Jacht op verlaten mijnen, fabrieken en hoogovens

Urban explorers gaan op pad als een nieuw soort ontdekkingsreizigers.

Ze zoeken naar vergane glorie en leggen die op beeld vast.

„Ik moet altijd even kalmeren als ik net binnen ben.” Dimitri van Veenen haalt diep adem en zet zijn statief naast zijn rugtas neer. Hij is zojuist met zijn collega Barth la Lau door een opengebroken deur geklauterd die toegang geeft tot een oude aardappelmeelfabriek. Nu staat hij in een enorme verlaten ruimte. Door het dak vallen druppels, die zich bij de plassen op de grond voegen. Verder is het doodstil. En koud. Barth steekt een sigaret op. De rook verwaait in de hoge hal van de voormalige fabriek in Coevorden, Drenthe. Doel van de inbraak: het vastleggen van vergane glorie.

Dimitri (31), grafisch vormgever en Barth (29), hovenier, zijn de auteurs van de website vergane-glorie.nl. Op deze plek houden de mannen een fotolog van hun ontdekkingstochten of urban explorations bij. Zo vaak mogelijk gaan ze op jacht naar verlaten fabrieken, hoogovens, mijnen, ziekenhuizen. Producten van de-industrialisatie, suburbanisatie en verwaarlozing. Gewoon, om te kijken. En de eenzaamheid te proeven. Coevorden is een gelukstreffer, want in Nederland zijn geschikte locaties dun gezaaid. Dimitri: „Dit land is aangeharkt.” In Duitsland is veel meer aan verlaten industrie te vinden. Maar België is favoriet. Barth: „Belgen zijn zo nonchalant. Dat land is één grote bouwval. Geweldig.”

Bij hun ontdekkingstochten komen de mannen soms rare dingen tegen. Zwervers, junks, bewakingshonden, maar ook een verwarming die al jaren staat te loeien, zoals in psychiatrisch ziekenhuis Santpoort in Bloemendaal. Soms hangt er een beklemmende sfeer. Dimitri: „Dat had ik in een oud psychiatrisch ziekenhuis in Luik, le Valdor. Die plek had zoveel geschiedenis.” En er is het risico opgepakt te worden. ,,Bij een kasteel in de Ardennen stonden ze ons al op te wachten. We hadden de politieauto niet gezien. Maar ja, we doen strikt genomen weinig verkeerd.”

Op de eerste verdieping van de aardappelmeelfabriek zijn op sommige plaatsen de vloerplanken rot, op andere plaatsen steken stukken glas uit het dak in de grond. Urban exploring is niet helemaal zonder gevaar. „Gisteren viel Barth nog van een hek van twee en een halve meter. Ik ben ooit door een vloer gezakt. Gelukkig bleef ik bij mijn middel steken.” Dimitri gaat nooit alleen op stap. „Ik ben een angsthaas. Barth niet, die is voor niks bang.”

Exploring is een internationale bezigheid. In Nederland is er een handjevol mensen dat regelmatig op stap gaat. Op urbexforum.com ontmoeten ze elkaar. De urban explorer is „het type man dat graag met een biertje in de hand staat.” Er zijn niet veel vrouwen in het vak. „Te eng, misschien.”

Bart en Dimitri klauteren een wankel trapje op. De schuine daken van de hoge zaal die ze betreden zijn van gebarsten glas. De muren waren ooit wit. Achter in de zaal blijkt een schot los te zitten, waar je achterlangs kunt kruipen. Opeens bevindt de expeditie zich op acht meter hoogte, tussen twee gebouwen in. De schuin oplopende transportbrug loopt naar een enorme fabriek met stoffige transportbanden. Barth, de klimmer van het stel, bungelt als eerste boven een ingestort trapgat. Binnen enkele minuten staan de mannen in een nieuwe wereld. Barth steekt opgetogen een sigaret op. Dimitri trekt een blik Schultenbräu open. „De spanning, dat telt mee. En de liefde voor dingen die kapot gaan. Het verval. Je hebt mensen die houden van licht en je hebt mensen die houden van donker.” Barth: „Op het kerkhof hielp ik ooit met het ruimen van graven. Toen zag ik een vrouw liggen. Of eigenlijk alleen haar skelet, met een jurkje er omheen. Ik vond dat mooi, ik bleef daar naar kijken.”

De mooiste locatie die Barth ooit bezocht heeft, is de kolenmijn Hasard Cheratte, bij Luik. „De mijnwerkers kunnen daar elk moment weer binnen komen lopen.” Dimitri: „Die mijn ging van de ene op de andere dag dicht. De directeur was er in 1977 in een weekeinde met het geld vandoor gegaan. Maandagochtend stonden de werkers op de stoep, maar toen ging het hek niet meer open. Alles hangt er nog. Er staan zelfs nog schoenen.” Is Vergane Glorie ook geïnteresseerd in puinhopen of oude bruggen? Barth denkt na. „Nee, je moet wel naar binnen kunnen, een ruimte betreden.” Waarom? Het valt even stil: „Je bent heel klein in zo’n grote fabriek. Alsof je zelf al ín de foto staat.”

Meer informatie en foto’s: www. vergane-glorie.nl