De wereld redden met je creditcard

In reclames worden beleggers lekker gemaakt met groene fondsen die ook nog veel rendement opleveren.

Maar voorzichtigheid is geboden.

Vraag: wie heeft deze regels geschreven? ‘Het klimaat verandert, de aarde warmt op. Bij het grote publiek, overheden en bedrijven dringt het besef door dat er nu moet worden ingegrepen om blijvende schade aan het milieu te voorkomen.’ Was dat a: Greenpeace; b: Al Gore; of c: een grote Nederlandse bank? Antwoord c is juist. De oproep om iets aan het broeikaseffect te doen is afkomstig uit de brochure van het Eco Certificaat van ABN Amro.

Het is even wennen: de bank die een paar jaar geleden nog werd verketterd door de milieubeweging wegens een zeer vervuilende belegging in een Filippijnse zilvermijn, is ineens groen. De metamorfose past in een trend. Nederlandse beleggingsinstellingen hebben het milieu ontdekt als issue en hebben een nieuw soort beleggingsproduct in de aanbieding: de ecofondsen.

Wie wil kan via zijn bankrekening de wereld redden en ondertussen nog een mooi rendement maken ook. Althans, zo lijkt het in de reclames en de brochures van de banken. Rabobank biedt een creditcard die de uitstoot van broeikasgassen van je aankopen compenseert met de aanplant van bomen. Bij ASN spaar je voor een betere wereld en ABN Amro biedt turbo’s en certificaten die het milieu moeten helpen.

Maar zijn al die beleggingsproducten wel zo groen? Financieel onderzoeker Jens Nielsen van Milieudefensie heeft zo zijn twijfels. Hij adviseert consumenten vooral naar de onderliggende beleggingen te kijken. „Vertrouw de reclames voor dit soort producten niet. Lees de brochure en kijk waar ze je geld in beleggen.” Dan blijkt dat het Eco Certificaat van ABN Amro bijvoorbeeld belegt in Norilsk, een Russisch bedrijf dat nikkel en palladium delft. Norilsk heeft een slechte reputatie in eigen land en is volgens een Amerikaanse milieuorganisatie verantwoordelijk voor 1 procent van de wereldwijde uitstoot van zwaveldioxide.

Volgens Nielsen is het ook verstandig om te kijken naar de algemene milieuprestaties van de bank die het product aanbiedt. „Als je echt iets aan het milieu wil doen, kun je beter geen milieufonds van een bank kopen die ook veel investeert in fossiele brandstoffen. Daar wegen die paar windmolens waar ze in beleggen niet tegenop.”

Wie wil weten hoe banken het in algemene zin op duurzaamheidsgebied doen, kan kijken op www.nietmetmijngeld.nl of op de site van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling. Daar zijn onderzoeksrapporten te downloaden waarmee consumenten kunnen bepalen of hun bank wel groen genoeg is. Op de eerste plaats in die rankings staat vaak Triodos Bank uit Zeist. Maar volgens directeur Matthijs Bierman van Triodos Bank Nederland doet zijn werkgever beslist niet mee met de hype. „We investeren niet alleen in ecologie, maar ook in cultuur en de sociale omgeving.”

Zijn advies is om een branche te zoeken waarmee je affiniteit hebt, en daarin te investeren via een specifiek sectorfonds. „Dat kan het milieu zijn, maar bijvoorbeeld ook microkrediet of cultuur.” Dat zo’n duurzame belegging van de vaak als ‘soft’ geklasseerde Triodos of ASN ten koste gaat van het rendement, bestrijdt hij. „Dat is een hardnekkig vooroordeel. Duurzame beleggingen doen het niet slechter maar ook niet beter dan vergelijkbare gewone beleggingen.” Net als bij andere beleggingsfondsen moet de consument wel gewoon zijn huiswerk goed doen, voor hij een product koopt. Bierman: „De huidige hype rond groene beleggingen doet me sterk denken aan het einde van de jaren negentig, toen iedereen blind belegde in fondsen waar het woord internet voor stond. Wie niet goed het kaf van het koren scheidt, loopt ook bij groene beleggingen enorme risico’s.”

Voor de consument wordt het er door alle reclame voor groene fondsen niet makkelijker op. Vooral omdat betrouwbare informatie over financiële producten niet altijd voorhanden is. Maar Nielsen van Milieudefensie heeft een vuistregel die goed kan helpen bij het kiezen van het juiste fonds: „Als een fonds niet transparant is, investeer er dan niet in. Niet alleen kun je niet zien wat hun groene gehalte is, meestal hebben ze ook hoge kosten te verbergen.”