‘Opgelet, mannen van de islam, ideeën hou je niet onder de duim’

Fred Kruyer (50) ging als redacteur van het politietijdschrift ‘Blauw‘ naar Kabul om te zien hoe een nieuwe politiemacht daar wordt opgebouwd. Kruyer is getrouwd met Nicoline Melchior. ‘Wat ik ook overal zie is die vervloekte burka.’

Fred Kruyer

Vrijdag 19 oktober

Het begint dramatisch. Een jaar lang probeer ik voor het landelijk politieblad Blauw een artikel te schrijven over policing Afghanistan. Iedereen in Afghanistan belooft ons ter plaatse te ontvangen. De Marechaussee die er Afghanen opleidt, de Krijgsmacht die er in politietaken voorziet. En telkens gaat het niet door. ‘Het is te gevaarlijk’, ‘de veiligheidscontainers zijn er nog niet’, ‘de Talibaan bereidt een winteroffensief voor...’

Volkomen onverwacht worden we uitgenodigd door Eupol, een jong Europees politie-samenwerkingsverband dat zich in Afghanistan bezighoudt met het hervormen van de Afghaanse politie. En zo loop ik woensdagavond, huppelend van reislust, koffers te pakken als ik plotseling een kuchje achter me hoor. En dat terwijl mijn vrouw nooit kucht. Of snottert.

In de loop van die woensdagavond wordt ze ziek. Ik zou, gelet op het belang van de reis, beter op de bank kunnen slapen, maar al is dat verstandig, het wordt niet snel vergeten. Dus gok ik op mijn ijzeren gestel en sta ik deze vrijdagochtend doodziek, snuivend en druppelend, high on paracetamol, bij het Amersfoortse postkantoor om dollars in te slaan. De rest van de dag breng ik door met pakken, bellen en hazeslaapjes. Tussendoor stoom ik mijn voorhoofdsholte een beetje leeg.

Zaterdag

Vroeg vertrek ik naar Schiphol. Snotterend maar koortsvrij. Daar tref ik Harro, onze fotograaf. Onze Airbus 320 heeft een cockpitinstrument dat vervangen moet worden. Drie uur te laat stijgen we op. Eén van de stewardessen, Floor, kent ons politieblad. Haar man is reserveagent. „Leuk blad, het ligt thuis altijd op het toilet.” Daar knappen we weer wat van op.

Na een lange vlucht landen we midden in de nacht op het vliegveld van Delhi. ’s Ochtends gaan we verder naar Kabul. Barse soldaten bekijken onze tickets bij de transithal. We zien dat ze er niets van begrijpen. Maar ze sturen ons toch naar de douane waar we voor niets een uur in de rij staan. Ieder toeristenvisum wordt gecontroleerd en met de hand ingeschreven.

Zondag

Zondagochtend reizen we verder naar Kabul. Laag aanvliegend tussen de oneindige bergen ben ik geïmponeerd door de grootsheid van het Afghaanse rotslandschap. Het is de schoonheid van de absolute onvruchtbaarheid. Een kaal, onwerkelijk maar verbluffend landschap zonder bomen, struiken of wat dan ook.

Kabul is een fenomeen dat ik nooit eerder heb gezien. Een eindeloze stroom van langzaam voortsjokkende auto’s, de duurste P.C. Hoofttractoren naast wrakken die letterlijk met ijzerdraad bij elkaar worden gehouden. Er tussendoor tweewielige karren, soms met ezels ervoor maar meestal de eigenaar zelf. Overal honderden mensen die zonder blikken of blozen de straat oversteken en toch niet worden doodgereden. Straatvegers die midden op de dubbele rijbaan staan te vegen of het de Amsterdamse Begijnhof is en straatventers die thee uit zwart geblakerde verfblikken aan touwtjes aan de chauffeurs proberen te verkopen terwijl de auto’s zich er zonder toeteren gewoon omheen wringen. Het is een complete chaos maar niemand wordt boos.

Wat ik ook overal zie is die vervloekte burka. De politieke correctheid waarmee sommige West-Europeanen dit als cultureel gegeven proberen te vergoelijken maakt me ronduit misselijk. Je moet er tussen rijden om de volkomen slavernij ervan te beleven. Ze zijn eigendom, maar het verschil met de meer traditionele slavernij is dat deze vrouwen voor de rest van de mensheid ook geen eigen identiteit meer mogen hebben. Je kunt alleen maar bestaan als er ook iemand is om dat waar te nemen. En dat is zo onmogelijk, behalve voor de eigenaar. Het is de ultieme vernedering.

Maandag

Er is maar één hotel in Kabul dat als veilig wordt gegarandeerd en dat is Serena. Het is de meest luxe bunker ooit gebouwd. Meters hoge betonnen omheiningen en een leger van zwaar bewapende bewakers bij de dubbele slagbomen en stalen toegangsdeuren en uitgebreide legitimatiechecks. Inkomende auto’s worden met spiegels op bezemstelen van onderen bekeken om te zien of ze geen explosieven tussen hun edele delen dragen.

De oude vertrouwde Kalashnikov zie je overal in Kabul. Iedere Afghaanse politieman, soldaat of bewaker draagt hem om de nek. Niet alleen omdat hij globaal gesproken om de hoek wordt geproduceerd maar bovenal omdat het het enige vuurwapen is dat hier in het eeuwige stof nooit storing vertoont. Kabul is vol van wapens. Politiemensen, instructeurs en adviseurs uit alle delen van de wereld, dragen hier hun vuistvuurwapens in cowboymodus in state of the art sidekicks of schouderholsters, zodat het geëerd publiek niet op onaangename ideeën kan komen. En toegegeven, er zijn er al genoeg gekidnapt, gegijzeld en gedood.

