Monument

Toch jammer dat we Dick Advocaat niet meer op de Nederlandse voetbalvelden zien. De kleine tsaar was deze week weer in grootste doen. Zowel voor als na de wedstrijd tegen AZ. In woord en gebaar. Geheel de oude, alles erop en eraan. Onverminderd bereid tot de zelfontploffing.

Voor de wedstrijd prees hij Louis van Gaal de hemel in. „Prima coach, nog iets scherper dan ik.” Hij zei het op het toontje van de eeuwige assistent. Dat hoort Louis graag en dus kwam ook hij genereus uit de hoek: „Dick is wereldtop.” Nederlanders in beate bewondering voor elkaar – je komt het niet vaak tegen. Al helemaal niet in het Betaald Voetbal. Alles wordt hier kleiner gehouden dan het is. Op Nederlandse bodem hoor je nooit eens een ode aan Bert van Marwijk. Dat krijgen de coaches niet uit de strot. Het wederzijdse respect is in het beste geval slapend. Respect als gezwel, meer kan het niet zijn.

Bert is wel lief.

In Sint-Petersburg bewijst Dick Advocaat andermaal dat hij een vakman is. Wat heet, een legendarische vakman. De kans zit er dik in dat hij met Zenit de kampioenstitel pakt. Als het zo ver komt, beleeft het pretentieuze Moskou een tweede Stalingrad. Wonden voor de eeuwigheid. Ik zou het Advocaat zo graag gunnen. Zijn naam, eindelijk verankerd in geschiedenis: wie heeft het meer verdiend dan dit driftige baasje?

Wat moet hij kou hebben geleden in Sint-Petersburg. Zenit: spreek het uit en je voelt de Lange Leegte. Zo ziet de coach er ook altijd uit. Driedubbele sjaal om de nek, bevroren ijslaagje onder de neus, ogen zonder licht. En toch, bij wijlen, spartelend als een kreeft aan de zijlijn.

Dan die avonden in Sint-Petersburg, in een hotelkamer. Donker en tochtig. Geen dubbele ramen, uiteraard. Man in pyjama, altijd verdoofd door de klankorgie van een Kozakkenkoor in de verte. De hele nacht. Ook nog om half drie ’s ochtends het gebonk van bezopen hoeren die zich van deur vergissen. Dick is er, godlof, doorheen geslapen, en is weer monter opgestaan. Hop, de kou in voor een nieuwe dag. Gejaagd door de wind.

Eigenlijk is het hele (voetbal)leven van Dick Advocaat een offer. Wat hij als coach van het Nederlands elftal in Portugal over zich heen heeft gekregen, was de barbarij voorbij. Iemand riep dat hij op de brandstapel moest. De meest lugubere patatboeren uit Drenthe kwamen hem uitjouwen op het trainingsveld. Niemand bood dekking, Johan Cruijff niet, Henk Kesler niet, Kees Jansma niet, de spelers niet. Willem van Hanegem ontpopte zich uiteraard als de leuke gozer van de persoonsontdubbeling. Het Nederlands elftal speelde wel een stuk beter voetbal dan de bende die Marco van Basten er inmiddels van gemaakt heeft. Maar dat werd niet gezien.

Dick werd alleen gelaten.

Maanden later werd nog steeds gespeculeerd naar zijn onderduikadres. Alsof dat dan geen belediging was. Nog erger, ik ken een paar dwaallichten die volhouden dat Advocaat in de bunker van Wilders heeft gezeten. Als proefdier van veiligheid, misschien? Een opportunist als Jan Marijnissen had hem wel in beton willen gieten.

Dick ging dapper door. Terwijl het natuurlijk knaagde dat in het na-oorlogse Nederland nooit eerder een coach zo geraspt werd tot diep in de ingewanden. Nog steeds vraag ik mij: hoe hebben zijn intimi dit leed doorstaan? Het was niet eens leed, het was genetische manipulatie.

Wat mij steeds meer verbaast, is het incasseringsvermogen van voetbalcoaches. Ze worden tot in de kinderen gebrandmerkt, en niemand houdt het tegen. Als ik dan zo’n meneer Middelkoop van Defensie zie, denk ik echt: geföhnde kop, geföhnd hart. Allicht met God aan zijn zijde, maar waar zou dan godverdomme het leed zijn? De scheiding in de haren? Sterf toch weg, mijnheer, als skelet van God. Dirk Scheringa achterna.

Natuurlijk is sport de verhevigde samenleving. Beter gezegd: de ruige onderkant. Een wals van ruïnes, combines en fileerkunst. Maar juist in deze ambiance past Dick Advocaat niet. Ja, hij is gek op geld, want min of meer kinderloos. Ja, hij is ijdel vanuit de korte beentjes die hem moeten schragen. Ja, hij kent het zelfbeklag van de underdog. Maar in Sint-Petersburg was hij deze week zijn eigen monument.

Dat moet hij ook in Nederland worden: Dick Advocaat en Armando, hand in hand. Vernietigd weliswaar, maar hoopvol.

1-1: geluk.