Een nieuwe Rembrandt of een miskoop

In Engeland werd vrijdag 3,1 miljoen euro betaald voor wat mogelijk een nieuw ontdekt zelfportret van Rembrandt is. De koper deed een grote gok: de echtheid staat allerminst vast.

Een nieuwe Rembrandt ontdekt! De koper die vrijdag in Groot-Brittannië bij het kleine veilinghuis 2,2 miljoen pond (3,1 miljoen euro) betaalde voor het schilderij De jonge Rembrandt als Democritus de lachende filosoof, rekent erop dat hij een nieuw ontdekte Rembrandt heeft gekocht. Dat hadden enkele kenners immers gezegd. Maar deze anonieme kunsthandelaar waagt een grote gok: alleen het kennersoog voldoet tegenwoordig niet meer. Hoe herken je een vroege Rembrandt?

Het schilderij, uit privébezit, werd aanvankelijk toegeschreven aan een volgeling van Rembrandt, mogelijk zelfs pas uit de 19de eeuw. Het veilinghuis, Moore Allen & Innocent te Gloucestershire, rekende dan ook op zo’n 800 pond; duizend euro.

Maar de ontdekker van het schilderij, kunsthistoricus Jan Six, is er van overtuigd dat het een echte Rembrandt is. Sinds deze maand is hij hoofd van de afdeling Oude Meesters van Sotheby’s Amsterdam. Bij deze verkoop trad hij op als adviseur van een geïnteresseerde koper, die tijdens de veiling moest afhaken. Six, die het schilderij alleen op een plaatje heeft gezien, zegt: „Als iemand er 2,2 miljoen pond voor overheeft, is dat een goede indicatie dat hier iets aan de hand is.” Six verwijst voor zijn toeschrijving naar een publicatie van E.W. Moes, Iconografia Batava uit 1897, waarin het werk vermeld staat, maar dat is niet genoeg.

Wie de foto van het schilderij bekijkt krijgt onvermijdelijk associaties met Rembrandt. Het schilderij is niet zozeer een zelfportret, maar eerder een ‘tronie’, een studie in expressie en lichtval, waarvoor Rembrandt model kan hebben gestaan. In de jaren rond 1629, toen hij nog in Leiden woonde, heeft hij vaker dergelijke studies geschilderd. Verwant is zo’n kop in het Germanisches Nationalmuseum in Neurenberg. Een kopie daarvan uit het atelier van Rembrandt hangt in het Mauritshuis. Ook De lachende soldaat in het Mauritshuis is verwant. Dat het schilderij op koper is geschilderd is uitzonderlijk, maar het komt in Rembrandts werk driemaal voor.

Van het schilderij kan voor deskundigen echter nog allerminst vaststaan dat het een Rembrandt is. Unaniem en onafhankelijk van elkaar is hun mening dat men op grond van een foto geen uitspraak kan doen. Men wil het schilderij eerst graag zien. Maar pas na reiniging en na een grondig technisch onderzoek kan een uitspraak worden gedaan. Het zou van de hand van Rembrandt kunnen zijn, het kan van een leerling of van een naaste medewerker zijn, of het is een co-productie. In de grote overzichtswerken van Bredius en Valentiner staat het schilderij niet vermeld.

Rembrandt-biograaf Gary Schwartz laat uit New York weten dat hij tamelijk positief staat tegenover de toeschrijving. Hij wijst op de verwantschap met de kleine, bovengenoemde portretten, met name op de hoek waaronder de kop is geschilderd en de lichtval op de kraag.

Conservatoren van Museum het Rembrandthuis en de restaurateur van het Rijksmuseum Martin Bijl, zouden het schilderij graag zien en doen ook geen uitspraak. Wel wijst Bijl erop dat het schilderijtje in formaat afwijkt van de andere op koper geschilderde werken. Rembrandt gebruikte op koper een grondering van goud, maar op de detailfoto’s kan hij op beschadigde plekken, waar de ondergrond zichtbaar is, daar geen spoor van terugvinden. Ook heeft hij de indruk dat de signatuur niet in de natte verf is gezet, maar er later is opgezet. Het portret doet hem sterk denken aan het werk van Jan Lievens, die in deze jaren met Rembrandt samenwerkte.

Omdat het portret op koper is geschilderd kan geen uitspraak over de ouderdom van de drager worden gedaan, zoals bij paneel het geval is. Het Rijksmuseum is wel om een oordeel gevraagd; de conservatoren concludeerden op basis van foto’s dat het mogelijk door een tijdgenoot van Rembrandt is gemaakt.

Voor hoofdconservator Peter van der Ploeg van het Mauritshuis was het een verrassing. Ook hij doet geen uitspraak over de authenticiteit. Wel wijst hij er op hoe moeilijk het is om bij zo’n vroege Rembrandt, waarbij de kwaliteit van het werk zo wisselend is, een uitspraak te doen. „Maar”, zegt hij, „als een verzamelaar ervan overtuigd is dat het een authentieke Rembrandt is, dan is het de gok waard.”