Europese Unie is zeker geen doorsneedemocratie 2

Uwe Becker leverde op de Opiniepagina van 17 oktober een bijdrage aan het Europadebat onder de kop `EU is een doorsneedemocratie`. Deze kop is ronduit misleidend. De Europese Unie is namelijk verre van doorsnee. De EU vormt een nieuw en uniek verschijnsel in het volkenrecht dat in vakkringen tot nu toe vaak als een `constructie sui generis` wordt aangeduid. Het feit dat een verschijnsel enig in zijn soort is, hoeft echter niet te betekenen dat die soort niet benoemd zou kunnen worden.

Het belangrijkste verschil tussen de Europese Unie en andere internationale organisaties ligt in het burgerschap van de Unie. De EU is in 1992 opgericht als een Unie van Burgers en Lidstaten en vormt de enige internationale organisatie met een rechtstreeks gekozen parlement.

Sindsdien heeft het burgerschap van de Unie nadere invulling gekregen door de aanvaarding van het Handvest van de Grondrechten. Het nieuwe verdrag is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de EU als uniek verschijnsel in het volkenrecht, omdat het enerzijds dezelfde juridische waarde aan het Handvest toekent als aan de verdragen en lidstaten anderzijds de mogelijkheid biedt om uit de Unie terug te treden. Een Ronde Tafel die het T.M.C. Asser Instituut uit Den Haag aan de vooravond van de sluiting van het Verdrag van Lissabon organiseerde, kwam dan ook tot de conclusie dat de EU het best als een Unie van Burgers en Lidstaten aangeduid kan worden.

De Ronde Tafel definieerde de Unie vervolgens als `een organisatie van soevereine staten, waarin de burgers van de lidstaten tevens burger van de Unie zijn en waarin het bestuur van de Unie niet alleen gebonden is aan het recht, maar ook moet voldoen aan democratische vereisten die gelijkwaardig zijn aan die welke aan het bestuur van de lidstaten worden gesteld`.

Geen superstaat derhalve, maar zeker ook geen doorsneedemocratie.