In de rij voor Northern Rock

Het Northern Rock-fiasco is tot een soort veiling voor financiële beroemdheden verworden.

Het is opmerkelijk om te zien hoeveel zwaargewichten in verband gebracht willen worden met een bank die ten dode zou zijn opgeschreven zonder een volledige overheidsgarantie van haar deposito’s en minstens 20 miljard pond (28,5 miljard euro) aan leningen van de Bank of England.

Sir Richard Branson was de eerste beroemdheid die het strijdperk betrad, op de voet gevolgd door Sir George Mathewson als zijn speciale adviseur.

Sir George is vorig jaar teruggetreden als president-commissaris van Royal Bank of Scotland, een financiële instelling met acht maal zoveel bezittingen als Northern Rock.

Bransons rivaal J.C. Flowers heeft de inzet nu verhoogd. Zijn beoogde president-commissaris is Paul Myners, een vriend van de Britse premier Gordon Brown, die lid is van de raad van toezicht op de Bank of England en president-commissaris van de Guardian Media Group. Myners krijgt gezelschap van Hugh Scott-Barrett, de voormalige financiële directeur van ABN Amro – ook acht maal groter dan Northern Rock – en van twee gepensioneerde bazen van concurrerende Britse kredietverleners, Abbey National en Alliance & Leicester.

Waarom zouden zo veel zwaargewichten bereid zijn deze besmette ring te betreden? Daar zijn twee hele goede redenen voor: geld en goodwill.

Door overheden gefinancierde reddingsoperaties voor banken kunnen voor private beleggers zeer lucratief zijn. Flowers en zijn partners verdienden zeven maal hun aanvankelijke belegging in Japans Long Term Credit Bank terug – waardoor ze in feite ongeveer een kwart van de fondsen die de Japanse regering in de bank investeerde in hun zak staken. Als de Britse regering zich net zo royaal betoont, zou iedereen die zich bemoeit met de redding van Northern Rock er buitengewoon goed vanaf komen.

De goodwill vloeit voort uit de mogelijkheid dat de regering van een potentieel groot politiek risico wordt verlost. Een reddingsactie zou de aanvankelijke beslissing om geen verkoop van de bank af te dwingen en Northern Rock niet te nationaliseren minder roekeloos doen schijnen.

Zelfs redders in de nood en reeds succesvolle zakenmensen kunnen worden verleid door de roem – en toekomstige politieke invloed – die het gevolg zou zijn van het in leven houden van de bank.