Overgoten met water in Japanse heet onsen

In Japan komt op vele plaatsen bronwater uit de vulkanische bodem. Lex Veldhoen zocht een paar bronnen op en dompelde zich onder

Zandbad in Beppu Veldhoen, Lex

Vanuit de trein zie je regelmatig uit het Japanse berglandschap stoompluimen opstijgen. Bronwater komt op 20.000 verschillende plekken boven uit de aarde van de vulkanische eilanden. Japanners baden in dit mineraalrijke water op verstilde plekjes in bossen en bergen. Er worden badhuizen gebouwd bij de hete bronnen, de onsen, in dorpen en steden.

De eerste onsen-ervaring doe ik op aan de noordkust van Honshu in Amanohashidate, gelegen aan een baai met stranden en dennenbomen. Direct naast het station staat een oud houten pand met gescheiden gedeeltes voor mannen en vrouwen. Na voorzien te zijn van een minuscuul wit handdoekje om de edele delen te bedekken, neem ik een douche, waarbij ik geacht word me grondig te wassen om de baden niet te verontreinigen. Er is zelfs een gezegde: ‘Westerlingen baden om schoon te worden, japanners reinigen zich om te gaan baden.’

Vervolgens overgiet ik mezelf met heet bronwater door een houten bakje in het bassin onder te dompelen en met enkele Japanse mannen erin te gaan liggen weken. In een kleine patio staan twee keramische watervaten, waarin twee mannen gehurkt zitten met hun handdoekjes op het hoofd (dit zou verkoelend werken). Relaxed stap ik na een uur de onsen uit.

koffie van ‘onsenwater’

Het walhalla voor hot springs is Beppu, omringd door bergen, aan de kust van Kyushu. Het heeft na het Yellowstone Park de meeste hete bronnen ter wereld. De stoom stijgt zelfs op uit straatputten en het asfalt van een parkeerterrein.

De eerste dag naar Onsen Hoyolando, aan de rand van Beppu in de heuvels. Er zijn gescheiden binnen- en gemengde buitenbaden met ieder weer een andere temperatuur en zacht aanvoelende lichtgrijze modderdikte. De buitenbaden, afgezet met rotsen en bamboe, kijken uit op de bergen, waaruit langgerekte stoomnevels in de blauwe lucht verwaaien. De dag sluit ik in stijl af door bij mr. Matzo Hidojuk in zijn sfeervolle koffiehuis met sluimerjazz koffie te drinken; gebrouwen met onsenwater.

De volgende dag naar de acht ‘Hellen van Beppu’ (Jigoku), een bijna surrealistische verzameling bronnen in siertuinen (niet om in te baden) met water in allerlei kleuren. Bij de modderhel zijn het sereen grijze poelen, waarin modder bol opborrelt en donkere ringen op het oppervlak vormt. Bij de blauwe hel is het kunstmatig gekleurde water zo heet, dat er een mandje eieren in wordt klaargestoomd. Bij de verstilde witte hel ligt een grillig gevormd eilandje in een rimpelloze ‘witte zee’.

Onderweg naar de twee hellen in de heuvelbossen even buiten Beppu kom je langs restaurantjes die hun eten op stoom bereiden. De idyllische rode hel met donkerhouten paviljoen dankt zijn naam aan de rode klei en mineralen ter plekke. Het water (78 graden) wordt aangewend als textielverf en zalf tegen huidziekten. Vlakbij komt de ‘spouting hell’ met tussenpozen tot leven. Het water van de bron wordt benut wordt om tropische planten te kweken.

Daarna dompel ik mezelf onder bij Ichinoide Kaikan in de bergen. Hier maakt de eigenaar je maaltijd klaar, terwijl je in zijn buitenbad midden in een bos uitkijkt over Beppu. Vogelgezang klinkt op en grote, kleurige vlinders fladderen rond.

