Van Thijn deed zijn best

Voor spreker Max van Weezel was het afscheid van Ed van Thijn (73) in de Amsterdamse Koepelkerk een beetje een déjà vu. Want hoe vaak zei PvdA’er Van Thijn de politiek al niet vaarwel? „Ed, je staat voor eeuwig in mijn geheugen gegrift als de man die met een grote bos bloemen het pand verlaat.”

De politieke loopbaan van Ed van Thijn omspant 45 jaar. Amsterdams gemeenteraadslid in 1962, Kamerlid, fractieleider, formateur, minister van Binnenlandse Zaken in ‘vechtkabinet’-Van Agt II, burgemeester van Amsterdam en opnieuw minister. Maar bij Van Thijn beklijven vooral de nederlagen: de mislukte formatie van kabinet-Den Uyl II, het fiasco van de Olympische Spelen in Amsterdam en ‘Het Verraad’: hoe hij in 1994 na vijf maanden als minister van Binnenlandse Zaken struikelde over de IRT-affaire, over de inzet van criminele infiltranten in drugsbendes. Achteraf had Van Thjjn gelijk gehad. „Amsterdam stoof van de coke die door de Haagse politie was binnengesmokkeld. Maar Ed werd genadeloos uitgerangeerd en niemand heeft zich verontschuldigd”, memoreerde Geert Mak.

Sprekers toonden zich ‘bevreemd’ en ‘nogal verward’ over de laatste politieke geste: de ‘nacht van Van Thijn’. In 2005 sloeg hij als senator het kabinet tegen de touwen door tegen de gekozen burgemeester te stemmen. Van Thijn stond juist bekend als een gepassioneerd pleitbezorger van de gekozen burgemeester.

Ook het afscheidssymposium stemde droevig. Filosoof Dorien Pessers zette de toon met een vurig pleidooi voor herintroductie van het ‘eerbegrip’ en het tegendeel: schaamte. De Koepelkerk galmde daarna van de klachten over schaamteloosheid, perverse beeldcultuur en verloedering der instituties . Van Thijn zelf negeerde in zijn dankwoord dit zedelijkheidskoor. Hij had ‘zijn schamele best gedaan’, en bleef ondanks alles ‘trots op Nederland’.

Coen van Zwol