Kamerleden verdeeld over Guantánamo

De Tweede Kamerleden die vorige week een bezoek aan Guantánamo Bay hebben gebracht, zijn sterk verdeeld over de wenselijkheid van de Amerikaanse marinebasis in Cuba. Daar worden verdachten van terrorisme vastgehouden.

De meningen liepen uiteen van „een promotour van het Pentagon” (GroenLinks) tot „het ziet er spic en span uit” (VVD).

Leden van de Kamercommissie voor buitenlandse zaken bezochten Guantánamo Bay vorige week op uitnodiging van de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, Roland Arnall. Van tevoren kregen ze briefings van het Rode Kruis en Amnesty International. Ter plaatse werd er gesproken met onder meer de gevangenisleiding, bewakers en medische staf.

Geert Wilders (PVV) vindt dat Nederland behoefte heeft aan een eigen Guantánamo Bay. „Ik heb al eerder gepleit voor een vorm van administratieve detentie voor mensen die nog niet over de grens van het strafrecht heen zijn, maar over wie inlichtingendiensten wel al belastende informatie hebben. Het gaat hier om de oorlog tegen terrorisme.”

Hans van Baalen (VVD): „Ik heb ook inzage gehad in het handboek voor de omgang met gevangenen, en op mij maakte het allemaal een uitstekende indruk. Hoe de verhalen over martelingen de wereld in komen, weet ik niet. Oud-gevangenen kunnen altijd zeggen dat ze gemarteld zijn.”

Volgens Mariko Peters (GroenLinks) hoopten de Amerikanen „dat we onder de indruk zouden raken van de nieuwe gebouwen, maar het probleem op Guantánamo is het schimmige rechtsysteem. Men zei tegen ons: dit zijn boeven, terroristen, die verdienen geen luxuries. Maar hoe weten we wat de gevangenen gedaan hebben?”

Hans van Baalen (VVD) is voorstander van een internationaal strafhof voor de veroordeling van terroristen. „De VS kunnen de strijd tegen het terrorisme niet alleen voeren.” Joël Voordewind (ChristenUnie) zegt dat hij sinds het bezoek aan Guantánamo „meer begrip” heeft gekregen voor de „internationale dimensie. De VS slepen voor de rest van de wereld de kastanjes uit het vuur.”

Opinie: pagina 7