Toneellessen van Stanislavski

In 1953 was de Sovjet-Unie wel een grote schaakmacht, maar de organisatie geen geoliede machine. Joeri Averbach deed zelfs een beroep op Stanislavski om zijn intuïtie te scherpen.

In het laatste nummer van het maandblad Schach staat een aardig artikel van Joeri Averbach over het kandidatentoernooi van 1953 in Zwitserland, waaraan hij zelf meedeed. We hadden altijd het idee dat de schaakmacht van de Sovjet-Unie toen al een geoliede machine was waarbij niets aan het toeval werd overgelaten, maar uit Averbachs verhaal blijkt dat sommige dingen nog erg amateuristisch werden geregeld.

Zijn voorbereiding op het toernooi was zeker professioneel. Hij verzamelde de partijen van al zijn tegenstanders en legde van iedereen een dossier aan over hun gewoontes in de opening, het middenspel en het eindspel.

Over zichzelf maakte Averbach ook een dossier en hij kwam daarbij tot het inzicht dat hij in scher pe, onduidelijke stellingen, waarin niet alles berekend kon worden, te weinig op zijn onderbewuste vertrouwde. Dat moest veranderd worden en van een bevriende toneelspeler kreeg Averbach een leerboek van de beroemde regisseur Konstantin Stanislavski dat hem daarbij kon helpen.

Een kandidatentoernooi als dat van 1953 zou nu niet meer kunnen bestaan. Er waren 15 deelnemers die twee keer tegen elkaar speelden, in totaal dus voor iedereen 28 partijen. Het duurde bijna twee maanden.

De ploeg van de Sovjet-Unie bestond uit 21 mensen, wat veel lijkt, maar in feite bescheiden was: negen spelers, acht secondanten (alleen Bronstein had geen secondant meegenomen) en verder een trainer, een ploegleider, een plaatsvervangend ploegleider en een tolk.

De plaatsvervangend ploegleider en de tolk waren van de KGB, maar volgens Averbach hadden de spelers daar weinig last van. De tolk was een aardige kerel die tegen hen had gezegd: „Denk er aan jongens, geen woord over politiek als ik er bij ben”.

Het was een ijzeren wet dat iedereen in hetzelfde hotel moest verblijven en je zou denken dat er voor zo’n grote groep lang van tevoren gereserveerd was, na een grondige inspectie van het hotel. Maar nee. De ploeg kwam aan in Neuhausen en moest ter plekke een hotel zoeken. In het stadje zelf lukte dat niet meer, maar wel dicht in de buurt. Het bleef behelpen, want er waren niet genoeg goede kamers. De beste spelers kregen een kamer voor zich alleen, met een mooi uitzicht op een waterval. Anderen moesten een kamer delen, zonder waterval.

Toen het toernooi van Neuhausen verhuisde naar Zürich werden Alexander Kotov en de tolk vooruitgestuurd om daar een hotel te vinden. Ze maakten er een leuk uitje van en gingen eerst naar de film, zodat ze pas ’s avonds toen het al donker was naar een hotel konden zoeken.

Toen de ploeg daar vervolgens aankwam bleek het midden in de hoerenbuurt te liggen, vlak tegenover een bordeel. Pas een paar dagen later konden ze verhuizen naar een rustiger stadsdeel.

Het is allemaal van een prettig amateuristische slordigheid die tegenwoordig ondenkbaar is, maar de sovjetschakers waren zo sterk dat ze het zich konden permitteren.

Jefim Geller - Max Euwe, kandidatentoernooi 1953

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4 4. e3 c5 5. a3 Lxc3+ 6. bxc3 b6 7. Ld3 Lb7 8. f3 Pc6 9. Pe2 0-0 10. 0-0 Pa5 11. e4 Pe8 12. Pg3 cxd4 13. cxd4 Tc8 14. f4 Wit moet pion c4 in de steek laten en zet alles op de koningsaanval. 14...Pxc4 15. f5 Met de bedoeling 16. f6 Pxf6 17. Lg5 met een winnende aanval. 15...f6 16. Tf4 Ook nu is wits aanval sterk. Zwart heeft maar één remedie: de tegenaanval. 16...b5 17. Th4 Db6 18. e5 Verdere verscherping van de strijd. Wit dreigt na 19. fxe6 op h7 in te slaan en 18...h6 is geen verdediging, omdat dan 19. Lxh6 winnend zou zijn. 18...Pxe5 19. fxe6 Pxd3 20. Dxd3 Dxe6 21. Dxh7+ Dit lijkt een succes voor wit, maar in feite zal zwarts koning op f7 vrij veilig staan. 21...Kf7 22. Lh6

Wits aanval lijkt in volle gang, maar nu komt de zet waardoor deze partij beroemd is geworden. 22...Th8 Euwe offert een volle toren om de aanval over te nemen.

Zowel Euwe als Bronstein schreef later dat het kalme 22...Tc4 objectief nog sterker was geweest, maar mijn schaakcomputer Rybka is niet overtuigd en geeft na die zet als hoofdvariant 23. Tf1 Dd5 24. Te4 Txd4 25. Te2 Td1 26. Pf5 Txf1+ 27. Kxf1 Dd3 28. Lxg7 Lxg2+ 29. Kf2 Df3+ 30. Ke1 Dc3+ met remise door eeuwig schaak.

23. Dxh8 Tc2 Opeens moet wit zich tegen een mataanval verdedigen en de enige manier waarop dat kon, was met 24. d5 Lxd5 25. Td1 Txg2+ 26. Kf1 gxh6 27. Dxh6, waarna het ongeveer gelijk zou staan. 24. Tc1 Txg2+ 25. Kf1 Db3 Nu is er geen verdediging meer tegen zwarts mataanval. 26. Ke1 Df3 Wit gaf op.