Warhols trage films zijn tegengif voor snelle tijden

Voor de overzichtstentoonstelling van Andy Warhol ‘Other Voices, Other Rooms’ heeft het Stedelijk Museum een speciaal abonnement in het leven geroepen waarmee je onbeperkt de tentoonstelling kan bezoeken. Dat leek een tikje overdreven, maar het blijkt een soort ‘voordeelurenkaart’ die bijna onmisbaar is voor wie ‘Other Voices, Other Rooms’ echt goed wil bekijken en ondergaan.

Een snelle berekening leert dat alleen al voor het zien van alle speelfilms meer dan een werkweek nodig is. Wie zich interesseert voor Warhols oeuvre, wil tenminste één van die talrijke speelfilms echt van begin tot einde bekijken, ook al moedigde Warhol destijds zelf aan om zijn films slechts zijdelings te bekijken. Het ideaal was voor hem een bioscoopzaal met zacht kletsend publiek, in en uit lopend om koffie of iets anders te halen. Warhol wilde dat men naar zijn films keek zoals veel mensen tegenwoordig tv-kijken: met een half oog, terwijl je intussen met drie of vier andere dingen bezig bent. Warhol moet onze accelererende tijden hebben voorzien. Zijn films leveren een steeds zeldzamer wordend tegengif tegen die acceleratie: traagheid en opzettelijke saaiheid. Warhol rekte in zijn vaak slome, lamlendige, statische en moedwillig slordige films de verveling op. De rommeligheid van het kleine, alledaagse leven moest worden vastgelegd, maar evengoed verdienden bepaalde mensen of gebouwen het om urenlang te worden gefilmd. Empire uit 1964 toont het Empire State Building gedurende meer dan acht uur. Eén camera registreert de wolkenkrabber uur na uur. Wat gebeurt er? Niets. En van alles. Wolken zeilen en drijven langs. Lichten gaan aan. Lichten gaan uit. De zon komt op. De zon gaat onder. En dichter Cees Buddingh’ zou eraan toevoegen: langzaam telt de boer zijn kloten. Een traagheid van tellen die Warhol zou hebben toegejuicht.

Wie er met een bepaald oog naar kijkt, zal zeggen dat Warhol het filmgenre ondermijnde en dat hij met Empire een anti-film maakte. Met een ander oog kijkend, kun je conclusies trekken over verstilling en onthechting. Empire bezit onmiskenbaar een soort meditatief element, het is bijna een cinemavariatie op de ijle rechthoekige ‘vlekken’ van Mark Rothko. Warhol als maker van een abstract-expressionistisch kunstwerk in de vorm van een acht uur durende statische registratie van een wolkenkrabber – wie had zoiets kunnen denken? Tegelijk kun je over Empire ook heel nuchter doen: de film belichaamt het niets dat Warhol schaamteloos uitventte. Zó hoog en zó beroemd is het Empire State Building – en toch is er niets aan te beleven, kijk maar naar de film. Al die interpretaties zijn mogelijk, en het wonderlijke is dat de ene, hooggestemde manier van kijken de andere, meer laconieke manier niet in de weg zit. Over Warhol kun je allerlei lyrische dingen beweren zonder dat de opzettelijke niksigheid van zijn werk ervan te duchten heeft.

Een relatief verborgen schat in ‘Other Voices, Other Rooms’ is de openbaarmaking van de inhoud van één van de zogeheten Time Capsules die Andy Warhol na zijn dood bleek te hebben nagelaten. Hij stopte gedurende enkele jaren allerlei memorabilia in kartonnen dozen en plakte die dozen dicht. Pas later mochten die dozen weer worden geopend. Time Capsules noemde hij die dozen – hij stuurde ze de toekomst in.

Het Warhol Museum in Pittsburgh heeft ter gelegenheid van ‘Other Voices, Other Rooms’ een nogal bijzondere ‘capsule’ afgestaan. Bij mijn herhaald bezoek zag ik hoe de meeste bezoekers de vitrine hooguit in het voorbijgaan even bekijken. Ze zien rommeltjes, knipseltjes, souvenirtjes. Maar dat zijn het niet uitsluitend. Al die knipsels en documenten vertellen, ongeordend en wel, een verhaal. Een Pop Art-verhaal, waarin een banaliteit veelzeggend wordt, en waarin het bijzondere en het zeldzame – een ongebruikt ticket van een Velvet Underground-concert bijvoorbeeld – wordt gedegradeerd tot snippertje uit een papierberg.

