‘In Mississippi komt er een eind aan een tijdperk’

Country, de muziek van goedkope whiskey en slap bier, dreigt uit te sterven, zelfs in het zuiden van de Verenigde Staten. Idols is nu de norm – niet Kenny Rogers. „Hoor je het? Ze spelen gewoon de blues. Country bestaat niet meer.”

Tom-Jan Meeus

De Mississippi State Fair is het plattelandsplezier van het Diepe Zuiden. Er is een kermis en een showroom met oldtimers en er lopen mannen met cowboyhoeden en blije evangelisten op zoek naar nieuwe aanwas. En elke dag, gedurende een hele week, een nieuwe uitdaging voor de boer & zijn vee: de ‘Pretty Cow Contest’ voor de mooiste koe, de verkiezing van de ‘Goat Princess’ voor de best geklede geitenhoudster, een potje ‘Mule Pulling’ om de sterkste boer van de staat aan te wijzen.

„Het beste entertainment van het jaar”, zegt Eddie Bender (57), bouwondernemer, terwijl hij zijn pistool in de handtas van zijn vrouw propt – zijn broek zit te strak. Zojuist heeft hij een paar gefrituurde worsten gegeten en nog gauw bestelt hij een schaal funnelcakes, geplette oliebollen die worden geserveerd met ijs, slagroom en chocoladesaus.

Bender schrokt ze naar binnen – hij is gekomen voor de ‘Colgate Country Showdown’ en die staat, ’s avonds tegen zevenen, op punt van beginnen. „Some good ol’ steelguitar” wil hij horen.

De Colgate Country Showdown is het Idols van het Diepe Zuiden. Een talentenjacht exclusief voor jonge countrymuzikanten. De aanpak is traditioneel, want anders dan bij Idols – ook in de VS de populairste tv-show van het land – delen de juryleden van de Country Showdown hun punten nog anoniem uit. Beledigingen worden, anders dan in een doorsnee Idols-aflevering, niet geuit. „Wij zullen onze muzikanten nooit vernederen”, zegt organisator Paul Cowan. „De kinderen die hier meedoen hebben een zwaar leven. Ik wil het niet erger maken.”

Voor Cowan is country de tweede taal van blanke boeren en andere leden van de werkende onderklasse. Muziek van overspel en ander alledaags drama, van Budweiser en goedkope whisky, van het optimistische conservatisme dat in de VS zo gemakkelijk wortel schiet: beken je zonden en God gunt je een nieuw leven.

De show van Cowan steunt op een netwerk van duizenden lokale countryradiostations dat als een geraamte onder de landkaart van de VS ligt. Elk station, vaak amateurs, houdt een eigen talentenjacht. Via regionale tussenverkiezingen gaan de winnaars naar een finale in de 52 staten. Vandaag is Mississippi aan de buurt, een van de zuidelijke staten waar de animo voor de talentenjacht het grootst is. De showdown eindigt volgend voorjaar in Nashville, waar de winnaar 100.000 dollar krijgt in een programma dat op de nationale televisie wordt uitgezonden.

Cowans show bracht ooit Garth Brooks voort, de countryzanger uit Oklahoma die het genre gladjes vermengde met rock en pop – en een van de best verkopende countryartiesten van zijn generatie werd. Maar dat is ook het probleem, bromt geluidsman Gary Oneill. Volgens hem is het genre, mede door het succes van Brooks, zo verwaterd dat de traditionele country het loodje legt.

Op het podium imiteert elektromonteur John Derek Lewis uit Butler, Alabama, de hese stem van Eddie Vedder als hij een bluesliedje zingt. „Hoor je het?”, zegt Oneill die al dertig jaar lang het geluid verzorgt van alle grote country-concerten in het zuiden van de Verenigde Staten. „Ze spelen gewoon de blues! Country bestáát bijna niet meer.”

Het is waar, beaamt organisator Paul Cowan, dat de traditionele country op sterven na dood is, zelfs op het zuidelijke platteland. Tennessee, vooral Nashville, vormt een uitzondering. Maar ook in Mississippi en Alabama kan hij al een paar jaar nauwelijks meer jonge mensen vinden die de „pure, twangy sound” willen spelen.

„Het geldt ook voor de wat burgerlijke country: Kenny Rogers’ You picked a fine time to leave me Lucille. Jonge mensen halen er hun neus voor op, ook de veeboer uit het noorden van Mississippi. In dat opzicht beleven we het einde van een tijdperk.”

Bovenin kijken de hele middag twee zwarte jongens roerloos naar de repetities; ze zijn de enige zwarten hier. Ze doen de logistiek voor het Collisseum, vertelt Alex Bufford. De State Fair is het belangrijkste evenement van het jaar. De Little River Band is geweest, de Beach Boys, REO Speedwagon, de Pointer Sisters: alle avonden was het afgeladen. Maar vanavond, voorspelt Bufford, „wordt een zielige vertoning”.

Als de finale begint, zijn inderdaad alleen de eerste vijf rijen bezet, met familie en vrienden van de deelnemers. Achter de coulissen blijkt dat weinig muzikanten hier uit pure liefde voor country zijn: het is voor hen een nieuwe poging artiest te worden.

Idols is tegenwoordig de norm – niet Kenny Rogers. Als de 13-jarige Kayla Woodson uit Louisiana, al sinds haar vierde een kandidaat-kindsterretje, na afloop hoort dat ze niet heeft gewonnen, legt ze uit dat het helemaal niet erg is. Dit is alleen maar oefening voor wanneer ze 16 is, dan mag ze meedoen aan Idols. „Ze vindt country leuk hoor’’, zegt haar oma, „maar het is niet het enige.”