Dat de Japanse badcultuur ook met zijn tijd meegaat, blijkt verder zuidwaarts langs de kust in Miyazaki met een totaal andere badgelegenheid: Ocean Dome Seagaia. In dit tropische paradijs kun je ’s zomers en ’s winters aan het witte strand liggen. Seagaia is gigantisch: op de balie van de hal waar je binnenkomt, ligt een certificaat van het Guiness Book of Records: ‘The Indoor Sea Dome at Miyazaki in Japan is the largest waterpark measuring 300 meters long, 100 meters wide and 38 meters high and contains a beach of 140 meters long.’ En dan is nog niet eens vermeld dat het dak bij mooi weer opengeschoven wordt.

blauwe luchten, palmen

Om de zoveel tijd is er golfslag en word je tijdens het zwemmen ‘in zee meegezogen’. Een paar keer per dag worden de golven metershoog opgestuwd vanwege surflessen en -demonstraties. En dat tegen een decor van blauwe luchten, palmen, een vulkaan, een grot en terrasjes. Op en rond rotspartijen met watervallen die ‘de baai’ omsluiten, bevinden zich allerlei attracties. Het is vooral een leuke dagbesteding tijdens koud en regenachtig weer. Is het mooi weer en ben je het zat, dan kun je 150 meter verderop bij een echt strand de ‘grote’ zee induiken.

De volgende Japanse badervaring is van natuurlijker aard, maar wel enigszins bizar. Helemaal op de zuidpunt van Kyushi ligt het plaatsje Ibusuki. Sommige mensen vinden het een claustrofobische ervaring, anderen zijn er euforisch over: je tot je nek laten ingraven in heet strandzand.Je gaat een gebouw binnen met in de hal een foto van de zandbaden uit 1894 (de traditie gaat zelfs drie eeuwen terug). Vervolgens krijg je een yukata (een kimono voor na het baden) en loop je via de boulevard naar het strand. Daar gebeurt het (bij minder goed weer onder een afdak op het strand, de Saraku).

Een brochure vermeldt dat een zandbad stressverminderend werkt. Er staat een foto in met twee buisjes bloed: na een zandbad is het lichter gekleurd. Uit onderzoek van ene professor Tanaka blijkt dat een zandbad het hart en de bloedcirculatie stimuleert en giftige stoffen uit het bloed worden verwijderd; het zou drie tot vier keer heilzamer zijn dan een bad in een hete bron.

Oudere dames met witte zonnekleppen op en witte sjaaltjes rond het hoofd graven je in. Schijnt de zon door gaten in het afdak, dan krijg je een klein kleurig parasolletje boven je hoofd. Een medewerker vertelt dat zich onder het strand een hete bron bevindt, die het zand ook op geringe diepte verhit. Hij wijst op kleine stoomflarden langs de waterlijn. De vrouwen met spaden weten precies hoe diep ze moeten ingraven, lig je te diep dan is er kans op lichte brandwonden.

Als ik liggend ingegraven word, mijn gezicht richting de zee, drukt het zand op mijn borst en komen strandjeugdherinneringen boven. Het is vooral de rug die verhit wordt. Na een kwartier gaat er nog een schepje op, maar enkele minuten later wordt het toch te veel en mag ik in het badhuis baden in water van verschillende temperaturen.

De laatste onsen-ervaring doe ik op even buiten Nagano, in de bergen. Vanuit Jigokudani volg je lopend een bospad tot een wildpark. Daar leven in een kloof bij een wildstromende bergrivier rond een onsen zo’n tweehonderd Japanse makaken met vuurrode koppen. Ze lopen vlak langs je, lijken bezoekers te negeren. Makaken spetteren in het water, vlooien elkaar, zonnen op rotsblokken, jongen zogen bij de moeder; anderen zwemmen onder water op zoek naar graankorrels die een parkwacht in het water gooit.

Honderd meter verderop is een onsen voor mensen, die uitkijkt op de wildstromende rivier met aan de andere oever een spuitende geiser. Ook hier scharrelen apen rond, die nu en dan samen met de bezoekers baden. Terwijl ik in de heet wateronsen lig te dampen, klautert een makaak via een overhangende waterleiding naar de overkant. Vanaf de berghelling kijken twee andere apen toe.

Beppu: www.city.beppu.oita.jp/51englishpage Ocean Dome: www.seagaia.co.jp