Marc Almond vitaal terug op het podium

Concert: Marc Almond. Gehoord: 27/10, Paradiso Amsterdam.

De glamour van het podium, de euforie onder de schijnwerpers en de eenzaamheid daarachter, de geneugten van het sterrendom en de ellende van de weg bergafwaarts: het is door de jaren heen meer en meer het thema geworden van Marc Almond. Goed dus om te hem terug te zien, drie jaar na een zeer ernstig motorongeluk dat hem lang uit de roulatie haalde.

Eerder dit jaar verscheen zijn comeback-album Stardom Road: gevuld met covers, maar toch een heel persoonlijke plaat. Zijn obsessie met de licht- en schaduwkanten van de glamour en de dunne grens met de goot blijkt uit nummers als Kitsch, The Curtain Falls, Backstage I’m Lonely en het gedragen titelnummer.

Daarmee opende Almond het concert, stram gezeten op een kruk en met een half oog op het tekstvel. Dat deed het ergste vrezen voor het resultaat van zijn revalidatie, maar hij bleek zó’n vitale performer, dat die openingsscène heel goed als theatraal, contrasterend effect kan zijn bedoeld.

Begeleid door een veelzijdige, maar vooral ingehouden rockende viermansband – helaas, geen strijkers – zwiepte Almond behendig heen en weer in zijn immense, kleurrijke oeuvre: van ballads met uitsluitend de piano achter zich tot uitbundiger liedjes, stuk voor stuk zwaar en zwierig aangezet

Tainted Love en Say Hello Wave Goodbye, de grote hits van zijn vroegere groep Soft Cell, kwamen pas in de glorieuze toegift. Een reeks nummers van zijn grote voorbeeld Jacques Brel, waaronder uiteraard Port Of Amsterdam, vond een hilarisch hoogtepunt in het hectische, jachtig gezongen Jacky. Almond beklom zelfs de vleugel, tot verbazing en vermaak van toetsenman Martin Watkins, maar moest er met hulp weer afkomen.

Bijna twee uur liet Almond zien dat hij weer behoorlijk de oude is. Zijn stem klinkt nauwelijks minder krachtig dan weleer en zwaait zich, als vanouds, weinig trefzeker om de noten. Hij moet het vooral hebben van zijn kleurrijke persoonlijkheid. En die is nog helemaal intact.