantwoord, maar milieuvriendelijker zullen ze niet zijn. Een vlucht naar Zuid-Frankrijk levert per persoon een CO2-uitstoot op die vergelijkbaar is met de uitstoot van een reis per hogesnelheidstrein naar Zuid-Frankrijk. Overigens is dit altijd nog een stuk lager dan de uitstoot van een auto met twee inzittenden over dezelfde afstand.

Wil je echt iets aan het milieu doen dan is het noodzakelijk om de luchtvaartsector zo snel mogelijk onder een, liefst wereldwijd, emissiehandelssysteem te brengen. Een dergelijk systeem bevat wel de prikkels om milieuvriendelijker te vliegen en de CO2-uitstoot te compenseren.

Vervolgens werd het plan als een eenvoudige belastingmaatregel voorgesteld die 350 miljoen euro moet opbrengen. Dit is een keuze die het kabinet kan maken maar het is wel een onverstandige keuze. Fiscalistenbureau Loyens en Loeff heeft berekend dat de negatieve economische gevolgen van invoering van de ticketbelasting zo groot zijn, dat de opbrengst voor de staat bijna teniet wordt gedaan door de negatieve neveneffecten. Over een periode van vier jaar zou een bedrag van bijna één miljard euro aan andere belastinginkomsten worden misgelopen. De ticketbelasting zelf zou in deze periode 1,4 miljard euro opleveren. In een sector waar de marges toch al klein zijn, heeft de voorgestelde prijsverhoging enorme effecten. De buitenlandse toerist en zakenreiziger zullen Nederland als bestemming vaker gaan mijden. Het CPB rekent met een vraaguitval van 15 procent voor de Nederlandse vliegvelden. Dit leidt tot een verwacht verlies van 12.000 arbeidsplaatsen.

Mensen zullen echter wel blijven vliegen, alleen minder vanuit Nederland. Bijvoorbeeld vanaf Duitse luchthavens vlak over de grens, die ook al worden geholpen door de hun regering. De Duitse overheid is in 2004 gestart met verlagen van de kosten voor de luchtvaartsector met ten minste 20 procent. Uiteraard kent Duitsland geen ticketbelasting.

De Nederlands regering kiest dus voor het snel verdienen van 350 miljoen euro per jaar ten koste van de concurrentiepositie van de Nederlandse luchthavens tegen een prijs van 250 miljoen euro per jaar. Er lijkt echter nog een juridisch addertje onder het gras te zitten. De vraag is of de invoering van een ticketbelasting wel mag volgens nationale maar vooral internationale spelregels.

De maatregel lijkt niet te passen onder het Verdrag van Chicago, het basisverdrag voor de wereldwijde luchtvaart. In dit Verdrag is neergelegd dat geen tarieven, rechten of andere kosten mogen worden opgelegd aan het vliegverkeer door een verdragsluitende Staat. Eerder heeft de Belgische Raad van State een soortgelijk voorstel in België in strijd met dit Verdrag verklaard.

Al met al moet de conclusie dan ook luiden dat de vliegbelasting een onzalig idee is. Het draagt niet bij aan het milieu, de schatkist wordt er amper beter van, het gaat ten koste van de werkgelegenheid en is bovendien gebouwd op juridisch drijfzand.

Atzo Nicolaï is woordvoerder Luchtvaart van de Tweede Kamerfractie van de VVD.