Biografen

Hans Lodeizen, een toen 25-jarige dichter, bedreef in 1949 in het Haagse Bos de liefde met een 16-jarige jongen. Hij werd ervoor opgepakt en in de cel gezet. Zijn biograaf, Koen Hilberdink, zal de geschiedenis, volgens de Volkskrant, in zijn binnenkort te verschijnen boek opnemen. Leuk voor die biograaf, temeer omdat een eerdere biograaf van Lodeizen niet tot deze ontdekking was gekomen.

Maar laat Philip Roth het niet horen!

Hij beschrijft in zijn interessante, nieuwe roman Exit Ghost hoe een biograaf meedogenloos in het leven wroet van de schrijver E.I. Lonoff. De biograaf meent te weten dat Lonoff een seksueel zeer beladen jeugd heeft gehad. Hij wil er via de schrijver Nathan Zuckerman, de hoofdpersoon van de roman, die bevriend was met Lonoff, meer van te weten komen. Maar Zuckerman vindt hem een sensatiebeluste indringer en weigert met hem praten.

„Het is een bedrieger”, zegt hij. „Hij zal alles en iedereen door het slijk halen en dat verkopen als de waarheid (...) Reputaties kapotmaken, zo scoren die onbenullen hun zielige puntjes.”

Het klinkt nobel van Zuckerman, maar het eigenaardige feit doet zich voor dat zijn bedenker, Philip Roth, in dit opzicht zelf evenmin schone handen heeft. Zuckerman is het alter ego van Roth, die Lonoff losjes modelleerde naar zijn bevriende collega Bernard Malamud. Malamud was evenals Lonoff een zeer teruggetrokken, bijna ascetisch levende schrijver.

Zo voerde Roth hem al in 1979 op in zijn novelle The Ghostwriter. Dat boek verscheen nog tijdens het leven van Malamud, die er dan ook onaangenaam door verrast was.

De Nederlandse schrijver Henk Romijn Meijer, die bevriend was met Malamud, schrijft erover in zijn essaybundel Een rozenkrans en een zakdoek: „Hij sprak me aan over The Ghostwriter van Philip Roth. „Wie denk je dat ze zeggen dat daarin de hoofdpersoon is?” vroeg hij me in het diepste vertrouwen en ik zei prompt: „Dat ben jij toch niet soms?” want dat hij het was wist ik toen al. Ik had hem herkend en ook het uitbreken van emoties tussen Ann en haar man zoals Roth het beschrijft hadden we van dichtbij meegemaakt. „Enfin”, zei hij, „het doet er niet veel toe. Het is een heel oppervlakkig boekje.”

Dat is het niet, het is juist een van de hoogtepunten uit het werk van Roth, maar ik kan me voorstellen dat Malamud, die zelden iets over zijn privéleven naar buiten bracht, de pest kreeg aan Roth. Roth schreef vanuit een grote bewondering over Malamud, vond Romijn Meijer, maar dat maakt zo’n boek voor de betrokkene niet minder storend. Hij wil niet verraden – zwaar woord, maar toch – worden door iemand die hij met goed vertrouwen tot zijn huis heeft toegelaten.

Daar kwam nog bij dat Roth in The Ghostwriter (en nu weer in Exit Ghost) de Lonoffs een huwelijkscrisis laat beleven. Malamud had zo’n crisis in 1979 als pure romanfictie beschreven in Dubin’s Lives.

Waarom keert Roth, alias Zuckerman zich opeens zo fel tegen biografen? Uit enig eigen belang misschien? Hij nadert zijn dood en de biografen zitten ongetwijfeld al op het vinkentouw naar dat met veel (seksuele!) sensaties gevulde leven.