Inflatie leraarschap

Het imago van het leraarsberoep is al weer geruime tijd onderwerp van gesprek. Vorige week ook op deze pagina. Het beroep heeft de afgelopen decennia aan aantrekkelijkheid ingeboet. Het gevolg: een tekort aan leraren. Schooldirecteuren en politici wringen zich in allerlei bochten om oplossingen te genereren. In dit streven lijkt de kwaliteit van het leraarschap van mineur belang te zijn, op z`n minst een kwestie die naar een later stadium ter oplossing kan worden doorgeschoven. Dat hebben we eerder meegemaakt.

Tekort aan leerlingen op de Pedagogische Academies (PA) in de jaren 80 leidde tot een ongebreidelde toelating van mavo-leerlingen. Daarmee stroomde een generatie leraren het basisonderwijs binnen, waarvan de geschiktheid bedenkelijk was.

Tijdens de eindexamens van een PA te Amsterdam - die ik meemaakte als rijksgecommitteerde - leek het erop of de kandidaten vooral waren voorbereid om het examen zoveel mogelijk te traineren. Dat resulteerde onder meer in het uittrekken van schoenen vanwege zweetvoeten - voor de leraar/examinator blijkbaar geen redenen kandidaten tot de orde te roepen. Ook stelden kandidaten zelf de vragen in plaats van ze te beantwoorden, waardoor een serieus eindgesprek vrijwel onmogelijk was.

Op een PA te Utrecht constateerde ik fraude: twee vrijwel identieke scripties. Niet de betreffende kandidaten, maar de gecommitteerde zelf kreeg een schrobbering van het ministerie en de toenmalige Hoofdinspectie Opleidingen. De PA had de werkstukken geaccepteerd en daarmee was aan de vereisten voldaan. Directie en examinerende leraar zagen ook geen probleem. In de inhoudsopgaven moesten de hoofdstukken beurtelings van een naam worden voorzien. Daarmee was de kous af.

Te Amersfoort werd het nog bonter. Alle kandidaten hadden als gemiddeld tentamencijfer een 8 voor Nederlands. Daarmee waren ze verzekerd van minimaal een 6 als eindcijfer. De betreffende leraar/examinator zorgde wel dat niemand een lager examencijfer dan een 3 zou krijgen. Een 5,5 werd een 6. De verklaring van de leraar Nederlands over deze homogene groep examenkandidaten als statistisch novum was: `Mijn visie is: taal is communicatie. Ze communiceren allen goed. En goed is een 8`. Zo stond dat vroeger ook in de schoolrapporten! De geuite kritiek op deze verklaring had een wrang succes: het jaar daarop kwamen alle kandidaten met een 7 naar het examen...

Tijdens examens keken kandidaten angstig naar hun leraar/examinator als die een vraag stelde die tijdens de les niet was voorbereid. Allochtone kandidaten die de Nederlandse taal zeer slecht beheersten, verschenen met scripties in perfect Nederlands: de leraar als ghost-writer! Nagenoeg iedere gecommitteerde meldde soortgelijke malversaties.

Na afschaffing van het instituut Rijksgecommitteerde eind jaren 80 verdween ook het kleine beetje kwaliteitscontrole aan het eind van de rit. De deur naar verdere niveaudaling stond open.