Eerst de barbecue, dan de Britten

Het Britse volleybalteam is voor een jaar ondergebracht bij Martinus. De nationale ploeg speelt in de A-League, maar de internationals moeten helpen bij het opbouwen van tribunes en het leggen van vloeren als de vrouwen Champions League spelen.

Frits Suèr is een oude rot in het volleybal, die bij de Amstelveense club Martinus aan de wieg van menig kampioensteam heeft gestaan. Nieuwsgierigheid lokte hem twee weken geleden naar de Bankrashal om het debuut van het nationale Britse mannenploeg als clubteam van Martinus in de nieuwe A-League bij te wonen. Met de wijsheid van een doorgewinterde volleybalwatcher stelde Suèr vast dat het goed was, ondanks de 3-0 nederlaag tegen landskampioen Dynamo. „Ze speelden nog enigszins naïef, maar het viel niet tegen.”

Suèr kijkt er niet meer van op als zich volleybalexoten bij Martinus melden – „we houden wel van onderscheidend en afwijkend”. Maar een heel team buitenlanders, dat ook nog eens een nationale ploeg vormt, is zelfs nieuw voor Suèr. Nu de Britten vijf weken bezig zijn in Amstelveen, is zijn gereserveerde houding omgeslagen in sympathie voor die nog wat onbeholpen, maar hardwerkende en vooral enthousiaste volleyballers. „Die jongens gaan binnen de vereniging een warme plaats veroveren”, voorspelt de man die in de jaren tachtig intensief betrokken was bij het Bankrasmodel, de noemer waaronder het Nederlandse mannenteam zich tot olympisch kampioen opwerkte.

Het is toch vreemd als tijdens de training van een volleybalploeg uit de Nederlandse eredivisie in een Amstelveense sporthal de voetbalprestaties van Engeland en Schotland van de avond ervoor hartstochtelijk worden besproken. De stemming is die ochtend bedrukt, omdat zowel Engeland (van Rusland) als Schotland (van Georgië) zijn kwalificatiewedstrijd voor het Europees kampioenschap van 2008 in Zwitserland en Oostenrijk heeft verloren. Het Engelse smaldeel in de selectie vestigde toen nog zijn hoop op de rugbyers, die twee dagen later de WK-finale tegen Zuid-Afrika moesten spelen. Tevergeefs, blijkt achteraf.

Gelukkig voor de Nederlandse bondscoach Harry Brokking – „ik heb het dragen van Engelse een Schotse shirts verboden” – vinden zijn spelers elkaar die dag in treurnis over de voetbalnederlagen. De sfeer in de selectie had grimmiger kunnen zijn als een van de twee nationale voetbalteams had gewonnen. Want de scheidslijn tussen de Engelse en Schotse spelers is nog steeds voelbaar.

Zeer zeker in de volleybalploeg, die pas vanaf juni dit jaar onder de Britse vlag bijeen is gebracht. Daarvoor bestonden alleen de nationale teams van Engeland en Schotland. Maar het beste wat beide landen op volleybalgebied hebben te bieden, is verzameld in de nieuwe selectie van Groot-Brittannië. En dat allemaal om in 2012 te kunnen meedoen aan de Olympische Spelen in Londen, waarvoor alleen een Brits team toegang krijgt. Brokking is voor vijf jaar aangesteld om van niets iets te maken. Want topvolleybal in Groot-Brittannië stelt internationaal niks voor; het niveau is vergelijkbaar met de Nederlandse tweede divisie.

Na vier maanden intensief trainen heeft Brokking het niveau al aardig opgekrikt. Dat is ook dringend gewenst, want de oud-bondscoach van het Nederlandse team heeft zijn club Martinus plechtig beloofd dat hij met de Britse nationale ploeg de licentie van de A-League gaat veiligstellen. Martinus hoopt voor de jaren daarna een hoofdsponsor te vinden, zodat Britse internationals weer kunnen plaatsmaken voor eredivisiewaardige Nederlandse spelers. Brokking op zijn beurt hoopt na dit seizoen zijn beste spelers aan clubs in sterke buitenlandse competities te kunnen slijten, zodat zij aansluiting kunnen vinden bij de internationale top.

