Offensieve bankier zonder mededogen

De topman van zakenbank Merrill Lynch, Stan O’Neal, vertrekt. Hij is de eerste topman voor wie de krediet- en huizenmarktcrisis te veel wordt. „Waar het op neerkomt is dat wij het bij het verkeerde eind hadden door ons bloot te stellen aan subprime.”

Vertrekkend Merrill Lynch-topman Stanley O’Neal Foto AP ** FILE ** Stanley O'Neal, Chairman and CEO of Merrill Lynch & Co., is seen in New York in this Nov. 1, 2006 file photo. (AP Photo/ Louis Lanzano, file) Associated Press

Eerst werden de slachtoffers uitgedrukt in grote getallen. 12.000 werknemers van hypotheekbedrijf Countrywide, ze zullen hun baan verliezen door de krediet- en huizenmarktcrisis in de Verenigde Staten.

Toen schatte het Witte Huis in dat voor een half miljoen huiseigenaren uitzetting dreigt omdat ze hun hypotheeklasten niet langer kunnen dragen. Dat getal werd vorige week door het Congres naar boven bijgesteld: twee miljoen Amerikanen komen naar verwachting op straat te staan.

Nu wordt aan de lijst met getroffenen een Grote Naam toegevoegd. Niet dat er reden is aan te nemen dat zijn maandlasten hem boven het hoofd zijn gegroeid, een lagere werknemer voor wie massaontslag dreigt is hij ook niet. Stanley O’Neal heet de man, Stan voor vrienden, en hij was tot een halve dag geleden de topman van de prestigieuze Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch.

De 56-jarige O’Neal is altijd een uitzondering geweest op Wall Street. Zijn grootvader was nog slaaf, zijn vader boer, hijzelf groeide op in een huis zonder stromend water op het platteland van de zuidelijke staat Alabama. O’Neal werkte zich via de lopende bank van autofabrikant General Motors en Harvard Business School op tot bankier, en bleef als eerste zwarte bestuurder in New Yorks financiële wereld een opvallende verschijning. Hij hield zich verre van het sociale leven van de betere kringen in de stad en deed weinig om zijn imago als hardvochtige zakenman te masseren. Eén voorbeeld komt telkens weer terug: terwijl de Verenigde Staten, en het zo getroffen zuiden van de stad New York, zich na de aanslagen van september 2001 meelevend opstelden, bedacht O’Neal, toen nog operationeel bestuurder bij Merrill, een forse saneringsronde. De bank werkte in de maanden na de aanslagen 24.000 mensen de deur uit.

Pas de laatste weken, ter ere van het eerste verlies van Merrill Lynch in zes jaar, toonde O’Neal zich deemoedig. „Waar het op neerkomt is dat wij het bij het verkeerde eind hadden door ons bloot te stellen aan subprime.” Met ‘subprime’ bedoelt hij risicovolle hypotheken voor minder kredietwaardige huiseigenaren. „Niemand, niemand is meer teleurgesteld in de resultaten dan ik.”

Tot deze maand profiteerden de financiële resultaten van de bank van O’Neals offensieve houding. Hij was uitgesproken voorstander van de handel in de nu zo risicovol gebleken waardepapieren op basis van hypotheken. De winst van Merrill Lynch steeg daardoor wel kwartaal op kwartaal met sprongen, de bonusuitkeringen namen er explosief mee toe. Vorig jaar was O’Neal met 46 miljoen dollar de op één na best betaalde bestuurder op Wall Street – alleen de topman van Goldman Sachs verdiende beter.

Over het afgelopen derde kwartaal leed Merrill Lynch een verlies van 2,3 miljard dollar (1,6 miljard euro), tegen een winst van 3 miljard in dezelfde periode vorig jaar. Drie weken geleden kondigde de bank afboekingen ter waarde van 5,5 miljard dollar aan. „Buitengewoon moeilijke” marktomstandigheden waren toen nog de oorzaak. Afgelopen week werden de afschrijvingen opgeschroefd naar 8,4 miljard dollar. Een kostenpost die binnen drie weken met zo goed als 3 miljard dollar toeneemt en omgeven is met onduidelijkheid over hoe die inschattingen eigenlijk worden gemaakt, zoiets valt maar zelden lekker als het om een financiële instelling gaat.

De raad van commissarissen van Merrill kwam afgelopen vrijdag bijeen om over O’Neals functioneren te praten. Directe oorzaak was toen het telefonische verzoek dat de bestuurder vorige week heeft gedaan aan zijn evenknie bij Wachovia, in omvang Amerika’s op drie na grootste bank, om een fusie te overwegen. Wachovia was niet geïnteresseerd.

Op zich is de telefonische verkenning geen kapitale fout. Wat alleen niet hielp was dat O’Neal de raad van commissarissen niet inlichtte over de stap. Bovendien vonden ze het, eenmaal op de hoogte, simpelweg een onverstandig idee.

Merrills beurskoers staat op het laagste punt van de laatste twee jaar, een overnameprijs zou daarmee onder het bedrag liggen dan wat de commissarissen de bank waard achten.

De Amerikaanse kranten The New York Times en The Wall Street Journal kondigden gisteravond op hun websites het vertrek van O’Neal aan. Het zou vandaag volgen. Het vertrek is een besluit van de raad van commissarissen van de bank.

Zijn vertrek levert O’Neal dankzij pensioenpremies plus aandelen- en optiebezit in ieder geval 159 miljoen dollar op, op 1 miljoen na het totaalbedrag dat hij sinds zijn aantreden in 2002 bij de bank heeft verdiend.

De ironie wil dat O’Neal financieel profijt heeft van de geruchtenstroom van de laatste dagen over zijn op handen zijnde vertrek. Nadat vrijdagochtend het vergeefse fusietelefoontje met Wachovia was uitgelekt, zagen beleggers O’Neals vertrek aankomen en steeg Merrills aandelenkoers binnen een dag met 8,5 procent. Op papier werd de nu gewezen bankier er 16 miljoen dollar rijker op.

Dossier kredietcrisis op nrc.nl/economie