Connick: ode, geen tranen

Concert: Harry Connick Jr.. Gehoord 28/10, World Forum Theater, Den Haag.

Alhoewel menig jazzartiest uit New Orleans uiteindelijk verhuist naar jazzsteden als New York en Chicago, heeft de ‘swampcity’ een belangrijke plek in het hart. Nergens anders dan in dit centrum van jazz en blues hoorde je, voor orkaan Katrina, zoveel soorten muziek: van unieke processiemuziek, straatparades tot jazz in pianobars zonder sluitingstijden.

Pianist/zanger/componist Harry Connick Jr. was er kapot van dat het vloedwater zijn geboorteplaats en de muziek lamgelegde. Gisteravond betuigde hij met een elfkoppige bigband onder een bekend gietijzeren balkon van bijvoorbeeld Bourbon Street zijn liefde. Het 'Oh My New Orleans’- concert was een vrolijk geregisseerd eerbetoon zonder tranen. De New Orleans-jazz met door ragtime en blues beïnvloede amusementsmuziek swingde, met de ritmesectie als strakke fundering en de gedempte koperblazers als lyrische stemmen.

Connick bracht een lossere show dan in 2000 in Den Haag. Aanvankelijk wat introvert zingend aan de piano, tot hij de oude musicalklassieker Hello Dolly inzette en zich stralend over het podium begaf. Deels speelde hij daarna nummers afkomstig van zijn cd Chanson Du Vieux Carré, waarvoor traditionals zoals de Bourbon Street Parade en uitgelaten Mardi Gras-songs de basis vormen. Van zijn nieuwe composities klonk de ballade All These People oprecht.

Connick’s softe imago als adept van een jonge Sinatra is met de jaren meer verdwenen. Zijn comfortabele pianospel krijgt nu voorrang; zijn zang, waarin dictie ondergeschikt is, is inmiddels bijzaak. De New Orleans-jazz hem in het bloed.

Het was merkbaar aan hoe hij zijn orkest bij de les hield, de lol die hij had om ‘spontaan’ te jammen op een oude honkytonkpiano met trombonist Lucien Barbarin en de souplesse die in alles doorklonk. Gemakzucht lag echter op de loer met obligate danspassen en dolletjes met het orkest.