Net als in zijn oeuvre is hiërarchie uitgebannen als het gaat om de inhoud van de Time Capsules. Alles is er kriskras in terecht gekomen, zonder welke vorm van indeling dan ook. De items in deze tijdcapsule zijn door een archivaris van het Pittsburgh Museum geïnventariseerd en gedocumenteerd. Hoewel het lijkt alsof de doos in kwestie in de vitrine willekeurig is geleegd, is ieder voorwerpje en snippertje uitgestald volgens een tevoren uitgewerkte ontwerptekening.

Een greep uit de inhoud van deze tijdcapsule: tegen een wand van de vitrine staat de foto die de achtjarige Andrew Warhola had opgestuurd gekregen van de fanclub van het kindsterretje Shirley Temple. Andrew had een stuiver aan de fanclub betaald en kreeg van Shirley een gesigneerde foto terug, met handgeschreven tekst: voor Andrew Warhola van Shirley Temple. De foto werd het pronkstuk van de filmsterrenverzameling die Andrew had aangelegd. Tot in de jaren tachtig zou Warhol dit overigens blijven doen: brieven naar Hollywoodsterren opsturen met het verzoek om een handtekening. Warhol kon uitgroeien tot de koning van de Pop-Art omdat hij eeuwig het dwepende achtjarige schooljoch in hem had weten te behouden.

In de buurt van die gesigneerde foto liggen katholieke bidprentjes van Andy’s moeder Julia, met wie hij decennialang zou samenwonen in een huis waar geen ziel ooit werd toegelaten. Warhol was bevriend met Patti Oldenburg, echtgenote van Pop-Artkunstenaar Claes Oldenburg. Van Patti is een aandoenlijk borduursel te vinden. En dan ligt zomaar tussen alle andere spullen en prullen een doorzichtig polsbandje waarop Warhols naam staat, met de toevoeging ‘cath’ en ‘Dr. Rossi’. Warhol kreeg dit bandje omgegespt toen hij, na te zijn neergeschoten door Valerie Solanas, het New Yorkse Columbia Hospital ziekenhuis werd binnengebracht. In het ziekenhuis werd Warhol, twintig minuten later klinisch dood verklaard. Maar één dienstdoende arts, Rossi dus, waagde nog een poging, sneed de borst van de patiënt open en gaf hem hartmassage. De kogel was zijn rechterzij binnengedrongen en had de slokdarm, galblaas, lever, milt en darmen beschadigd. Zelfs de naam van de arts heeft een specifiek Warholiaanse trekje. Dr. Rossi – dat verzin je niet. Was dat niet de naam van de arts uit Peyton Place, de moeder aller soap series? Zo werd Warhols leven gered door iemand met dezelfde naam als een soaparts: zelfs tot op de operatietafel is het mogelijk om de wereld met een Warhol-oog te bekijken.

Warhol heeft meer dan zeshonderd van die Time Capsules nagelaten, en iedere capsule bevat zo’n tweehonderd items. Rond de honderdtwintigduizend items illustreren doos voor doos het levensverhaal van Warhol, telkens met andere memorabilia, maar tegelijkertijd is het steeds hetzelfde verhaal: van het jochie dat met beroemdheden dweept tot lijzige en ijzige nowhere-man die beweert in én buiten zijn kunst een machine te willen zijn. En dat zeshonderd keer, in zeshonderd tijdcapsules. De Time Capsules weerspiegelen in zeshonderdvoud de wereld volgens Warhol, waarin iets pas waarde krijgt als het steeds maar weer wordt herhaald, dollarbiljet na dollarbiljet, Marilyn na Marilyn, soepblik na soepblik, filmstill na filmstill, tijdcapsule na tijdcapsule, snipper na snipper, stem na stem, beeld na beeld, gebaar na gebaar, afscheid na afscheid, dood na dood.

joost zwagerman