Europese Unie is zeker geen doorsneedemocratie 1

In mijn opiniestuk van 16 oktober heb ik getracht uiteen te zetten dat het verhoogde tempo van besluitvorming omtrent het nieuwe EU-verdrag de kans op publiek debat en inbreng door nationale parlementen verkleinde.

Uwe Becker (Opiniepagina, 17 oktober) vindt dat ik veronderstel dat nationale parlementen ”een zelfstandige rol in de politiek spelen en die ook in het Europese besluitvormingsproces moeten hebben. [...] Zonder wordt de democratie tekortgedaan.” Dit is nooit mijn stelling geweest, expliciet of impliciet. Integendeel, de rol van nationale parlementen dient zich af te spelen in het nationale politieke kader. Het probleem is echter dat in veel landen, waaronder Nederland, nationale parlementen niet voldoende proactief en assertief zijn tegenover hun eigen regeringen.

De rol die nationale parlementen kunnen spelen in Europese besluitvorming is juist cruciaal vanwege hun algemene functie als forum van openbaar publiek debat en omdat ze de regering over Europese aangelegenheden en over in Brussel ingenomen standpunten ter verantwoording kunnen roepen. Bovendien is het alleen in de nationale parlementen dat de politieke oppositie enige rol kan spelen. Immers, indien er iets is dat op dit moment nog ontbreekt in het politieke systeem van de Europese Unie, is het een systeem van electorale democratie waarin kiezers stemmen op Europese politieke partijen en hun stem (mede) uitbrengen op grond van politieke keuzes en voorstellen betreffende Europese aangelegenheden.