‘Kinderen komen zelf met ideeën’

Zondag is het zover, dan spelen schoolkinderen met het Concertgebouworkest in de Grote Zaal van het Concertgebouw. Maanden oefenen in een gymzaal in de wijk zijn eraan voorafgegaan.

Kasper Jansen

Dinsdagmorgen half negen, de gymzaal van de basisschool Oscar Carré in de Amsterdamse Pijp. Zes musici van het Koninklijk Concertgebouworkest komen opnieuw een dag repeteren met dertig leerlingen van groep 6: zingen en spelen op bongo’s en trommels. Het moet zondagmiddag leiden tot twee al lang uitverkochte ‘Benjaminsconcerten’ op het podium van het Concertgebouw, samen met het Concertgebouworkest.

Voor de kinderen binnenkomen, zingt harpiste Petra van der Heide van een flipover nog even het lied dat dan moet worden gezongen. ‘Héla, meneer, help me dan, ik denk niet dat ik zonder liedjes leven kan’. Voor de musici blijkt het daags tevoren al gerepeteerde lied, een bewerking van het Engelse The Orchestra Man, nog te lastig om het in in één keer weer goed te zingen.

Petra van der Heide: „Er worden hier van ons dingen gevraagd die we niet hebben geleerd op het conservatorium, dat is ook het leuke.” En hoornist Peter Steinmann: „Voor ons is dit allemaal last minute, we zijn dit niet gewend.” De algemene conclusie is dat de kinderen, soms na even wat onzekerheid, heel creatief zijn en zelf met allerlei ideeën komen. „Daar kunnen wij nog wat van leren.”

Even later lijkt op deze school met overwegend allochtone leerlingen geen reden voor pessimisme over de jeugd van tegenwoordig. De kinderen gedragen zich voorbeeldig en gedisciplineerd, ze doen in een kring enthousiast mee aan allerlei oefeningen om goed op te letten, om gelijktijdig te bewegen en te reageren op wisselende ritmes. De repetitie wordt geleid door ‘animator’ Tim Steiner, een Engelsman die zulk soort projecten ook doet bij de Londense orkesten. Hij spreekt nauwelijks een woord Nederlands en zegt ‘Dank u wel’ als hij iemand ter begroeting een hand geeft. Maar met zijn gebarentaal en tellen in het Engels heeft hij moeiteloos contact met de kinderen, die leren hun spel op bongo’s en trommels tegelijk te beginnen en te eindigen.

Steiner was eerder betrokken bij jeugdactiviteiten van het Concertgebouw, dat zelf ook veel doet aan muzikale vorming van jongeren. Marga Helmich, hoofd educatie van het Concertgebouw: „Op dit niveau is er niemand in Nederland. Hij gebruikt een Engelse werkmethode en zulke expertise missen wij hier.”

Na enkele activiteiten voor jongeren in de afgelopen jaren is het educatieproject ‘Benjamins Orkest’ het grootste in de historie van het Concertgebouworkest. Eerbiedwaardig en wereldberoemd is het orkest. Maar het ontkomt er niet aan, zoals het Nederlands Philharmonisch Orkest al eerder deed, zich ook buiten het Concertgebouw actief te bemoeien met de muzikale opvoeding van de Amsterdamse schooljeugd en die met workshops en concertbezoek in aanraking te brengen met orkestmuziek.

Vrijdagmorgen elf uur, de Grote Zaal van het Concertgebouw. De kinderen spelen met het Concertgebouworkest mee tijdens een generale repetitie voor de concerten van zondag. In de zaal zitten negenhonderd kinderen uit dertig klassen van allerlei scholen. Voor hen is dit een schoolconcert waarop ze enige maanden door docent en door musici van het orkest zijn voorbereid.

Op het programma staat muziek van Leonard Bernstein (ouverture Candide) en Benjamin Britten: A Young Persons’ Guide to the Orchestra. Een daarop gebaseerde kindercompositie op allerlei slagwerk wordt door de Oscar Carré-leerlingen samen met het orkest uitgevoerd. En natuurlijk wordt in de zaal ook massaal het Orkestenman-lied meegezongen. Het publieke succes is groot.

Dirigent is Ivan Meylemans, tot voor kort trombonist van het orkest. Na afloop is hij enthousiast over het interactieve karakter van het project. „De kinderen spelen mee op het podium en de zaal doet mee. Fantastisch hoeveel ritme in die kinderen zit. Dit vergeten ze nooit.”