Turbulentie rond directeur-eigenaar

Het zijn fiscaal roerige tijden voor de mensen met een eenmans-bv. Deze directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) zitten ongewild in een een eindspel op twee fronten: in de Tweede Kamer en bij de Europese rechter.

Als gevolg van een verkeerd uitgepakte wens van ondernemersorganisatie MKB-Nederland worden veel directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) overgeheveld van de loonbelasting naar de inkomstenbelasting. Dat is in deze krant uitvoerig beschreven op 15 september van dit jaar. Maar in de sindsdien verlopen maand zijn de alternatieve opties één voor één vervallen.

Op het eerste gezicht gaat het om een simpele overstap. Maar zelfs een eenmans-bv zit soms met complexe juridische verhoudingen. Daardoor kan het toch ingewikkeld worden. De Belastingdienst heeft dat te laat onderkend wat in de fiscale praktijk veel onzekerheid oplevert.

Dat er op het nippertje meer duidelijk is geworden over de eisen die de Belastingdienst aan de dga’s stelt, is mede te danken aan Tweede Kamerlid Fatma Koser Kaya (D66) die staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager onvermoeibaar met Kamervragen achter de vodden zit.

Ingewikkelde biljetten moeten handmatig worden ingevuld en verwerkt. De geautomatiseerde systemen van de Belastingdienst zijn namelijk niet klaar om deze operatie uit te voeren.

De veel te laat op gang gekomen trein dendert nu door. Staatssecretaris De Jager (Financiën) negeerde brandbrieven van adviseurs, smeekbeden van ondernemersorganisaties en druk uit de Tweede Kamer om meer voorbereidingstijd of een keuzemogelijkheid voor de dga’s in te bouwen. Inmiddels lijkt het inpassen van een extra halteplaats een gepasseerd station. De overheveling is op 1 januari 2008 een feit.

Een heel andere zaak voor de dga’s dateert uit 2002. Die betreft de btw. Dat is een in Europees verband geharmoniseerde heffing waarover het Europese Hof van Justitie in Luxemburg het laatste woord heeft. In 2002 heeft de Hoge Raad, zonder het Europese Hof te raadplegen, beslist dat niet alleen de bv van de dga maar ook hij persoonlijk een ondernemer is voor de btw. Dat had verregaande gevolgen. Dga’s moesten van de ene dag op de andere voor hun salaris een factuur met btw naar hun eigen bv sturen. Aan de andere kant konden zij de btw op bijvoorbeeld hun eigen auto aftrekken.

Maar het was vooral lastig. Veel dga’s vroegen de Belastingdienst hun persoonlijke onderneming en hun bv als één geheel te beschouwen. Zo’n handige fiscale eenheid maakt de dga persoonlijk aansprakelijk voor de btw-schulden van de bv

Na jaren gebeurde iets opmerkelijks. Waar de Hoge Raad niet twijfelde aan het ondernemerschap van de dga, deed het gerechtshof in Amsterdam dat in 2006 wel. Het negeerde het arrest van de Hoge Raad en vroeg eigenmachtig het oordeel van het Europese Hof. Dat kwam vorige week met een opmerkelijke uitspraak: de dga met een eenmans-bv geldt voor de btw niet als ondernemer. In de berechte zaak had de Belastingdienst in 2002 zelf een fiscale eenheid gecreëerd tussen de aandeelhouder en zijn bv. De dga wilde dat niet en stapte naar de rechter. Het al vijf jaar lopende traject is nog steeds niet formeel afgerond. Het Amsterdamse gerechtshof neemt binnenkort in zijn uitspraak de opvatting van de Europese rechter over. Dan is staatssecretaris De Jager aan zet. Hij kan nog de tamelijk zinloze stap naar de Hoge Raad zetten. Het bedrijfsleven heeft er meer aan als hij snel laat weten welke oplossing hij in petto heeft voor de dga’s die eerder op het verkeerde spoor zijn gezet door de Hoge Raad en in navolging daarvan door de Belastingdienst.

Btw-deskundigen spreken van een baanbrekende uitspraak met verregaande gevolgen. De bestaande fiscale eenheden tussen deze aandeelhouders en hun vennootschap zijn exit.

Omdat het nog maanden duurt voordat de Belastingdienst zijn officiële voorschriften aan de nieuwe opvattingen heeft aangepast, kunnen veel dga’s waarschijnlijk nog een tijdje rechten claimen die in de oude situatie bestonden. Belastingadviseurs hebben bij uitstek het talent en de expertise in zulk troebel water te vissen naar fiscale voordelen.

Aertjan Grotenhuis