Gardiner ziet Brahms als de late opvolger van Bach

Orchestre Révolutionnaire et Romantique, Monteverdi Choir en solisten o.l.v. J.E. Gardiner. Gehoord: 26, 27/10 Rotterdam; Amsterdam. Radio 4: 30/10 20 uur. Tv: 6, 7, 20, 21/1 NPS Ned. 2.

Sir John Eliot Gardiner heeft twee gezichten. Hij is de veelgeprezen ‘authentieke’ dirigent van oude en barokmuziek en de al even succesvolle dirigent van 19de eeuwse muziek. Op twee fenomenaal uitgevoerde concerten met zijn Orchestre Révolutionnaire et Romantique en het onvolprezen Monteverdi Choir in Rotterdam en Amsterdam, verbond Gardiner dit weekeinde zijn twee specialiteiten tot een groots en uniek evenement, dat deels ook nog op radio en tv wordt uitgezonden.

Gardiner presenteerde in twee verschillende programma’s – onderdelen van een groter project – Brahms als de opvolger van Bach, die al het voorgaande samenvatte. De oude religieuze muziek van Schütz en Bach is hier de basis van de nieuwere muziek van Mendelssohn, Schumann en Brahms.

Het vrijwel geheel vocale mini-festival was voorbeeldig geprogrammeerd. Het begon in Rotterdam met Brahms’ Nänie – ‘Auch dat schöne muss sterben’ op een tekst van Schiller – en het eindigde in Amsterdam met Brahms’ Ein deutsches Requiem op teksten uit de bijbelvertaling van Luther.

In Rotterdam klonk op muziek van Mendelssohn Luthers liedtekst Mitten im Leben sind wir mit dem Tod umfangen. Het Amsterdamse concert opende met Brahms’ Begräbnisgesang, een voorstudie voor het Requiem .

De psalmtekst Wie lieblich sind deine Wohnungen, al door Schütz gecomponeerd, kwam ook terecht in Brahms’ Requiem. Met meer voorbeelden – zoals het door Brahms bewerkte koraal Es ist genug van Ahle (16625-1673) en Bachs cantate O Ewigkeit, du Donnerwort (BWV 60) – legde Gardiner een dicht weefsel van dwarsverbanden dat bijna driehonderd jaar besloeg.

Dat naast al dit vocale werk in Rotterdam ook nog Brahms’ Tweede symfonie klonk, is geen probleem voor wie Ein deutsches Requiem beschouwt als een koorsymfonie waarin het koor vaak de orkestpartij aanvult. De zonnige Tweede symfonie kreeg met een ‘authentieke’ bezetting een even klassieke als sfeervolle uitvoering met een goudgele nevelige orkestklank, warm, loom, licht en transparant. Dat er met vijf natuurhoorns soms wat misging, was geen wonder en ook van weinig belang.

In de magistrale uitvoering Ein deutsches Requiem, intens, beeldend, met een indrukwekkende innerlijke rust en prachtige pianissimi, realiseerde Gardiner een vloeiende, natuurlijke dynamiek en een ronde, roodfluwelen klank, ideaal in Brahms. Keurig zong bariton Dietrich Henschel, de sopraan Katherine Fuge was in Ihr habt nun Traurigkeit een engel op aarde.