Laaghalen – Smalbroek

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Drenthe

In de wei staan paarden van gele wol, ze dragen zwarte langharige sokken. Uit al onze neuzen komen wolkjes. Het Laaghaler Veen bloost van de kou. Het vervaagde violet van de heidestruiken gaat gekleed in roestig pijpestrootje – dat is dat hoge gras met punten dat in bulten groeit. Druppels klemmen zich aan de halmen, je kunt erlangs stampen, ze geven geen krimp. Het zijn de pampa’s van de lage landen, deze venen. Ook het Noorderveld en het Hijkerzand strekken zich uit of ze er nooit mee willen ophouden, zacht golvend, ruig van structuur. Leeg, met hier en daar een boom, waarvan de kruin soms één kant op groeit zodat het lijkt of hij vlagt met zijn takken. Is er sprake van een rij berken dan bleekt het koude zonlicht hun stammen, waardoor die op tl-buizen lijken. Er is voorzien in bijpassend vee: in de verte, onder een koepel van wolkenflarden, grazen Schotse hooglanders, de vervaarlijke knuffeldieren die worden ingezet om natuurgebieden kort te houden. Ze hebben hippievachten en schudden met hun kromme horens maar ze hebben geen kwaad in de zin. Ook die enorme stier niet die, plotseling dicht achter me, nauwkeurig zijn happen gras afscheurt en wegkauwt.

Er zijn wat fietsers, maar wandelaars laten zich de hele dag niet zien. Konden die collectief hun handschoenen niet vinden, of weten ze gewoon niet wat goed voor ze is? Want als het vandaag ergens mooi lopen is, dan hier, in Drenthe, over deze schrale paden, met dit uitzicht, bij dit plusminus-drie-gradenweer.

Aan verkleurde struiken zitten bramen, onrijpe en rijpe, die smaken rins maar ook als sorbetijs. Een verweerd betonnen brug verbindt met een lichte buiging de oevers van het Oranjekanaal. Het is hier zo stil, dat komt door het water, dat dempt en het geeft ruimte aan het gekras van de kraaien die hier wonen. Intussen neemt frescoblauw het over van de geschulpte wolken, vennen kaatsen het terug en de bomen langs de akkers zuigen het op en kleuren nog dieper.

„Kijk eens, speciaal voor jou’’, zegt man. Hij wijst naar een vliegenzwam, mijn eerste deze herfst. Vliegenzwammen zijn geluksbrengers. Hun ontwerp is weergaloos (rood met witte stippen, hoe kom je erop!), ze weten van opvallen, ze ademen filosofische overwegingen, en ze kennen het belang van goed gezelschap: daar staat er nog een, en daar twee dicht bij elkaar. In een van hun sombrero’s zitten snavelgaten. Man: „Vogels eten graag paddo’s, dan denken ze dat ze kunnen vliegen.”

16,5 km. Kaarten 13-16 uit: Drenthepad. Uitg. NIVON, Amsterdam, 1999. Geen openbaar vervoer tussen begin- en eindpunt. Tel. taxi: 0611918888.