De beloften van het leven

Soms, niet eens heel ongeregeld, lees je in een roman of een gedicht iets over ‘de beloften van het leven’. Vaak is de bewering dan dat die beloften niet zijn vervuld. In Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz pleegt een moeder zelfmoord ,,toen het leven geen enkele belofte uit haar jeugd had vervuld”. Hoewel die zelfmoord een verschrikkelijke ramp is, lijkt deze zin echt als een verklaring te worden gegeven. Als het leven de beloften niet vervult die het blijkbaar gedaan heeft, dan hoeft het niet meer. In hetzelfde boek zegt een tante ook zoiets: ,,Ik rouw niet om wat er geweest is en verloren is gegaan, maar om wat er nooit geweest is”.

Nu hebben de personages in dat boek, allemaal Europese joden die uit Europa verdreven zijn, wel reden om te vinden dat het leven ze teleurgesteld heeft. Maar het lijkt zo’n veel algemener gevoel, misschien is het wel een van de diepere gevoelens die bijna iedereen drijft. Verwachtingen. Als je ouder wordt: het inzicht dat ze niet zijn uitgekomen – of wel. En dan? Tevredenheid of teleurstelling, al naar gelang de eindafrekening?

Zag laatst op de televisie het programma Babyboom, honderd stellen die een kind willen krijgen. Meestal een eerste, soms een tweede of derde. Als je verwachtingen van het leven wilt zien, moet je daarnaar kijken. De beloften van het leven hebben daar een heel concrete vorm aangenomen, niet zoiets vaags als ‘geluk’ of ‘succes’, maar een kind. Dat is nog vaag genoeg, want zodra het er is, is het niet langer ‘een kind’ maar Sanne of Jip en dan gaat het al snel over de beloften die het leven voor Sanne in petto heeft en of het leven zich daar wel een beetje aan houdt.

Maar het leven vervult de beloften niet altijd, en ook in dit programma zie je stellen die weinig kans maken, mensen die al jaren proberen en bij wie het niet lukt. Je ziet de enorme, levenslust vernietigende teleurstelling op de gezichten, de nog bijna niet gedurfde gedachte die toch even om de hoek kijkt: ,,Misschien moet ik gaan geloven dat ik zal leven zonder gezin”.

Die teleurstelling laat meteen zien hoeveel zin er is in het leven zoals het gedacht was, de geweldige vitaliteit die opgehoopt ligt.

Alweer meer dan tien jaar geleden, toen ik opgewonden vervuld was van Argos en Mykene dat ik net had bezocht en lange stukken schreef over het landschap, de ruïnes vulde met de stemmen van Elektra, Agamemnon, Orestes en Klytaimnestra, schreef een bevriende veel oudere schrijver dat hij jaloers was. ,,Waarop ben ik dan jaloers. Ik kwam tot deze conclusie: op de eetlust. (…) Nog eens de honger te voelen naar landschap, zeeschap, inconveniënten, verrassingen, en de behoefte daarvan dwingend te getuigen, in geschrifte.” Zocht deze brief nu op, om te kunnen citeren, maar ik heb hem altijd onthouden. De mogelijkheid dat de levenshonger afneemt, dat je níét meer praat over beloften en hun vervulling. Is dat slijtage? Of wijsheid?

Las laatst De innerlijke geschriften van Zuang Zi, het eerste deel van De volledige geschriften, onlangs vertaald en toegelicht door de tao-geleerde Kristofer Schipper. De wijsheid van de tao komt voor een deel neer op wat andere wijsheidsleren, de Stoïcijnse bijvoorbeeld, ook leren: wees gelijkmatig. Wees niet buitenmate verheugd of bedroefd, begrijp dat de dingen gaan zoals ze gaan, reageer op wat het geval is, maar verzet je er niet tegen: ,,Degene die zijn geest zo weet op te voeden dat leed noch vreugde de overhand op hem kan krijgen, die zich bewust blijft van het onvermijdelijke en daarin berust alsof het zijn lot is, die heeft de hoogste deugd bereikt”. Mooi is dat berusten in het onvermijdelijke ‘alsof het zijn lot is’. Er is niet ergens een lot dat voor je klaar ligt en waarmee je je maar hebt te verstaan, nee, dat wat niet anders blijkt te kunnen, dat moet je accepteren ‘alsof het je lot is’.

Tegelijkertijd klinkt het, voor een in de tao totaal ongevorderde en weerspannig hongerig levende ook een beetje lauw. Maar dat is waarschijnlijk de vergissing van wie verwend staat te stampvoeten over beloften die het leven gedaan heeft en die denkt dat als die niet vervuld worden, niets meer veel zin heeft en acceptatie alleen maar een grauwsluier zal betekenen. Vreugde en leed zijn niet verboden. Ze moeten alleen niet de overhand krijgen.

In het klein is dat wel doenlijk. En wat is dan klein? Geen gezin? Ouder worden? Geliefden die er ineens niet meer zijn en aangaande wie het leven niet eens belóóft dat ze er ooit weer zullen zijn?

Ik geloof dat ik dat woord ‘belofte’ als het over het leven gaat liever niet meer wil horen. Ook al is de berustende, onaangedane wijsheid nog lang niet bereikt en zal die vermoedelijk ook nooit binnen handbereik liggen, toch is het beter het voorbeeld van ‘de heilige mens’ van Zuang Zi voor ogen te houden, dan de sirenezang van het leven serieus te nemen.

Roei door, makkers! Laat mijn trekken aan de touwen u niet verleiden te denken dat er iets serieus aan de hand is!

Het zijn de Sirenen maar.