Laveren tussen begrip en repressie

Ahmed Marcouch heeft er hard aan gewerkt om succesvol te zijn in Nederland. Daarom wordt hij boos op Marokkaanse jongens die zich misdragen en de schuld daarvoor aan anderen geven. Hij eist van hen dat ze nadenken en zich inspannen. En hij is er hard in. „Anders verklaar je ze ziek.”

Elke dag krijgt stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch (38) tientallen e-mails uit het hele land. Inwoners van Slotervaart, hulpverleners, jongerenwerkers, politieagenten. Ze sturen hem complimenten en aanmoedigingen. Meestal antwoordt hij zelf. Maar op het mailtje dat hij vorige week zondag kreeg, reageerde hij niet.

De Marokkaanse afzender zegt dat Marcouch overkomt als de zoveelste Marokkaan die zijn eigen volk zwart maakt om er zelf beter van te worden. Dit mailtje stuurt Marcouch door naar zijn voorlichter. Hij vraagt of zij wil reageren. „Deze mail vind ik zooooo dom dat ik het zelf niet op kan brengen!”

Want Ahmed Marcouch heeft niets met etnische solidariteit. Verrader? Snapt hij niet. Hij is burger van deze stad, van dit land, en hij distantieert zich van elke persoon die ongeoorloofde dingen doet, zegt hij dan. En: kwaad heeft geen kleur. Stigmatiseren? Daar is hij niet bang voor. Want fout is fout, van wie dan ook, zegt hij.

Het is onrustig in Slotervaart sinds twee weken geleden een Marokkaanse man werd doodgeschoten in het politiebureau aan het August Allebéplein. Hij had twee agenten neergestoken. Een dag na zijn dood werden ruiten van het bureau ingegooid. Daarna ging er bijna elke avond een auto in vlammen op.

Vanuit het hele land wordt er naar Slotervaart gekeken. Want de problemen in dit stadsdeel zijn groot, maar niet uniek. Taalachterstanden. Werkloosheid. Overlast. Moslimjongeren op zoek naar hun identiteit, waarbij sommigen radicaliseren. Mohammed B. en de meeste andere leden van de Hofstadgroep kwamen uit deze wijk.

Er wordt ook naar Marcouch gekeken. Er is op dit moment niemand die Slotervaart zo goed kan leiden als hij, zegt wethouder Lodewijk Asscher. Slotervaart is een soort proeftuin voor de stad, zegt Fatima Elatik, stadsdeelwethouder in Zeeburg. En als hij – non-conformistische en tegelijk rechtlijnige Marokkaan, Nederlander, oud-politieagent en moslim – deze problemen niet aankan, wie dan wel?

Opvoeding en onderwijs, daar begint het, zegt Marcouch altijd. Laatst stond hij bij een basisschool in Slotervaart met een Marokkaanse vader te praten die zijn zoontje op kwam halen. Ahmed Marcouch wilde het jongetje een aai over zijn hoofd geven. Het jongetje zei niets, maar begon Marcouch te schoppen. Opvoeding, denkt Marcouch dan. „Dat kind heeft ergens geleerd om te schoppen.”

Op tienjarige leeftijd kwam hij vanuit Beni-Boughafer in Noord-Marokko naar Nederland. Zijn moeder overleed toen hij nog jong was. Met zijn vader en zes broers en zussen woonde hij in een appartementje in Amsterdam. Je moet een toekomst opbouwen, zei zijn vader altijd. Leer de taal en leer een vak. Ze konden zelfs beter een andere taal leren dan Nederlands. Voorbij de grens heb je er niet veel meer aan, zei hij.

Maar Marcouch begon met Nederlands. Nieuwslezer Fred Emmer moest hem daarbij helpen, want die sprak zo mooi. Dus zat hij voor de televisie en luisterde ingespannen naar Emmer. Dan nam hij een krantenartikel, keek er zo min mogelijk naar en probeerde Emmer te imiteren. Toen hij rond de 17 was kocht hij een boekje over sociale vaardigheden. Hij las bijvoorbeeld hoe je je handen het beste kon houden tijdens een sollicitatiegesprek. Vaardigheden uit het boekje paste hij later toe. Zoals eind jaren tachtig, toen hij in een papierfabriek werkte. Was er een vergadering met de chef, dan had Marcouch altijd een kladblok met pen vóór zich liggen. Hij was de enige. Marcouch: „Ik vond dat ik een mening moest hebben, moest reageren.” Zo probeerde migrantenzoon Marcouch stapje voor stapje verder te komen.