Toch komen de buitenlanders zelden buiten. Ze reizen in zwaar gepantserde auto’s van compound naar legerkamp, ministerie of ambassade. Sommigen wonen vast in hotel Serena. Dit hotel is een zee van Europese luxe, maar dan zonder alcohol. Er wordt deze week een politieconferentie voor moslimvrouwen uit de hele wereld georganiseerd. Uit West-Europa is er geen deelneemster komen opdagen. Volgens de organisatie komt dat doordat Kabul in West-Europa als erg onveilig wordt beschouwd. De vrouwen uit de rest van de wereld zijn daar níet bang voor.

Het is een wirwar van exotische uniformen en het enthousiasme van de deelneemsters is geweldig. Enerzijds koketteren ze ouderwets met hun vrouwelijkheid en groeten ze iedere man bijna onderdanig – wat voor politieagenten geen positieve competentie mag worden genoemd – maar ze gaan er wel voor. Ook zonder de steun van de Europese carrièrepolitievrouwen, die hier zo belangrijk was geweest. Wees er maar klaar voor, mannen van de islam, jullie wereld gaat veranderen. Ideeën hou je niet onder de duim.

Dinsdag

Vandaag rijden we met twee Duitse politietrainers, Sascha en Tom, naar het hoofdkwartier van de Afghaanse grenspolitie. Voor een groot deel rijden we over de zogenaamde ‘green route’ waar regelmatig bomaanslagen plaatsvinden. Sascha rijdt er 110 kilometer per uur, terwijl de rest van het drukke verkeer het bij veertig houdt.

Als ik mijn ogen weer open doe, staan we voor het paleis van de vroegere koning van Afghanistan. Het is ontworpen door Paul Wallot, de man die ook de Duitse Reichstag bouwde. Ook dit paleis is, nu door de Talibaan, volledig aan gort geschoten. Hij lijkt met zijn bouwwerken toch wat irritatie op te wekken. De Duitsers kunnen er wel om lachen.

Op het hoofdkwartier van de grenspolitie staat een peloton Afghaanse Mobiele Eenheid glunderend te wachten om door twee Duitse zwart geklede instructeurs met zonnebrillen te worden gedrild. Eupol verzorgt de ME-opleiding, maar de uitrusting wordt betaald door de Amerikanen, die jaarlijks tweeënhalf miljard dollar spenderen aan politiehervorming in Afghanistan.

Eupol heeft van Duitsland de taak overgenomen om de Afghaanse politie te hervormen maar levert voornamelijk know how. Bij ieder project moet bij de internationale gemeenschap om financiering worden geleurd en het zijn de Amerikanen die het grootste deel van die rekeningen betalen. En de Afghanen? Die glunderen naar iedereen die ze wat wil leren maar liever nog naar iedereen die iets wil geven. En gaan intussen hun eigen weg, zoals ze dat altijd hebben gedaan.

Woensdag

Een rustige ochtend op de Eupol-compound. Ik laat me de complexe politieorganisatie in Afghanistan uitleggen. De mentor/instructeurs zijn, als je langer met ze praat, niet allemaal even optimistisch over de toekomst van Afghanistan en zijn politie. Het land heeft, als het gaat om (ambtelijke) corruptie, een eerbiedwaardige reputatie te verliezen. ’s Middags neem ik vrijaf om reportages uit te werken. En in de herensauna van Serena te lummelen. Iemand moet het doen.

Donderdag 25 oktober

Vanmorgen naar de Politieacademie. Eerst kennismaken met het hoofd, een oude luitenant-generaal die ons drie kwartier toespreekt terwijl zijn bedienden hem en ons knipmessend voorzien van groene thee en de onvermijdelijke nootjes. Daarna worden we rondgeleid op de academie waar de omgang tussen aspirant-officieren en hun instructeurs op uiterst militaire wijze plaatsvindt.

Het straatarme politiekorps houdt er een muziekband op na die dagelijks de exercitie begeleidt. Het klinkt niet mooi maar er is altijd hoop. Als de Amerikanen voor nieuwe instrumenten betalen, kan Eupol ze misschien wat beter leren spelen. ’s Middags ontmoeten we de commandant van het Amerikaanse legeronderdeel dat zich ook al tot taak heeft gesteld de Afghaanse politie te hervormen. De Amerikaan leidt ons in twintig minuten door de gehele Afghaanse politiekwestie. Hij stelt dat wat er tot nu toe is gedaan niet heeft gewerkt en dat de Amerikanen nu een andere model gaan invoeren. Ze willen graag dat Europa meedoet, maar het overlegmodel komt niet echt ter sprake. Ze zijn beleefd maar duidelijk: wie niet wil betalen moet niet vertellen hoe het moet. Soms probeer ik ook wel eens een hekel aan ze te hebben. Maar het lukt me gewoon niet.

’s Middags worden we door Andrea Kloth van de Nederlandse ambassade gebeld. De veiligheidsdienst van de ambassade heeft bericht ontvangen dat een aantal Afghaanse politiemensen van plan zijn twee Nederlanders van de Nederlandse Politie Academie te ontvoeren. Of we maar nergens meer zonder escorte van Eupol of de ambassade naartoe willen gaan. Het lijkt me een uitstekend advies.