Onder de knutten met uitzicht op de grutto’s

Ewoud Brummer (47) kocht een klein buitenhuis vlak ten noorden van Amsterdam. Hij kan bijna vertederend over zijn aankoop spreken: „Ik noem het altijd een kotje op vier pootjes.”

Dus het is een caravan?

„Nee, maar het heeft wel een gelijkwaardig systeem eronder staan. Het huisje staat tussen twee meren op een dijk. Soms is de grond wat drassig, waardoor er verloop komt onder het huisje. Dat kun je met die pootjes weer rechttrekken.”

U heeft het gekocht voor het uitzicht?

„Het is een oude volkstuin uit 1932. Iedereen vindt zijn eigen huisje natuurlijk het mooist, maar ik lig helemaal vrij, heb maar aan één kant buren. Ik kijk uit over het grootste weidevogelnatuurgebied van Europa waar de grutto vrij ronddartelt. Als de zon zakt – en behalve op Bali heb ik nergens zo’n mooie zonsondergang gezien – dan is het een waar spektakel als je de vogels op muggen ziet jagen.”

Een spektakel misschien, maar minder comfortabel?

Het zijn knutten en ze steken niet. Toen ik het huisje net had, dacht ik dat er in de buurt een windturbine stond. Tot mijn toevallige buurvrouw zei, kijk eens boven je. Het zag zwart van die beesten.”

Hoe komt u aan dit huisje?

„Hier heerst de zwaan-kleef-aanpolitiek. Een vriendin van mij had er één en toen ik die zag, was ik verkocht. Een bewoner zei dat de eigenaars van het laatste huisje er vanaf wilden. Ik heb aangeklopt en het ze op de man af gevraagd.”

En ze wilden wel?

„Het was alleen al augustus, dus ik zei dat ik er snel in wilde omdat ik dan nog een beetje van de zomer kon genieten. Twee dagen later waren ze weg. Zielig? Nee. Anders had ik dat jaar niet zoveel aan het huisje. Het kostte toen al 26.000 euro.”

Wat heeft u voor dat bedrag?

Een huisje van 45 vierkante meter, met twee kleine slaapkamertjes, wc en douche. En een postzegel van een tuin waar de hortensia’s het overigens prachtig doen. Maar ik heb het gekocht voor het uitzicht.”

En wat doet u hier zoal?

„In de zomer krijg ik enorm veel aanloop van vrienden en vrienden van vrienden. Iedereen neemt wat mee, allemaal heel laagdrempelig. Het is echt simple life. De eenvoud is de lol. En ik zwem, werk in de tuin, lees, loop hard. En kan daar goed ‘kangoojumpen’. Dat is hardlopen op skischoenen met veren eronder. Dat deed ik in het Vondelpark, maar daar verdraaien fietsers hun nek als ze me zien rennen. Je rent in slowmotion. Ik zou alleen graag willen dat we weer eens een koude winter krijgen zodat het water van de meren bevriest en we kunnen schaatsen.”

Willemijn van Benthem