Zie moslims niet als potentiële radicalen

Goed dat Nederland een conferentie belegde over het voorkómen van moslimterrorisme. Maar waarom waren er zo weinig

Europese moslims, vraagt

Mona Eltahawy zich af.

Denk je eens even een islamitische tiener in, ergens in Europa, „met internet aan huis, de wereld in zijn hoofd, en zijn hart door een miljoen identiteiten verscheurd’’, zoals de in Zwitserland geboren islamitische denker Tariq Ramadan hem beschrijft.

Hoe voorkom je dat die jonge moslim in de ban raakt van radicale ideeën? Daarover ging het op een conferentie die hier in Nederland onlangs is gehouden door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb), Tjibbe Joustra.

De antwoorden varieerden veelal met de religieuze achtergrond van de spreker. Volgens moslims moest er iets worden gedaan aan de – al dan niet denkbeeldige – historische grieven die de moslimwereld koestert ten aanzien van het Westen. Het gevoel onrechtvaardig te zijn behandeld, zeiden de moslims, voedt de woede die een jonge moslim in de armen van radicalen kan drijven.

Niet-islamitische sprekers zeiden dat de kern van de zaak de kloof was tussen de waarden die gelden binnen de woning van die Europese islamitische tiener en de waarden erbuiten.

De waarheid ligt ergens in het midden, en ze wordt waarschijnlijk het best begrepen door in het Westen levende moslims. Helaas waren er onvoldoende leden van die groep aanwezig om oplossingen aan te dragen.

Tariq Ramadan en ik waren op de sprekerslijst de enigen. (Eén Nederlandse moslim was tijdens één bijeenkomst medevoorzitter.) Als er meer westerse moslims als sprekers waren uitgenodigd, hadden zij de nodige vragen kunnen stellen – over historische grieven, over waarden –, die een beroep zouden hebben gedaan op ons aller zelfkritiek.

Historische grieven zijn zeker belangrijk, maar hoe ver moeten we teruggaan? Tot de overwinning van de Spanjaarden op de moslims in 1492? Het einde van het Ottomaanse Rijk in 1912? De vorming van de staat Israël en de daaropvolgende onteigening van de Palestijnen in 1948? De Europese kolonisatie van verscheidene islamitische landen in de twintigste eeuw? De twee door de Verenigde Staten geleide oorlogen in Irak, waarvan de bloedige nasleep van de tweede tot op heden voortduurt?

Radicale groepen beroepen zich met voorliefde op het conflict tussen Israël en de Palestijnen, en uit tal van onderzoeken is gebleken wat een geweldige magneet voor de jihad de door de VS geleide inval in Irak in 2003 is geworden. Het zou dwaas en gevaarlijk zijn dat te ontkennen.

Wie kan Shehzad Tanweer vergeten, de 22-jarige, geboren en getogen Britse moslim die bij een van de zelfmoordaanslagen in de Londense ondergrondse op 7 juli 2005 zichzelf en zes anderen heeft gedood? In een boodschap die hij voor de aanslagen had opgenomen, en die een jaar erna is uitgezonden, waarschuwde Tanweer voor meer aanslagen in het Verenigd Koninkrijk, tenzij dit zijn militairen zou terugtrekken uit Afghanistan en Irak, en zijn „financiële en militaire steun aan Amerika en Israël’’ zou staken.

Maar de moslims moeten erkennen dat hun historische grieven worden misbruikt, en daarvoor de verantwoordelijkheid accepteren. De jongste boodschap van Osama bin Laden is daarvan een duidelijk voorbeeld. In een geluidsopname die tijdens onze conferentie op een jihad-website werd gepresenteerd, riep Bin Laden zijn volgelingen op om in Darfur de strijd aan te gaan met „een invasie van kruisvaarders’’ – waarmee hij doelde op de vredeshandhavers van de Verenigde Naties en Afrikaanse landen in de door oorlog verscheurde Soedanese regio.

Maar in Darfur doden moslims moslims, daar zit ’m de kneep. In dit geval is het niet een Israëlische bezetting of een door de VS geleide invasie waarmee Bin Laden de massa opjut. Hij maakt domweg misbruik van het feit dat vele moslims niet weten wat er gaande is in Darfur. Net zo belangrijk is dat hij appelleert aan grieven die in dit geval slechts schijn zijn.

De treurige waarheid is dat thans meer moslims sterven door de hand van moslims dan door het optreden van Israëliërs, Amerikanen of welke andere vermeende vijand ook – door de welhaast wekelijkse zelfmoordaanslagen in Pakistan, door de strijd tussen de Palestijnen onderling en door sektarisch geweld in Irak.

De geschiedenis laat zien dat er in al die gebieden heus bloedige invloeden van buitenaf zijn geweest, maar als de moslims hun blik meer op het heden richten, zouden zij misschien beseffen dat het niet alleen maar een kwestie is van ‘wij tegen zij’, maar ook van ‘wij tegen wij’.

Het zou naïef zijn om te loochenen dat Europa thans kampt met een probleem op het gebied van gemeenschappelijke waarden. Wanneer islamitische mannen bij de eerste hulp van Europese ziekenhuizen weigeren hun vrouwen door mannelijke artsen te laten behandelen, is dat een probleem. Wanneer jonge meisjes en vrouwen als ‘te westers’ worden beschouwd, en omwille van de eer door hun familie worden vermoord, is dat uiteraard een probleem.

Maar het zou blijk geven van een simplistische, bevooroordeelde kijk als wij aannamen dat alle moslims dergelijke opvattingen en waarden delen. Als er meer westerse moslims op de conferentie waren uitgenodigd om over hun ervaringen te vertellen – over hun omgang met radicalisering, of hun leven als progressieven die zich identificeren met ‘Europese waarden’ –, dan zou die verscheidenheid duidelijker zijn geworden.

Op een zeker moment heb ik, uit ergernis over de roep van diverse Europese afgevaardigden om „gematigde moslims’’ – iemand zei zelfs dat zijn land een progressieve groep had uitgenodigd helemaal uit Indonesië, omdat ze dichter bij huis niemand hadden kunnen vinden –, aangeboden hen in contact te brengen met ettelijke ‘gematigde’, progressieve en seculiere islamitische groepen die ik in diverse landen in dit werelddeel her en der gevonden had. Het was niet bemoedigend dat ik die groepen wél had kunnen vinden, terwijl het sommigen uit de wereld van de terrorismebestrijding niet was gelukt.

Tariq Ramadan heeft de conferentie eraan herinnerd dat preventie nooit kan slagen als er geen moslims bij betrokken worden als onderdeel van de oplossing. De moslims uitsluitend beschouwen als potentiële radicalen is de snelste manier om juist de mensen die wij nodig hebben om de problemen op te lossen, van ons te vervreemden.

Het woord preventie wordt in al het gepraat over de ‘oorlog tegen het terrorisme’ te zelden gehoord. Alle lof dus voor de Nederlanders, dat zij het op de agenda van de terrorismebestrijding hebben gezet. Bij toekomstige conferenties over de beste preventie zouden zij er goed aan doen ook Europese moslims erbij te betrekken.

Mona Eltahawy is een bekroonde, in New York gevestigde journalist en commentator. Ze geeft internationaal lezingen over islamitische kwesties. © Eltahawy / Agence Global