Garbarek: zilverig, zuiver, licht

Concert: Jan Garbarek Group. Gehoord: 27/10 Lantaren/Venster, Rotterdam.

De Deense en Zweedse jazz is altijd al meer door Amerika beïnvloed dan de Noorse jazz. Grote Amerikaanse jazzmusici vestigden zich voor een tijd in Kopenhagen en Stockholm, de Noorse muziekscene houdt het er op dat Oslo altijd te koud is geweest voor invloeden van buitenaf.

Noorwegen staat bekend om zijn vrije, eigenzinnige muziek. Het is een broedplaats van nieuwe stromingen. Vanaf de jaren zestig en zeventig is de jazz vooral aangejaagd door musici als Jan Garbarek. De saxofonist en componist sloeg nieuwe wegen in op progressieve kwaliteitslabels als ECM en kreeg de Noorse jazz op de Europese kaart met ruimtelijke en avontuurlijke muziek.

Dit weekeinde kwam hij met zijn internationale groep: pianist Rainer Brüninghaus, bassist Yuri Daniel en drummer Manu Katché, met wie hij op verrassend stevige wijze van zich deed spreken. Niet alleen bracht hij, in zijn eigen tentachtige decor, zijn eigen geluidsboxen mee voor een harde sound. Maar het wat esoterische, wat verlichte geluid, dat veelal terug te horen is in de jazz uit het noorden, kreeg ook jaren zeventig-fusion en rockjazz elementen mee.

Steeds weer leidden de sierlijke en soms wat slepend opgebouwde composities tot aanzwellende, filmisch aandoende climaxen met stevige ritmes. Daarin was het aandeel van de Franse drummer Manu Katché sprankelend. Hij is altijd meesterlijk in het kleuren van maten met minuscule details. Garbarek, op zowel tenor als sopraansaxofoon, sprak de hele show geen woord. Zijn solo’s zeiden genoeg: zilverig zuiver, hoog en licht, soms dromerig en meestal toch heel aards.

De Noor heeft de wroetende vrije improvisatievormen losgelaten. Nu kennen zijn composities een duidelijke melodische en harmonische structuur. Dat maakt zijn jazz misschien wat minder avontuurlijk dan toen, maar het deed geen afbreuk aan het hoge niveau van spelen. De stroom aan ideeën vloeit onverminderd door.