„De politie zoekt Turken en Marokkanen” stond er in 1993 in het Amsterdamse stadsblad. Marcouch reageerde. Hij had toen alleen nog lts.

Marcouch viel meteen op in het opleidingsgroepje, zegt medecursist Ben Nassir Bouayad. Duidelijke standpunten, argumenten, dat was Marcouch. Na de opleiding kwamen ze samen op bureau Balistraat, in de Indische buurt in Amsterdam. Ze werden vrienden.

Daar deed Marcouch wat hij nu in Slotervaart ook doet, zegt Bouayad. Hij was overal te vinden in de wijk. Hij liep van de ene bijeenkomst naar de andere. Hij bezocht de moskee, sprak met de imam, ging naar lezingen over loverboys, discussieerde met hangjongeren en riep hun ouders op het matje. Dit doet uw zoon, doe er wat aan.

Precies dit deed hij ook twee weken geleden, na het fatale incident in het politiebureau. Marcouch riep meteen de buurtvaders, de jongerenwerkers en politie bij elkaar. Zij moesten hun achterban inlichten en tot kalmte manen. Zelf liet hij ook overal zijn gezicht zien.

Ook als politieagent dacht Marcouch steeds aan zijn eigen ontwikkeling. We coachten elkaar, vertelt Bouayad. Wat zijn je sterke punten, wat moet je verbeteren? Marcouch besloot in de avonduren een hbo-opleiding te volgen. „Hij heeft keihard geknokt om vooruit te komen.” En daarom, zegt Bouayad, kan hij zo kwaad worden op Marokkaanse hangjongeren in zijn wijk.

Er was nog iets wat Marcouch als politieagent al deed, zegt zijn oude wijkteamchef Tom Bersee. Benaderde hij Marokkanen op straat, of was er een discussie, dan verwees hij altijd naar de islam. Dat werkte, zag Bersee. „Met name voor de eerste en tweede generatie Marokkanen was dat belangrijk.”

Toen Marcouch vorige week jongeren uit Slotervaart uitnodigde om te praten over de gebeurtenissen in het stadsdeel, was de imam er ook. Marcouch was trots op de man, zei hij. Er was alleen wel een probleem. „Wie kan me vertellen hoe deze man zo snel mogelijk Nederlands leert”, vroeg Marcouch. Daarna veroordeelde de imam in het Arabisch de vernielingen, zei dat de islam een geloof van liefde is en riep de jongeren op hiernaar te leven.

De islam is hét gereedschap in Slotervaart, zegt Tweede Kamerlid Samira Bouchibti (PvdA). „Marcouch is een alles-in-een-voorzitter. Hij spreekt Arabisch, Berbers, en is praktiserend moslim.”

Maar hoe past Marcouch de islam toe in zijn dagelijks leven? Dat moet hij zelf vertellen, vindt Bouchibti. „Dat is iets persoonlijks.” Het belangrijkste vindt zij dat Marcouch de religieuzen kan bereiken. „Hij weet hoe ze denken, voelen ruiken.”

Want Marcouch is zelf strenger in de leer geweest dan hij nu is, zeggen vrienden en bekenden. Bouchibti schreef in 2005 het boek ‘De moslim bestaat niet’. Marcouch sprak daarin onder meer over de radicale visie die hij vroeger had. Als moslim had hij het gevoel dat hij superieur was aan alle ongelovige mensen.

Die periode hoorde bij zijn religieuze identiteitsontwikkeling, zegt Marcouch nu. Hij liet die orthodoxe benadering op een gegeven moment varen. Dankzij opvoeding en ontwikkeling. Marcouch kwam Marokkaanse en Egyptische jongeren tegen diestudeerden. Door hen leerde hij allerlei interpretaties van de islam kennen. De scherpe kanten gingen eraf.

Nog steeds is de islam belangrijk voor Marcouch. Het is een leidraad. Maar, zegt hij, er is geen enkel moment dat zijn geloof botst met deze samenleving. Het gaat er om de keuzes van anderen te respecteren, vindt hij. Neem euthanasie. Daar is hij geen voorstander van. „Maar daar kan iemand anders over denken.” Zijn belangrijkste boodschap voor jongeren die op zoek zijn naar hun identiteit? „Moslims moeten zich realiseren dat er geen conflict is tussen moslim zijn en Nederlander zijn.”

