Onvermoede schatten van stoffig genootschap

John William Inchbold, Stonehenge from the East, 1866-’66, 85.1 x 181.6 cm. (Foto Society of Antiquaries of London)

‘Making History: Antiquaries in Britain, 1707-2007’, Royal Academy of Arts, Londen. Tot 2 december.

Het eerste dat de bezoeker ziet die Making History binnenloopt, is een meterslang stuk perkament. De rol vellum, ongeveer een halve meter breed, is overdekt met kleurige, soms parallelle, soms asymetrische lijnen en cirkels die het geheel van een afstand het aanzien geven van een modern kunstwerk, of het soort mysterieuze teksten dat je ziet in science fiction films.

Het blijkt een vijftiende-eeuwse kroniek te zijn met de stamboom van de Engelse koning Henry VI die teruggaat tot op Adam en Eva – de rol was vervaardigd op een moment dat de legitimiteit van zijn koningsschap ter discussie stond. In het stuk perkament staan tal van amusante illustraties in de grotere cirkels, zoals de ark van Noach en koning Saul.

Making History is de tentoonstelling die is ingericht ter gelegenheid van het driehonderdjarig bestaan van de Society of Antiquaries, met als gastcurator de bekende historicus David Starkey. Deze Society, een eerbiedwaardig geschiedkundig genootschap met een nogal stoffige reputatie, blijkt over onvermoede schatten te beschikken die nu in de Royal Academy te Londen te zien zijn. Veel daarvan, zoals de schitterende kroniekrol, zijn nooit eerder voor een publiek te zien geweest. Zo is er een kopie uit 1225 van de definitieve versie van de Magna Carta, een geëmailleerde relikwieënschrijn van Thomas Becket, en het prachtig verluchte Lindsey gebedenboek, een van de kostbaarste bezittingen van de Society.

Opgericht in 1707, in hetzelfde jaar als de Act of Union tussen Engeland en Schotland, ontstond de Society op een moment dat er vragen werden opgeroepen over de oorsprong en het karakter van de natie. De Antiquaries werden deels gedreven door bezorgdheid over het behoud van Engelse cultuurgoed – er ging een eeuw van burgeroorlog en verwoesting aan de oprichting vooraf. Daarnaast, zoals William Camden, een van de eerste leden, het uitdrukte, wensten de Antiquaries geen „strangers in their own country” te zijn.

Hierdoor werden ze aanvankelijk niet serieus genomen, want ‘serieuze’ academici waren niet geïnteresseerd in het Britse verleden, dat ook op geen enkele universiteit werd bestudeerd. Alleen het klassieke verleden deed ertoe. De Society, die historische artefacten begon te verzamelen in een tijd dat er nog geen enkel museum bestond in Groot-Brittannië, vervulde zodoende in de loop van drie eeuwen een voortrekkersrol in het verzamelen, vastleggen, interpreteren en herinterpreteren van het Britse verleden. De tentoonstelling laat dat zien aan de hand van tal van indrukwekkende, vreemde, fascinerende en fraaie objecten. Zo is er een curieus boek uit 1676 van Aylet Sammes, die de oorsprong van Groot-Brittannië terugvoert tot op de Feniciërs – opengeslagen bij een amusante illustratie van een ‘wicker man’, een reusachtige gevlochten constructie in de vorm van een man, waarin mensen levend verbrand zouden worden – beter bekend van de cultfilm uit de jaren zeventig.

Bij de inrichting van de tentoonstelling is vooral rekening gehouden met de geschiedenis van de Society, en de nieuwe wetenschappelijke inzichten en de bijbehorende activiteiten die werden ontwikkeld. Al vanaf het begin had de visie van de Antiquaries op geschiedenis verrassend veel raakvlakken met de populaire geschiedenis van nu, met veel nadruk op het individu, familierelaties en human interest. Zo is er een bijzondere reeks vijftiende en zestiende-eeuwse koninklijke portretten, van fictieve Angelsaksische koningen (deze houten panelen werden in de negentiende eeuw gered uit een buiten-wc) tot aan Mary I. De twee intrigerendste, van Richard III, tonen duidelijk de invloed van Tudor-propaganda, in hun nadruk op zijn afwijkingen. Propaganda blijkt sowieso een belangrijke factor in de tentoonstelling, en een van de aardigste voorbeelden is een zeventiende-eeuws houten tweeluik met in totaal drie schilderingen van St Paul’s kathedraal, vóór en ná de beoogde restauratie. Het tweeluik moet worden ‘gelezen’ als een uitklapbaar pamflet – niet zo heel anders dan modern pr-materiaal van projectontwikkelaars, of een overheidsprospectus.