Antwerpen hoofdstad van Vlaanderen? Ja, zeggen de Franstaligen

roodgroen.jpgHoe gaat het nu verder met België? Het beloofde een interessante avond te worden, gisteren in Ancienne Belgique in Brussel. Honderd lezers van de Vlaamse krant De Standaard en even zovelen van de Franstalige krant Le Soir discussieerden daar over de toekomst van hun land. Het Grote Noord-Zuid-debat, aldus de organisatoren.

Bij de ingang van AB stonden voor aanvang twee rijen. De Vlamingen bleken allemaal vroeg gekomen en moesten daarom een tijdje wachten, de Franstaligen kwamen één voor één binnendruppelen. Ik had de collega’s van de De Standaard gevraagd of ik mocht komen kijken. Dus voegde ik me in de rij van de Vlamingen.

,,Bon soir, Goedenavond. Ga zitten, Installez-vous“, klonk het bij binnenkomst. In de zaal bleek er ook geen plek voor neutrale toeschouwers: alle Vlamingen aan één kant van de zaal, de Franstaligen er tegenover. Daartussen: Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van de De Standaard en Béatrice Delvaux van Le Soir. Zij leidden het debat. De belangrijkste regel: ieder moest zijn eigen taal spreken.

Taal is niet het belangrijkste probleem in België, zei de Franstalige liberaal Louis Michel, die ik vorige week voor de krant interviewde. Maar vanavond ging het toch wel erg veel over taal. Een Vlaming uit Alsemberg vertelde: ,,Iedereen in dit land heeft minstens 1000 uur Frans of Nederlands gehad. Waarom kunnen Franstaligen in mijn gemeente bij de bakker dan nog geen brood bestellen in het Nederlands, nog geen ‘goedendag’ zeggen. Ik heb een Bulgaarse en een Roemeense in dienst. Na zes maanden spreken die Nederlands. Niet vlekkeloos, maar toch.”

taalgrensEen Franstalig meisje dat studeert in Vlaanderen reageerde: ,,Ik vecht er elke dag voor om Nederlands te spreken. Maar als ik in het Nederlands begin, dan krijg ik steeds antwoord in het Frans.”

De lezers konden reageren op stellingen door groene (eens) en rode (oneens) bordjes omhoog te houden. Vaak werd er langs de taalgrens gestemd: een meerderheid van de Vlamingen noemde België ‘artificieel’, een meerderheid van de Franstaligen was het er niet mee eens. Opmerkelijk vond ik de reacties bij de stelling ‘De Franstalige pers gooit olie op het vuur’. Niet alleen de Vlamingen staken massaal de groene bordjes omhoog, óók de Franstaligen. Dat deden de Franstaligen overigens ook bij de vraag: ‘Moet Antwerpen de hoofdstad van Vlaanderen worden?’ (Nu is dat Brussel). Dat vonden de lezer van Le Soir een héél goed idee.

De Gentse hoogleraar Carl Devos, die de avond mocht afsluiten, was scherp als altijd. Hem was opgevallen, zei hij, ,,dat heel weinig mensen echt tevreden zijn”. ,,Niemand is echt gelukkig over hoe dit land functioneert. Het is te complex, te veel van het ene, te veel van het andere. Al die verschillen zitten blijkbaar een beetje in ons. Politici zijn dus niet wereldvreemd.”

Bij het verlaten van AB kregen de deelnemers aan het debat een cadeautje. ,,Un petit agenda“, zei een dame. Toen zag ze m’n Vlaamse badge en probeerde ze zich snel te verbeteren. ,,Een euh….. agenda?”