Seksrobots: de toekomst zal het leren

In een wekelijkse rubriek over literatuur die wordt weerspiegeld door de actualiteit, schrijft Pieter Steinz over seksrobots en Gerrit Krols robot(ro)man

‘Kan een machine liefhebben?’ Ziehier de kernvraag in een kleine klassieker uit de Nederlandse literatuur: De man achter het raam van Gerrit Krol. (Alleen nog tweedehands leverbaar, want zo gaat dat soms met kleine klassieken.) De roman van de P.C.Hooftprijswinnaar van 2001 vertelt in de ik-vorm het verhaal van een robot, Adam genoemd, die steeds menselijker wordt. Hij begint als alleen maar geest, en gaat eisen stellen. Eerst wil hij een lichaam (en wordt hij een levende schaakcomputer), dan wil hij gevoelens, en uiteindelijk wil hij een vrouw. Kwaad kunnen worden is niet genoeg. ‘Je kunt me beter leren hoe ik een ander moet liefhebben. Een vrouw in het bijzonder,’ zegt hij tegen een van zijn programmeurs.

Vanaf dat moment gaat het snel. Adam krijgt zeer menselijke gevoelens (‘Ik sla m’n benen over elkaar om m’n erectie te verbergen’), eist een vriendin en krijgt een verhouding met de vrouw van zijn even ontrouwe programmeur Wessel. En ja, ze hebben seks, zij het in het begin moeizaam: ‘Ik streel de bovenkant van haar hand. Vroeger trok ik aan haar oren, en sperde ik haar neusgaten open. Vroeger, dat was vorige week.

„Je bent net een jongetje dat een radio heeft gekregen. Aan knopjes draaien om te zien wat hij doet” [zegt Anna].

Doe ik dat? Is dat niet goed? Nee, nou doe ik het niet meer. Niet in de vorm van toetsen. Ik ben nu teder. Net als zij. Ik ben net als Anna. Onze liefkozingen hebben een glijdend verloop.’

Het is duidelijk: de romancier Gerrit Krol twijfelde anno 1981 niet aan de mogelijkheid van een ‘lieve robot’ of een volwaardige artificiële sekspartner. Dat heeft hij gemeen met de Britse schaakgrootmeester David Levy, die twee weken geleden aan de universiteit van Maastricht promoveerde op een interdisciplinair literatuuronderzoek. Volgens Levy, geïnterviewd op de wetenschapspagina van deze krant, is de toekomst aan de menselijke robot. Emoties zullen zó te simuleren zijn dat je ze niet van echt kunt onderscheiden. En seks met robots zal helemaal snel komen, al is het maar omdat de porno-industrie staat te trappelen. „Vrijen is een intellectuele bezigheid, en robots zullen zó geprogrammeerd worden dat ze leren om die te perfectioneren.”

Bolle waanzin, schreef Herbert Blankesteijn afgelopen zaterdag in Wetenschap & Onderwijs. Zijn proefschrift is broddelwerk omdat hij ‘uitglijder na uitglijder’ maakt en onbewezen uitspraken doet. Kijk naar computerspellen en je ziet dat de technieken waar Levy zo hoog over opgeeft, niet tot perfectie leiden. Blankesteijn: ‘Ik geloof graag dat robots orgasmes kunnen bezorgen en ook dat ze ze kunnen voorwenden. Maar pas als Levy een robot heeft die een orgasme kan hebben mag hij deze langs brengen.’

Het gaat er heet aan toe, in het intellectuele debat, dat (zoals vaak) nu al afgesloten kan worden met de magische formule ‘de toekomst zal het leren’. Maar hoe loopt het af met Adam van Gerrit Krol? Niet best; hij wordt afgedankt en bij het vuilnis gezet als de universiteit moet bezuinigen. Maar aan zijn kunsten als minnaar heeft het niet gelegen. Anna is heel tevreden; Adam geeft haar niet alleen liefde, maar kan ook goed met haar praten :

‘ „Ben ik wel lief?” vraag ik.

„Ben ik een intellectueel?” vraagt Anna. Zo hebben we allebei ons probleem.’

Reacties: steinz@nrc.nl