Voorwaarts!

Afbeelding_030kl.jpg,,Welkom!” zei Mister Lee vanochtend om negen uur tegen mijn vrouw en mij toen we ons meldden op het Begovaja-metrostation in het Westen van Moskou. We hadden ons opgegeven voor een van zijn befaamde wandelingen, omdat we eindelijk de Russische hoofdstad met zijn eeuwige uitlaatdampen eens wilden ontvluchten. En een wandeltocht van zo’n 25 kilometer is het beste medicijn tegen alle stadse ergernissen.

Mister Lee, een hartelijke Zuid-Koreaanse zakenman met het uiterlijk van iemand die al zes keer de Mount Everest heeft bedwongen, vindt het leuk om anderen mee te nemen op zijn zelf uitgezette crosscountry-tochten. Dit keer waren we met zijn veertigen, bijna allen Russen.

Voordat we onze voeten in de modder mochten zetten moesten we eerst nog een treinrit van een halfuur maken om bij het beginpunt te komen: Zvenigorod, een voorstadje van Moskou. Terwijl verkopers in het gangpad van de wagon hun nationalistische blaadjes of wondermiddelen tegen veroudering bij de vrouw aanprezen, vertelden mijn wandelkameraden elkaar hun laatste nieuwtjes. Dankzij Mister Lee zien ze elkaar tenslotte wekelijks.Afbeelding_029kl.jpg

Ik raakte aan de praat met een vlotte zeventiger en zijn twintig jaar jongere vrouw, hij hoogleraar wiskunde (,,Ach, u komt uit Nederland, daar worden mijn boeken uitgegeven”), zij schilderes. De hooggeleerde wilde alles van me weten en veerde op toen ik hem vertelde dat ik gespecialiseerd was in de Russische geschiedenis. ,,Ik had altijd een 5 op mijn rapport voor geschiedenis”, zei hij trots. Een 5 is wat bij ons een 10 is. Vervolgens vroeg hij me of ik kon uitleggen waarom het in zijn land toch altijd zo’n puinhoop was geweest.

,,En dat is Sasja”, riep hij toen, plaatsmakend voor een collega van de universiteit die meteen van mij wilde weten of ik ook dacht dat in katholieke landen als Spanje, Italië en Griekenland de communistische partijen altijd meer succes hadden dan in protestante landen. ,,En is het ook niet zo dat ze bij u altijd hard werken en goed verdienen, maar niets aan de armen geven?” Op de vraag over de katholieke kerk en de communistische partij kon ik antwoorden dat beide instellingen leiden aan absolute onderdanigheid jegens hun leider. Maar hoe dat nu zat met die gierige protestanten? Ik beloofde het uit te zoeken en het hem een volgende keer te vertellen.

Daarna plofte er een fysicus op het bankje naast me neer die in zijn vrije tijd een Russisch-Sanskriet woordenboek schreef. Hij kon er maar geen genoeg van krijgen me te vertellen dat er zoveel joden in de jaren dertig hoge functies in de communistische partij hadden bekleed (,,Ook bij de NKVD!”), dat het geen toeval was dat zoveel oligarchen joden waren (,,Joden houden meer van geld dan Russen dat doen.”), dat het merkwaardig was dat tegenwoordig alle mensenrechtenactivisten joden waren (,,Een paradox.”) en dat joden toch geen echte Russen waren omdat ze nog maar 200 jaar in Rusland woonden.

Toen we eindelijk Zvenigorod hadden bereikt en uit de trein stapten vroeg ik hem nog even naar de stand van het antisemitisme in Rusland, waarop hij antwoordde: ,,Nee, dat is toch echt verdwenen. Ik heb joodse vrienden die me zomaar 50.000 dollar hebben geleend, zonder kwitantie te vragen, zonder iets op papier te zetten. Het zijn prima lui.”