En dan te bedenken dat een barbecue, ter seizoensafsluiting van het ‘ouwe-lullen-team’ van Martinus, de aanleiding was tot deze curieuze, internationale kruisbestuiving. Henk Priem, voorzitter van de Stichting Topvolleybal Martinus, klaagde tussen de happen gegrild vlees door tegenover Brokking zijn nood over de samenstelling van de selectie. Hij miste het geld van een sponsor om een volwaardig team samen te stellen. Volgens Priem restte Martinus weinig anders dan het mannenteam terug te trekken uit A-League. Tot Brokking met een serieuze ondertoon grapte: „Waarom vraag je mij niet om die plek met de Britse ploeg in te nemen?”

Waarop Priem afhoudend reageerde. „Ik vatte het op als een dolletje. Maar na er een weekeinde over nagedacht te hebben, vond ik het idee zo gek nog niet. Ik heb Harry gebeld en gezegd: we moeten de mogelijkheid maar eens onderzoeken.”

Hoewel de Nederlandse volleybalbond verbaasd reageerde, stond de NeVoBo deze oplossing niet in de weg. En nadat Brokking de Britse volleybalbond van het nut had overtuigd, werd de deal gesloten. Het nationale team van Groot-Brittannië speelt als Martinus in de nationale competitie. De teamkosten komen voor rekening van de Britse federatie en Martinus regelt huisvesting en vervoer voor de spelers – er zijn zelfs tweedehands fietsen voor de spelers gekocht. Daarnaast neemt de club de zaalhuur voor zijn rekening.

De enige voorwaarde die Martinus aan de spelers stelde, was dat ze moesten integreren in de vereniging. Priem: „Wat betekent dat ze moeten helpen bij het inrichten van de zaal bij wedstrijden van andere teams. Maar ook tribunes moeten opbouwen en vloeren moeten leggen als ons eerste vrouwenteam een Champions-Leaguewedstrijd speelt. En dat doen ze enthousiast. Er zijn zelfs al twee spelers (Alex Porter en Ben Pipes, red.) die andere teams van Martinus trainen.”

Voor Brokking was het erg wennen, werken met zwakke Britten in plaats van Nederlandse internationals of sterke Poolse clubspelers. „Ik ben erg geschrokken bij mijn kennismaking met de Britse competitie”, zegt de coach. „Ik vond de zalen en het niveau verschrikkelijk. Zeker als je uit Polen komt, waar alles top is: het geld, het niveau en de beleving. Dit betekende een teruggang naar de kelder.”

Waarom Brokking desondanks een contract heeft getekend? Omdat zijn Poolse club Tzestochowa hem geen contractverlenging kon garanderen en hij gelokt werd door een dienstverband van liefst vijf jaar én het vooruitzicht hoofdcoach tijdens de Olympische Spelen te kunnen zijn. „Ik heb als verantwoordelijk coach EK’s en WK’s meegemaakt, maar nog nooit de Spelen. Dat is voor mij de ultieme motivatie.”

Brokking onderwerpt zijn spelers vanaf juni aan een fulltime-programma met twee trainingen per werkdag en een wedstrijd in het weekeinde. „Ik heb met krachttrainingen eerst de nadruk op hun fysieke ontwikkeling gelegd. Van daaruit bouw ik verder. Tot zover ben ik tevreden. De spelers houden van sport, hebben een goede mentaliteit en zijn bereid hard te werken. Ik vind dat na vier maanden behoorlijke progressie is geboekt. Wat ze nog wel moeten leren is professioneel leven; wat vaker van de fish and chips en potten bier afblijven. Anderzijds, wie niet de juiste mentaliteit heeft, zal afvallen. De selectie is geen gesloten systeem.”

Volgens Yassir Sliti hebben de spelers het erg naar hun zin in Amstelveen. Ze zien hun verblijf in Nederland als een uitgelezen kans verder te komen. En van scheiding der geesten tussen Engelsen en Schotten is volgende de Londenaar Sliti geen sprake meer. „Aanvankelijk wel, maar intussen zijn we naar elkaar toegegroeid. Ik durf te beweren dat we inmiddels een hecht team vormen. Ja, daar draagt ons verblijf in Nederland toe bij. Ik vind ook dat we allemaal beter zijn geworden. Mag ook wel, na vier maanden intensief trainen. Nee, dat viel niet altijd mee. Vooral de lange duur wreekte zich soms. Ik heb voor het eerst van mijn leven geen vakantie gehad. Maar het zal lonen, daar ben ik van overtuigd.”

En met enig bravoure: „Ik voorspel dat we de halve finales van de play-offs halen.”

Een boude bewering, nadat Martinus afgelopen zaterdag met 3-1 van laagvlieger HvA Volley (Hogeschool van Amsterdam) verloor. Als dat zo doorgaat, kan alleen de tijd de Britten redden.