‘Leterme heeft te veel beloofd’

België stevent af op een duurrecord in kabinets-formaties. Maar Louis Michel blijft optimistisch: „Deze crisis is ernstig, maar niet ernstiger dan vorige.”

Louis Michel, Europees commissaris (Foto Evelyne Jacq) Europa, Belgie, Brussel, 02-04-2004 NAVO hoofdkwartier. Officiele ceremonie uitbreiding van NATO/OTAN met 7 landen uit Oost Europa. Louis Michel, Minister Buitenlandse zaken van Belgie. Bongenootschap, bondgenoten, Noord Atlantisch Verdrag Organisatie, leger, militairen. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Of er in de EU zorgen zijn over de toekomst van België? „Ja”, zegt Louis Michel. „Veel mensen stellen me daar vragen over. Maar ik kan ze gemakkelijk geruststellen. Ik vertel hen dat formaties in andere landen ook heel lang duren, in Nederland bijvoorbeeld. En in België is het nóóit eenvoudig een regering te vormen.” De Belgische formatie duurt nu 139 dagen. Een einde is niet direct in zicht.

Louis Michel (60) behoort al jaren tot de belangrijkste politici van België. Bijna twee decennia leidde hij de Franstalige liberalen. Nu is hij Europees Commissaris voor Ontwikkeling en Humanitaire Hulp. In het voorjaar nam Michel een maand verlof om als lijstduwer mee te kunnen doen aan de Belgische parlementsverkiezingen. Tijdens de campagne werd zijn naam vaak genoemd als outsider voor het premierschap. Michel is de enige toppoliticus uit het zuiden van het land die perfect Nederlands spreekt. Hij gaf er les in.

Tegenwoordig zijn er meer Franstalige politici die Nederlands leren. Zouden de tegenstellingen in het land minder groot zijn geweest als ze daar eerder mee waren begonnen? „Zeker”, zegt Louis Michel in zijn werkkamer bij de Commissie. „Taal is een symbool. Toen wij in 1999 in de regering kwamen, heb ik tegen mijn ministers gezegd: jullie moeten Vlaams leren. Didier Reynders, mijn opvolger, gaf binnen een jaar persconferenties in het Vlaams. Dat heeft te maken met eerbied. Vlamingen waarderen zijn inspanning. Het is een erkenning van hun cultuur. ”

Toch is taal op dit moment niet de kern van het probleem in België, zegt Michel. Belangrijker zijn volgens hem de politieke en culturele verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië. „In Vlaanderen is er een sterke neiging om politiek liberaal te zijn, in een brede betekenis van het woord. De markteconomie wordt gezien als iets positiefs. Individuen moeten inspanningen verrichten, is het idee. Het is wel te verklaren waarom Vlamingen er zo over denken. Vijftig jaar geleden verkeerden ze in een economisch slechte situatie. Ze hebben het gevoel dat ze nu welvarend zijn dankzij die liberale blik op het leven.”

„In het zuiden van België was de socialistische partij decennialang dominant. Die heeft verzuimd aan mensen uit te leggen dat je je moet inspannen om welvaart te verkrijgen. Ik veroordeel hen niet, ze hadden ook de pech dat de oude industrieën in Wallonië werden gesloten. Maar ze zijn te lang passief gebleven. Bij Vlamingen is daardoor de indruk ontstaan dat Walen fatalistisch zijn, dat ze maar geld blijven vragen van de staat, zonder hun verantwoordelijkheid te nemen.”

Bij de verkiezingen op 10 juni wonnen de liberalen in Wallonië voor het eerst van de socialisten. Zij proberen nu een regering te vormen met Vlaamse liberalen en met christen-democraten. Dat dat moeilijk blijkt te zijn, heeft volgens Louis Michel een aantal redenen. Vlaamse en Franstalige christen-democraten vormen geen politieke ‘familie’ meer, zoals de liberalen dat nog wel doen. Het CD&V van Yves Leterme volgt economisch een rechtse koers. Joëlle Milquets CDH is wat dat betreft een linkse partij.

En: Yves Leterme heeft zijn Vlaamse kiezers te veel beloofd, zegt Michel, „veel te veel”. Leterme deed mee aan de verkiezingen, zei hij, om er voor te zorgen dat tal van bevoegdheden zullen worden overgedragen van de federale (Belgische) regering naar de regeringen van de drie gewesten (Wallonië, Vlaanderen en Brussel). Michel: „Bij het CD&V denken ze dat ze de verkiezingen hebben gewonnen als gevolg daarvan. Maar ik ben er niet zo zeker van dat mensen op die partij hebben gestemd vanwege haar nationalistische houding. Ik denk dat het imago van Leterme belangrijker is geweest. Hij is degelijk, werd beschouwd als serieus en straalde zelfvertrouwen uit. Dat past goed bij het beeld dat Vlamingen van zichzelf hebben. Hij is het tegenovergestelde van Guy Verhofstadt. Die is een flamboyante, Latijnse leider, met grote ambities. Verhofstadt wilde een definitieve staatkundige oplossing voor België. Hij keerde zich tégen de Irakoorlog, zonder zich af te vragen wat de Amerikanen van hem zouden denken. Het België van Verhofstadt was een klein land met een grote leider, en met grote ambities. Ik denk dat mensen wel bewondering hadden voor Verhofstadt, maar dat ze ook een beetje moe van hem werden.”

Louis Michel blijft optimistisch over de afloop van de formatie. „We hebben vaker crises gehad”, zegt hij. „Deze is ernstig, maar niet ernstiger dan de vorige.”

Hij hoopt dat deze keer een definitieve oplossing kan worden gevonden voor de staatkundige inrichting van het land. Dat betekent wat hem betreft onder andere de invoering van een landelijke ‘kieskring’ voor een deel van de Kamer. In het huidige systeem kunnen inwoners van Vlaanderen alleen op Vlaamse partijen stemmen, en inwoners van Wallonië alleen op Franstalige. Daarom had Verhofstadt electoraal gezien niets aan zijn populariteit in het zuiden van het land.

Michels partij wil dat een deel van de Kamer voortaan landelijk wordt verkozen, zodat het voor politici weer zin heeft het algemene belang te verdedigen.

Verder, zegt Michel, moeten landelijke en regionale verkiezingen voortaan op dezelfde datum worden gehouden. Dat is nu niet het geval, en dat zorgt voor grote onrust, denkt hij. „In juni hebben we landelijke verkiezingen gehad. En in juni 2009 zijn er al weer verkiezingen voor de gewesten. In ál die verkiezingen spelen dezelfde – nationale – thema’s. De regering die nu wordt gevormd heeft maar een jaar om zich te bewijzen, want in 2008 begint de volgende campagne al weer.”

Ziet Louis Michel nog een rol voor zichzelf in België? Wil hij nog premier worden? „Dat is tamelijk onmogelijk”, antwoordt hij. „In België moet je op enig moment formateur worden, om premier te kunnen worden. Dan zou ik eerst ontslag moeten nemen als commissaris. Trouwens, de meeste geschikte in mijn partij vandaag is Didier Reynders. Voor de rest zullen we wel zien. In 2009 keer ik waarschijnlijk terug naar de nationale politiek.”