Een Mac waar ook Windows op past

Leopard, het nieuwe besturingssysteem van Apple is sinds dit weekeinde te koop.

Kan dit luipaard zelfs Windows-gebruikers tot de Mac bekeren? Een recensie.

Vooruit, in New York stonden een paar honderd mensen in de rij. En in de Amsterdamse Apple-winkel hadden verkopers zich geschminkt als luipaarden. Maar de eerste verkoopdag van Apple’s nieuwe besturingssysteem Leopard (Mac OS X 10.5) leverde niet zulke hysterische taferelen op als een paar maanden geleden tijdens de verkoopstart van de iPhone.

Niet zo vreemd, aangezien de meeste gebruikers van personal computers werken met Microsoft Windows. Slechts 3,2 procent van alle desktops en notebooks draait op Mac OS X, het besturingssysteem van Apple. Toch groeit het aantal Apple-gebruikers de laatste jaren snel. Met name in de particuliere markt heeft de merknaam aan bekendheid gewonnen, dankzij populaire gadgets als de iPod en die nieuwe iPhone.

Leopard, oftewel OS X 10.5, biedt minder spectaculair nieuws dan de knoploze gsm of de switch die Apple vorig jaar maakte naar ‘gewone’ Intel processoren. Eigenlijk herbergt het besturingssysteem maar één echt revolutionaire functie: dankzij de applicatie Boot Camp kunnen gebruikers tijdens het opstarten kiezen om in Windows XP-Vista of het nieuwe OS X 10.5 te werken. Zo hoopt het bedrijf verstokte Windows-gebruikers over de streep te trekken om een Mac te kopen, in de wetenschap dat daarop ook hun ‘oude’ besturingssysteem en software kan blijven draaien.

Boot Camp was – geheel tegen Apple’s traditie in – al geruime tijd als testversie te downloaden en de reacties waren enthousiast. Zelfs verstokte Mac-gebruikers vonden het prettig om Windows te installeren, bijvoorbeeld om games te spelen. Jarenlang maakte Apple reclame met het motto dat het tijd was om te switchen – te veranderen van Windows naar OS X – maar die strategie lijkt losgelaten. De boodschap is nu dat Windows-gebruikers zich ook thuis zullen voelen op een Mac. Saillant detail: op de nieuwe Apple-keyboards is het Apple-icoontje, het equivalent voor de Windows-toets op de pc-toetsenborden, al verdwenen.

Leopard heeft ook veel in huis om Mac-adepten gelukkig te maken. Vooral kleine handigheden die tijd besparen. En grotere aanpassingen, zoals de versnelde weergave van bestanden (‘Quickview’). Zo hoef je geen apart programma meer te openen om een Word-document, een pdf-bestand of een filmpje te bekijken. Apple’s Finder kan nu ook met cover flow ‘bladeren’ door bestanden en lijkt daarmee opgewassen tegen de uitstekende Windows Verkenner in Vista.

Apple heeft nu voor het eerst een behoorlijke backupfunctie in zijn besturingssysteem gebouwd. De Time Machine geeft de gebruiker de mogelijkheid om eerder weggegooide of veranderde bestanden weer uit het verleden terug te roepen – vormgegeven in een 3D-jasje waar George Lucas z’n hoed voor af zou nemen. Het mailprogramma werkt nu beter samen met agendaprogramma iCal: een datum in een mailtje wordt automatisch herkend als een potentiële afspraak. En de zoekfunctie ‘Spotlight’ werkt nu net zo soepel als een goede internetzoekmachine, zodat bestanden zijn te vinden zonder eindeloos in mappen te bladeren.

Maar niet alles is beter geworden. In de Dock, Apple’s variant van de taakbalk, is nu slecht zichtbaar welke programma’s actief zijn. Klik op een icoontje in diezelfde Dock en de bestanden springen er in een waaier-vorm uit. Het resultaat is vaak weinig elegant en onoverzichtelijk. Het 3D-spiegeleffect in de Dock is een voorbeeld van de nutteloze eyecandy waar Windows Vista begin dit jaar beschuldigd werd.

Wel applaus voor Leopards installatiegemak: upgraden vanuit de vorige OS X-versie Tiger duurt op het testnotebook, een Macbook Pro, maar anderhalf uur. Er zijn slechts drie muisklikken voor nodig om alle instellingen succesvol over te nemen. Ook de meer exotische hardware en software draait zonder foutmeldingen. Misschien is zo’n probleemloze upgrade nog wel de grootste schok voor Windows-gebruikers.

Prijs: 129 euro. Meer details van Leopard op nrc.nl/hebben