Jonge schaatsers grijpen macht op 500 meter

Vorig seizoen nam de jeugd het Nederlandse allroundschaatsen over, dit jaar is de kortste sprintafstand aan de beurt. Gisteren diende zich op de eerste dag van de NK afstanden in Heerenveen een nieuwe generatie schaatsers aan op de 500 meter: Jan Smeekens (20) en Annette Gerritsen (22) veroverden in Thialf hun eerste titels en zetten daarbij gevestigde namen als Erben Wennemars, Jan Bos en Marianne Timmer op forse achterstand.

Minder verrassend was gisteren de nationale titel van Sven Kramer op de vijf kilometer.

Toch komt ook het succes van Smeekens, een pupil van de vorig jaar zo dominante TVM-ploeg, niet uit de lucht vallen. De rassprinter uit Raalte, die gisteren beide ritten won, werd al beschouwd als het grootste Nederlandse talent op de 500 meter sinds jaren. En hij wordt gekoesterd als een diamant in een land dat een grotere traditie heeft op de 1.000 en 1.500 meter, getuige de carrières van Erben Wennemars, Jan Bos, Gerard van Velde, Beorn Nijenhuis, Stefan Groothuis, Simon Kuipers en Mark Tuitert.

Gisteravond loste Smeekens zijn beloftes in toen hij in een rechtstreeks gevecht afrekende met zijn ‘mentor’ bij TVM, Wennemars. Vooral zijn tweede 500 meter was indrukwekkend (35,56), na een razendsnelle opening (9,74). Slechts één keer opende Smeekens sneller, in Calgary (9,72). „Gaaf”, zei Smeekens over zijn titel. „Ik was er extra op gebrand omdat het vorig jaar bij de NK afstanden net niet lukte. Ik had er nu wel een beetje op gerekend omdat ik in het voorseizoen steeds de snelste was.”

Toch maakt Jan Smeekens zich nog geen illusies over het WK sprint, dat in januari in Heerenveen wordt gereden. Hij heeft niet voor niets de bijnaam ‘de Japanner uit Salland’. Smeekens is geheel volgens de Japanse traditie razendsnel op de 500 meter, met een persoonlijk record van 34,72. Maar de dubbele afstand is voor Smeekens, zoals ploeggenoot Wennemars het vorig jaar eens uitdrukte, één rondje te ver. „Dat WK staat wel op mijn lijstje, maar niet met heel dikke letters”, zegt Smeekens. Om daar een kans te maken moet ik mijn 1.000 meter verbeteren van 1,12 tot 1,09. Dat is met één zomer trainen niet reëel. Mijn doelstelling is bij de wereldbekerwedstrijden op de 500 meter regelmatig in de topvijf te rijden.”

Het zilver op deze afstand was gisteren voor Simon Kuipers, het brons voor Erben Wennemars. Opvallende afwezige bij de eerste World Cup-wedstrijden is de onttroonde titelhouder, Jan Bos. Hij stelde teleur met een vijfde plaats, terwijl Stefan Groothuis en Beorn Nijenhuis door blessures niet konden rijden. „Natuurlijk is dit balen”, zei Bos. „Maar mijn doel is nog steeds de 1.000 meter.”

Op de 500 meter bij de vrouwen stonden drie DSB-rijdsters van coach Jac Orie op het podium. Annette Gerritsen won voor haar trainingsmaatjes Margot Boer en Marianne Timmer.

Gerritsen wil dit seizoen de vruchten plukken van het ‘sprinttreintje’ dat Orie bij DSB op de rails heeft gezet. De vierde rijdster, Laurine van Riessen, raakte gisteren door een blesssure achterop. Gerritsen is blij met de uitbreiding van de DSB-sprintploeg met de jonge talenten Margot Boer, die vorig jaar nationaal kampioen op de 500 meter werd en gisteren zilver veroverde, en Laurine van Riessen. „Wij motiveren elkaar en we concurreren met elkaar. Voor mij is dat heel belangrijk.” Hoewel zij Marianne Timmer ruim voor bleef, denkt de schaatsster uit Ilpendam niet dat zij Timmer voorgoed voorbij is. „Op de trainingen rijdt zij ook wel eens sneller.”

Op de 5.000 meter bij de mannen was Kramer (6.24,51) net als vorig jaar oppermachtig, al was het verschil met zijn ploeggenoten, nummer twee Carl Verheijen (6.25,54) en nummer drie Wouter Olde Heuvel (6.28,48) een stuk minder groot. „Ik ben tevreden”, zei Kramer. De ploeg van Gerard Kemkers trainde de afgelopen weken keihard door en dat was volgens de schaatsers te merken. Kramer: „Dit is het begin van het seizoen. Ik ga hier niet proberen met 25 seconden verschil te winnen.”