Een opera op instapniveau

De opera Kwasi en Kwame ligt makkelijk in het gehoor, vindt recensent Jochem Valkenburg.

Zelfs het boegeroep voor de bas duidt op goed acteerwerk.

Zwart of wit? De symboliek ligt er dik bovenop als de jonge Ashanti-prinsjes Kwasi en Kwame van een Nederlandse afgevaardigde kleur moeten kiezen voor een potje schaak. De opera, gebaseerd op Arthur Japins succesvolle roman De zwarte met het witte hart (1997), vertelt het waargebeurde verhaal van hun gedwongen migratie naar Nederland in 1837, en de tijdloze problemen die zich voordoen bij hun poging tot assimilatie (Kwasi) of identiteitsbehoud (Kwame).

Japin bewerkte zijn roman zelf tot libretto, met gevoel voor poëzie en theater, maar soms ook als de schrijver die te veel dierbare scènes wil handhaven. Een ander zou het wellicht kernachtiger hebben gedaan, en bijvoorbeeld het lange ‘Afrikaanse’ begin hebben overgeslagen.

De Engelse componist Jonathan Dove, die de muziek schreef, is in eigen land een bekendheid. Zijn bescheiden roem in Nederland dankt hij vooral aan de ‘vliegveldkomedie’ Flight, over een asielzoeker tussen westerse reizigers, in 2001 te horen bij de Reisopera. Voor Kwasi en Kwame componeerde hij een hypertoegankelijk mengsel van Glass- en Adams-achtig minimalisme vol herhaalde patroontjes in het orkest en makkelijk in het gehoor liggende zanglijnen.

De verschillende locaties kleurt hij met lokale klanken: quasi-Afrikaanse marimba’s, Hollands klokgebeier en Indonesische gamelan. Volgens een afgezaagde traditie in de westerse kunstmuziek staan vijftonige toonladders (de zwarte toetsen op de piano) hierbij voor het ‘exotische’. Helaas doet Dove vervolgens weinig om zulke clichés op hoorbare wijze muziekdramatisch te ontwikkelen, al laat hij in de tweede akte wat meer dissonantie en ondermijning toe.

Opera O.T., dat met Kwasi en Kwame zijn tiende grote operaproductie maakt, levert een sterke prestatie, samen met het energiek spelende Domestica Rotterdam. Regisseurs Timmers en Koen plaatsen het verhaal in een transparante setting, waarbij ook het verrijden van de net niet abstracte decoronderdelen onderdeel van het schouwspel is. Van de zangers maakt vooral Philippe Do in zijn bijrol indruk. Dat bas Hubert Claessens als de foute Cornelius na afloop boegeroep oogstte, zegt alles over zijn goede acteerwerk in dit eigentijdse muziektheater op instapniveau.

Opera

Kwasi en Kwame door Opera O.T. en Domestica Rotterdam.

o.l.v. Wim Steinmann. Muziek: Jonathan Dove, libretto: Arthur Japin, regie: Mirjam Koen en Gerrit Timmers. Tournee t/m 27/5. Info: www.ot-rotterdam.nl