Ach, misschien loopt er ook echt veel talent rond in Nederland

Toen de Nederlandse versie van Project Catwalk werd aangekondigd, een tv-serie waarin beginnende modeontwerpers om geld en roem strijden, dacht ik: kan leuk worden. Nederland roept nu al jaren dat het een belangrijk Modeland is, en al vermoed ik dat dat alleen maar gebaseerd is op het feit dat Viktor & Rolf hier toevallig geboren zijn, iedereen in de wereld lijkt het te geloven. En ach, misschien loopt er ook echt veel talent rond in Nederland, dacht ik.

Project Catwalk voldoet aan de eisen waaraan zo’n modeprogramma moet voldoen: er is veel haat en nijd, er worden constant valsigheden geuit als ‘ik begrijp haar stijltje niet’ en ‘zij weet niet wat er in Londen speelt’, en een van de deelnemers is een hysterische modenicht die Jan heet maar zich Janice noemt.

Tot zover wat er klopt. Nu wat er niet klopt. Het programma wordt gepresenteerd door Renate Verbaan. Afgezien van het feit dat ik haar stem niet kan verdragen – ze is zo druk met nonchalant zijn dat ze de helft van de klanken in elk woord helemaal niet uitspreekt – vind ik Renate geen modemens. Ze was ooit model, maar ik heb vooral associaties met Renate, al staande op een zelfgebouwd vlot in een afritsbroek en met sandalen aan, in Thailand tijdens Wie is de mol? Nu ze ineens in duizendlagig tule op een catwalk staat te presenteren heeft dat toch iets vreemds.

En dan de jury. Daarin zit bijvoorbeeld modeontwerper Daryl van der Wouw, iemand van wie ik nooit iets begrepen heb. Hij heeft altijd een grote koptelefoon op zijn hoofd, want hij houdt van muziek. Ook verwerkt hij koptelefoons in alles wat hij ontwerpt. Dat vind ik toch een beetje opdringerij van je eigen lievelingshobby. En niet erg professioneel.

Ook is de setting van het programma – het immer deprimerende World Fashion Center, in de treurigste buitenrand van Amsterdam-West – niet inspirerend te noemen. En tussen dit alles door laveert dan ook nog eens een ‘mentor’ die constant dingen mompelt als ‘macrameeën op de Drentse hei, dat willen we niet’, en: ‘het moet geen Iers songfestival worden.’

Dit alles leidt tot zeer weinig creativiteit bij de deelnemers, die vorige week het thema ‘sprookjes’ opkregen en vertwijfeld met schetsblokken door de Efteling sjokten, en vervolgens ontwerpjes tekenden met als uitleg: ‘sexy, porno, maar toch romantisch’.

Wérd het maar een Iers songfestival. Dan viel er tenminste nog wat te lachen.

Aaf Brandt Corstius