Twee interpretaties voor panelen van Vermeyen

Jan Cornelisz Vermeyen ‘Kardinaal Érard de la Marck (foto)en ‘De Heilige Familie’ (beide circa 1530)

Tentoonstelling: Jan Cornelisz Vermeyen; twee panelen, één tweeluik? T/m 6/1 Frans Hals Museum Haarlem. 27/1 t/m 30/5 Bonnefantenmuseum Maastricht.

Vaak komt het niet voor dat een reizende tentoonstelling op verschillende etappeplaatsen een ander verhaal vertelt. Juist dat aspect is bijzonder aan de bescheiden presentatie rond twee 16de-eeuwse schilderijen, die nu is ingericht in het Haarlemse Frans Hals Museum en die begin 2008 te zien zal zijn in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Het antwoord op de vraag of de twee panelen een tweeluik hebben gevormd, wordt in de twee tentoonstellingen in tegengestelde richtingen gezocht.

Het ene schilderij toont Maria met het Christuskind op schoot. In de achtergrond is de heilige Jozef te zien, en een wolkenlucht die zich opent naar een visioen van God de Vader met musicerende engelen. Dit paneel is licht van kleur, met elegant geschilderde figuren en draperieën. Het tweede paneel is een portret van een geestelijke die is geïdentificeerd als kardinaal Érard de la Marck (1472-1538), prins-bisschop van Luik. Hij is veel natuurgetrouwer weergegeven, met zijn vlezige gezicht en het spreekgebaar dat zijn handen maken. De kleuren van zijn rode bonnet en gewaad zijn warm, net als die van zijn bontmantel en een groen gordijn dat door twee engelen omhoog wordt gehouden.

Het portret (nu in het Rijksmuseum) wordt toegeschreven aan de schilder die de Heilige Familie (Frans Halsmuseum) heeft gesigneerd: Jan Cornelisz Vermeyen (1500-1550). De panelen hebben vrijwel identieke afmetingen (ca. 63 x 54 cm), en er zijn beeldelementen, zoals het groene gordijn dat lijkt door te lopen van het ene paneel op het andere, die de twee werken visueel met elkaar verbinden. In de literatuur wordt dan ook al sinds 1962 vermoed dat de panelen een tweeluik hebben gevormd dat door middel van scharnieren kon worden dichtgeklapt. Het is verleidelijk het veronderstelde diptiek te herkennen in een vermelding in een inventaris van het bezit van de 16de-eeuwse landvoogdes Margaretha van Oostenrijk: ‘een paneel van Onze-Lieve-Vrouw en een ander van de kardinaal van Luik, gesloten als een boek’. De presentatie in Haarlem benadrukt, aan de hand van foto’s en tekstborden, argumenten die de tweeluik-hypothese ondersteunen, zoals de overeenkomende pigmenten in beide schilderijen en de voorbereidende tekeningen die op dezelfde wijze zijn opgebouwd.

Als de expositie, uitgebreid met enkele andere werken van Jan Vermeyen, te zien zal zijn in het Bonnefantenmuseum, zullen andere accenten worden gelegd. Conservator Lars Hendrikman – auteur van de neutraal geformuleerde brochure bij de presentatie – is persoonlijk sceptisch over de tweeluik-hypothese. Volgens hem is de vermelding in Margaretha’s inventaris al te enthousiast met deze panelen in verband gebracht. Niet alleen zijn afmetingen van de werken nogal fors voor een draagbaar tweeluik. Maar ook wordt gesproken van ‘Onze-Lieve-Vrouw’, en niet van het werkelijke thema, de Heilige Familie. Bovendien is het ene paneel dikker dan het andere, en ze zijn op verschillende manieren uit verschillende boomstammen gezaagd.

De presentatie in Maastricht zal tonen dat, op basis van dezelfde gegevens, die interpretatie ook kan worden heroverwogen. En, zoals Hendrikman zegt, ‘het is ook geen drama als deze twee panelen toch geen tweeluik blijken te zijn’.