Op het perron telde Mister Lee zijn volgelingen, waarna hij een luid ,,Voorwaarts!” uitstootte en er de pas in zette. Sveta, een jonge gescheiden moeder, vertelde me nu dat Mister Lee een oud wandelboek voor de jeugdbeweging van de Pioniers had waarin allerlei tochten uit de tijd van de Sovjet-Unie stonden beschreven. Ook met haar kreeg ik het al gauw over het nieuwe en oude Rusland. ,,Wij zijn anders dan jullie Europeanen en dat komt door Dzjengiz Chan.” Toch zei ze nog altijd niet te begrijpen waarom er onder Stalin 40 miljoen onschuldige mensen uit de weg moesten worden geruimd. ,,Ook mijn grootvader is vermoord”, zei ze toen. ,,Hij was ingenieur bij het leger en werd gearresteerd en doodgeschoten. Terwijl hij niets had gedaan.”

En zo ging het de hele tocht door. In deze 40 wandelaars was de hele geschiedenis van Rusland gecomprimeerd. Ik mocht mijn medewandelaars vertellen wat ik van hun land vond. De een deelde mijn kritiek, een ander zei dat hij terugverlangde naar de Sovjet-Unie omdat de mensen toen toch beleefder tegen elkaar waren en hij van zijn jaloezie op de nieuwe rijken verlost wilde worden.

Maar toen gebeurde het. Mister Lee hield ineens zijn snelle pas in en wees vooruit naar een metershoog sierhek. ,,Dit staat niet op de kaart”, zei hij verbaasd. ,,Een paar maanden geleden was het er nog niet.”

En toen zagen we waarom het hek daar stond: om een enorm terrein met Belgisch-Engelse buitenhuizen (in het Russisch ‘cottages’ genoemd) in aanbouw tegen vreemd bezoek te beschermen. Op dat moment doken ook de Oezbekistaanse werklieden op die deze koude zondagmiddag doorploeterden om de optrekjes voor de nieuwe rijken nog voor de kerst af te krijgen.

Mister Lee ontdekte een plaats waar we ons door het hek konden wringen om onze tocht voort te zetten. Maar we hadden nog geen honderd meter door de gated community in aanbouw gelopen, toen er een auto met beveiligingsmensen kwam aanstuiven.

,,U bent hier op een privéweg”, zei de beveiliger met de zonnebril. ,,Ik wil dat u hier onmiddellijk weggaat.”

,,Maar dit terrein staat niet op mijn kaart”, zei Mister Lee. ,,En we moeten hier wel doorheen om bij ons eindpunt te kunnen komen.”

De beveiliger met zonnebril begon te foeteren tegen een Koreaanse vriend van Mister Lee die foto’s stond te maken. ,,Hier met die camera, u mag hier niet fotograferen.”

Een andere beveiliger kwam nu tevoorschijn met een blaffende herder aan een dikke leren riem. ,,U mag naar dat hek lopen, daar is een deur”, zei de beveiliger met zonnebril nu, als betrof het een bijzondere gunst. ,,We hebben het recht om u neer te schieten, wist u dat?”

Ik haalde nu ook mijn camera tevoorschijn om dit Belgisch-Engelse villadorpje aan de webloglezers te kunnen laten zien. Meteen klonk de claxon van de beveiligingswagen. Het raampje ging open en een dreigende stem beval me mijn camera te laten zien. Ik weigerde. ,,Wilt u soms dat we de militie erbij halen?” zei de zonnebrilbeveiliger.

Voor het eerst sinds mijn verblijf in Rusland deed ik nu een beroep op mijn correspondentenstatus. Ik haalde mijn correspondentenpas tevoorschijn en toonde hem aan de beveiligers, die ineens een heel andere toon aansloegen. ,,Maar hebben ze bij u in Holland dan geen privéwegen?” vroeg de een nu. ,,Nee”, loog ik. ,,Bij ons bestaat zoiets niet. Wij zijn namelijk een democratie waar iedereen gelijke rechten heeft.” De beveiliger toverde nu een glimlach op zijn gezicht. ,,Wat een goed land”, zei hij toen en stak een vette duim op.