Het eerste Splash! Festival toont de gewone rappende man

Hiphopper Guilty Simpson: „It’s hiphop ’till I die” Foto Andreas Terlaak Hiphopper Guilty Simpson tijdens zijn optreden op het Splash Festival. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

Concert: Splash! Festival. Gehoord: 27/10, Melkweg Amsterdam.

Dat hiphop regelmatig wordt geassocieerd met voluptueuze clipmodellen en in zonlicht sprankelende sieraden, is te danken aan het handjevol rappers dat het goede leven van de hiphopmiljonair geniet.

Naast die paar breed uitgemeten succesverhalen zijn via internet, optredens en albums vooral heel veel relevante rappers actief die al blij zijn wanneer ze aan het eind van de maand voldoende overhouden om de huur te kunnen betalen.

Op de eerste editie van het festival Splash! in de Melkweg in Amsterdam – een dependance van een groots hiphopfestival dat elke zomer in Duitsland plaatsvindt – stond de rappende gewone man centraal.

Rappers als de bleke Mr. Metaphor, die je op straat zo een muntstuk in de hand zou drukken. Hij is een slungelige rapper die anno 2007 nog steeds de oeroude hiphopwet toepast die voorschrijft dat zoveel mogelijk woorden in de raptekst uitgespeld moeten worden (‘I’m a man, m.a.n.’) en die – vooral wanneer zijn dj zwijgt – overkomt als de rappende variant van een raaskallende straatmuzikant.

Splash! biedt een uitgelezen kans een aantal rappers op één avond te zien die de status ontberen om eigenhandig een zaal uit te verkopen maar die wel degelijk deel uitmaken van de progressieve voorhoede van de straatcultuur. Zoals rapper Guilty Simpson, een protégé van de begin vorig jaar overleden hiphopproducer Jay Dilla uit Detroit, die binnenkort een album uitbrengt bij het label Stones Throw. Hij vatte het overkoepelende thema van het festival krachtig samen met de zin: ‘It’s hiphop ‘till I d.i.e.’

Guilty Simpson is een soepele rapper die snel schakelt tussen rijmschema’s en rapstijlen. Hij overtuigt met zijn presentatie, inhoudelijk zijn de avonturen van de straat die hij oplepelt minder opvallend.

De door Jay Dilla geproduceerde single It’s A Man’s World inclusief James Brown-sample is exemplarisch voor de muziek van Dilla en Simpson: versnelde soulsamples, stotterende rauwe drums, bombastische geluiden.

Aansluitend treedt Black Milk op, een rappende producer uit Detroit die zich met het sterke Popular Demand begin dit jaar de troonopvolger van Jay Dilla toonde, met een vergelijkbaar soulvol knip- en plakgeluid. De producer verraste op zijn cd als rapper maar klinkt live een stuk matter.

Rapper Sean Price overtuigde met een vergelijkbaar optreden: rauwe drums, bombastische soulsamples, een opzwepende presentatie en een ego waarvoor hij bij het inchecken in New York vast honderd kilo overgewicht heeft moeten betalen (‘This people ain’t ready for my shit…’).

Het optreden begon wat laat omdat de rapper in de andere zaal had gekeken naar de curieuze aanfluiting van veteraan K-Solo en de grimmige rapper Canibus: begaafde hiphoplegendes die rondspringend in soldatenpakken even indruk maakten tot bleek dat de vocalen vooral van een tape kwamen.

Twee grote namen – Grand Puba en Murs – ontbraken op Splash! vanwege reisproblemen. Het belangrijkste afsluitende optreden was nu voor Joell Ortiz, de nieuwe protégé van hitproducer Dr. Dre (o.a. Eminem en 50 Cent).

Ortiz maakt op zijn albums indruk met nummers waarin hij onafgebroken aan één stuk door rapt. Live is zijn stem hoger en mist een nummer als Brooklyn Bullshit de rauwe bluesrand die het op plaat wel heeft. Op het podium is de veelbelovende Ortiz ook gewoon een man met een petje die nog maar eens vraagt of ‘hiphop in the building’ is.