Werkt zijn aanpak? Slaat zijn visie aan bij de Marokkaanse gemeenschap?

Als Marokkaanse politicus zit je in een spagaat, zegt Bouchibti. „Ben je hard tegen de Marokkaanse gemeenschap, dan krijg je het verwijt dat je een verrader bent. Maar andersom is het ook niet goed, zegt ze. Want als je het voor de probleemjongeren opneemt, krijg je het verwijt dat je ze in een slachtofferrol drukt.

Marcouch koos onlangs voor de eerste benadering. Tuig, etterbakken en criminelen, noemde hij keer op keer de jongeren die in Slotervaart auto’s in brand staken. Even was hij weer agent. De kritiek uit de Marokkaanse gemeenschap kwam inderdaad. Dat hij te hard was. En dat het wel „ons tuig” was.

Een loyaliteitsconflict? Hij heeft er geen last van. Dit is zíjn samenleving en ook de hunne.

Elke zaterdag gaan Marcouch en de meeste van zijn veertien broers en zussen naar hun vader. De 84-jarige Marcouch ontvangt tegenwoordig in een woning met zes kamers. Ze drinken thee en praten. De laatste keer discussieerde de familie Marcouch over de onlusten in Slotervaart. Je zit op de goede lijn, prezen zijn broers. Je moet scherp en hard zijn en de verantwoordelijkheid bij de ouders leggen, zeiden ze. Nee, zei een zus, zo simpel is het niet. Die jongens hebben zorg nodig.

Marcouch erkent dat de etnische solidariteit bij sommige familieleden nog wel speelt. Wat hij toen deed? „Ik kom met argumenten. En ik leg uit dat als je denkt dat deze jongeren niet genoeg kansen krijgen, je niet weet hoe het zit.” Als je niet hard bent, zegt hij, verklaar je de mensen ziek. „Kom, wij houden je handje vast en regelen het wel.” Nee, zegt hij, wij creëren de basiscondities en dan moet je zelf je kansen grijpen.

Hij is een echte politieman, zegt wethouder Asscher. En dus praat hij niet omfloerst. Dat vindt Asscher geen probleem. „We doen alles om die jongens te helpen. We steken geld in allerlei voorzieningen. Maar zij steken gewoon hun middelvinger op. Ja, dan is Marcouch snoeihard.” Opvoedingskampen, de ouders korten op de uitkering, ze naar familie in Marokko sturen. Als het aan Marcouch ligt, mag het allemaal geprobeerd worden. Hij heeft een permanente zorg, zegt Hans Luiten, ex-voorzitter van stadsdeel Bos en Lommer. „Dat mensen niet meedoen, niet nadenken en dan terechtkomen in de hoek van de criminaliteit of de orthodoxe islam.”

Het Hofstad-syndroom, zegt Fatima Elatik, wethouder in Zeeburg, de angst dat er tussen het tuig een potentiële terrorist zit. „Vorige week, met die incidenten, houd je je hart vast uit angst dat er weer een jochie stoer wil doen of martelaar wil worden.”

Na bijna tien jaar politie werd Marcouch in 2003 ambtenaar Jeugd en Veiligheid in Zeeburg. Elatik was zijn baas.

Toen Marcouch vorig jaar stadsdeelvoorzitter werd, stelde hij als eerste in Amsterdam een antiradicaliseringsplan op. Daarin komt veel van hem zelf terug. Zoals het belang van onderwijs en het bevorderen van de dialoog tussen verschillende godsdiensten. Hij wil de jongeren laten nadenken.

Zijn stadsdeel is geweldig vindt Marcouch. Er zijn delen verpauperd, geeft hij toe. Maar daar wordt gesloopt en gebouwd. Dat komt wel goed. Maar komt hetgoed met de inwoners? We investeren in onderwijs en welzijn, is zijn antwoord. Hij hoopt dat het goed komt. Er zijn genoeg Marokkanen die dat willen, zegt hij. Die zijn het tuig en de relschoppers ook zat. Dat hoort hij vaak genoeg op Marokkaanse feestjes. Dan noemen ze keiharde maatregelen. Zet ze in de woestijn. Echt, Wilders is er niks bij. Als mensen hier kinderen krijgen, zegt hij dan, wordt het hun land.