Ontgrijzing

Studeren is steeds duurder geworden en van de student zelf wordt een steeds hogere eigen bijdrage verlangd. Maar daar staat wel iets tegenover: de steeds hogere verdiensten in vergelijking met lager opgeleiden. Je kinderen laten studeren is voor ouders dan ook de best denkbare investering, en aan die investering, ook als die wordt gedaan door welgestelde ouders, wordt meebetaald door de slager op de hoek. Bos had natuurlijk gelijk toen hij dat een wonderlijke zaak noemde.

Laten we, zou ik zeggen, dat geld beter besteden, bijvoorbeeld door te bevorderen dat ook de kinderen van de laagst betaalden hogere opleidingen gaan volgen. Het mobiliseren van alle talent is immers de best denkbare investering voor Nederland als geheel, maar wonderlijk genoeg schijnen er plannen te bestaan om te bezuinigen op de studiefinanciering om daarmee leraren een beter salaris te gaan betalen.

Een wonderlijke koppeling, want het gaat hierbij natuurlijk om twee zaken die helemaal niets met elkaar te maken hebben. Het enige wat ze met elkaar verbindt is dat ze beide worden betaald uit dezelfde ministeriële begroting. Waren onze leraren, net als in sommige andere landen, ambtenaren, dan had niemand deze wonderlijke koppeling durven bedenken.

De Nederlandse leraren waren dan wel geen ambtenaren, hun arbeidsvoorwaarden liepen in het verleden wel in de pas met die van overheidsdienaren. Tot zo’n jaar of twintig geleden. Toen werden die van leraren verslechterd. Niet om geld vrij te maken voor studiefinanciering maar omdat die bezuiniging op het onderwijzend personeel door het kabinet-Lubbers I werd gezien als een noodzakelijke ingreep om het schip BV Nederland weer vlot te trekken.

Dat schip heeft inmiddels al lang weer de wind in de zeilen en dus is het niet meer dan redelijk dat de BV die bezuiniging weer ongedaan maakt. Daar zijn ze trouwens rijkelijk laat mee. Plasterk mag dus in alle redelijkheid verlangen dat hij het geld terugkrijgt dat onderwijsminister Deetman ooit zo ruimhartig heeft weggegeven.

Overigens ben ik ervan overtuigd dat Plasterk, om de salarissen weer op een aantrekkelijk niveau te brengen, veel minder nodig heeft dan algemeen wordt verondersteld.

Het lerarentekort is het gevolg van de vergrijzing. Het duurt voor leraren ongeveer twintig jaar voor ze hun maximumsalaris bereiken. Vergrijzing leidt dus tot hoge personeelskosten. De komende jaren zullen leraren massaal met pensioen gaan. De uitstroom van leraren betreft vooral ouderen. Die uitstromende oudere leraren zullen in de regel worden opgevolgd door jonge, beginnende docenten.

Het onderwijs gaat de komende jaren dus ontgrijzen. De gemiddelde leeftijd wordt daarmee lager met als gevolg dat de gemiddelde personeelskosten omlaag gaan. Deze ontwikkeling geldt niet alleen het voortgezet onderwijs, maar evenzeer het mbo, het hbo en de universiteiten. De personele kosten voor onderwijsgevenden gaan de komende jaren dus over de hele linie fors omlaag. Dat schept ruimte om over diezelfde hele linie de salarissen te verhogen.

Het probleem nu is dat, als gevolg van de lump sum financiering, die ontgrijzingsgelden onzichtbaar blijven. Ze gaan naar de onderwijsinstellingen, waar de besparingen gebruikt worden voor andere zaken dan personeel. Want het gaat hier om een ontwikkeling die nu al bezig is zich te voltrekken: van de beschikbare gelden gaat een steeds kleiner deel naar de personele kosten voor het onderwijzend personeel. Die extra miljard die Rinnooy Kan bepleit, die is er deels al. Alleen wordt die besteed aan andere zaken.

lgm.prick@worldonline.nl