‘Een Koude Oorlog is er echt niet’

Rusland, zo lijkt het soms, ligt in de internationale politiek dwars waar het dwars kan liggen. Het Westen heeft Rusland in de eerste jaren van president Poetins heerschappij diep teleurgesteld, zegt deskundige Dmitri Trenin.

„Heb je die beer met die dreigende tanden gezien op dat enorme spandoek tijdens de voetbalwedstrijd Rusland-Engeland? Het was niet die goeiige beer uit Gorbatsjovs tijd, maar een agressieve die leek zeggen: ‘Laat ons met rust’. Precies zo is het met Rusland van vandaag.” Het zijn de woorden van Dmitri Trenin, gerespecteerd specialist op het gebied van de Russische buitenlandse politiek en adjunct-directeur van de denktank Carnegie Moscow Center.

Rusland laat in zijn buitenlandse politiek steeds vaker zijn scherpe tanden zien. Of het nu gaat over het Amerikaanse raketschild, Kosovo of sancties tegen Iran, telkens liggen de Russen dwars. „Rusland lijkt te willen zeggen: net als China en de Verenigde Staten zijn wij een grootmacht en niet minder dan dat. Het vindt dat het recht heeft op een eigen mening. Als de Amerikanen de schending van de mensenrechten in Tsjetsjenië kritiseren, begint Rusland over de mensenrechten in Guantánamo Bay. Ook zegt het Kremlin tegenwoordig tegen het Westen: we luisteren niet meer naar jullie – en begin niet steeds over democratie, want jullie vriend Japan is dat als éénpartijstaat ook niet.”

Als gevolg van die stoere taal wordt in de media regelmatig gewaarschuwd voor een terugkeer van de Koude Oorlog. Trenin deelt die mening niet. „Als militair en onderhandelaar bij besprekingen over ontwapening heb ik zelf deelgenomen aan de Koude Oorlog en die is er nu toch echt niet”, zegt hij. „Wel worden oude clichés gebruikt om een nieuwe situatie te omschrijven. Je kunt hoogstens zeggen dat in deze tijd de grotere landen wat minder vriendschappelijke betrekkingen met elkaar onderhouden. Tussen 1991 en 2006 was dat anders, maar die jaren waren atypisch. Alleen al het feit dat Poetin naar de EU-top in Mafra gaat bewijst dat er geen Koude Oorlog is. Rusland wil zaken doen met Europa en er investeren.”

Rusland kan zich zijn huidige arrogante opstelling permitteren dankzij de bloeiende economie. Zolang het economisch goed gaat zal het Kremlin zijn toon dan ook niet matigen, meent Trenin. „In essentie zou Rusland zich op economisch gebied veel sneller kunnen ontwikkelen dan het nu doet”, zegt hij. „Maar de inefficiëntie houdt alles tegen. Als die eenmaal bestreden is kan de Russische economie nog een hele tijd doorgroeien. Vergeet niet dat de Russische buitenlandse politiek bepaald wordt door heel rijke mensen – Rusland heeft de rijkste regering ter wereld. De arrogantie van zulke lieden, die in een paar jaar tientallen miljoenen dollars hebben vergaard en dat geld niet willen kwijtraken, is essentieel voor de huidige koers. Ze zijn niet alleen met hun eigenbelang bezig, maar ook met dat van Rusland, want ze zijn nationalisten. Hun rijkdom houden ze verborgen. Als iemand probeert uit te zoeken hoe het zit met dat geld, gaat hij [de vermoorde journaliste, red.] Anna Politkovskaja achterna.”

Het grootste thema van dit moment is Iran, dat Ruslands onvoorwaardelijke steun geniet. „Maar het is heus geen liefdesrelatie”, zegt Trenin. „Moskou wil heus niet dat Iran een kernmacht wordt. Wel ziet het Iran als een belangrijke machtsfactor in de regio waarmee de relaties al heel lang goed zijn. Achter de retoriek van de ayatollahs ziet het Kremlin heel scherp de nieuwe realiteit.”

De oorzaak van de agressievere Russische opstelling is volgens Trenin te herleiden op het Russische minderwaardigheidscomplex dat opkwam na de Koude Oorlog. „Rusland stond toen als voormalige dictatuur voor de taak te moderniseren en te integreren in het Westen. Het zag zichzelf daarbij wel als voortzetting van het machtige Rusland van Peter de Grote. Op grond daarvan eiste het een exclusieve positie, die het alleen ondergeschikt maakte aan de Verenigde Staten. Maar het Westen wilde daar niets van weten. Rusland moest gewoon aansluiten in de rij, achter de andere voormalige communistische staten die lid wilden worden van de Europese Unie en de NAVO.”

Ook Poetin voer de eerste anderhalf jaar van zijn presidentschap een pro-westerse koers, onder meer door een ‘strategische’ relatie met de Verenigde Staten aan te gaan na de aanslagen van 11 september 2001. „Met Bush had Poetin een mannenvriendschap waaruit hij als pragmaticus het beste wilde halen. Poetin is tenslotte in wezen een hervormer, die zichzelf ziet als degene die Rusland heeft geconsolideerd en gered van desintegratie. Ik zie hem dan ook niet als een machtshongerig politicus. Hij wil alleen niet dat het door hem geschapen systeem uiteenvalt. En dat systeem kan zonder hem niet functioneren.”

De ommekeer begon toen Poetin halverwege 2002 met lege handen in zijn land terugkeerde: Rusland was nog altijd niet toegelaten tot de wereldhandelsorganisatie WTO, het speelde nog altijd geen leidende rol tussen de ex-Sovjetrepublieken en de Amerikanen stonden met stevige laarzen in zijn voormalige Midden-Europese achtertuin. „En dan was er de westerse minachting voor de verouderde Russische krijgsmacht, waardoor de Amerikanen hun interesse in Rusland helemaal verloren. De Russische ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie waren woedend.”

De arrestatie en veroordeling in 2005 van Michail Chodorkovski, president-directeur van oliegigant Joekos, bedierf de betrekkingen pas echt. „Chodorkovski werd gestraft omdat hij in juni 2003 de regering in het parlement had verslagen op het gebied van nieuwe wetgeving voor oliebelasting. Door die grotere steun in het parlement beschikte Chodorkovski dus over meer macht. Bovendien was hij in gesprek met Amerikaanse bedrijven om aandelen in Yukos aan hen te verkopen. En daarom sloeg Poetin terug, met als gevolg dat het Westen hem in het vervolg als een bad guy zag.”

Vanaf dat moment sloeg Rusland steeds harder op de trom. Geen gelegenheid werd onbenut gelaten om het Westen te beschuldigen. Vooral als het over de mensenrechten in Tsjetsjenië ging kreeg het Westen ervan langs . „Mensenrechten zijn in dit land nu eenmaal iets anders dan in het Westen. En als er westerse kritiek is, dan wordt er geantwoord dat de Amerikanen zich ook niet inzetten voor de Koerden in Turkije. Dat onlangs de patriarch van de Russisch-orthodoxe kerk, een vertegenwoordiger van de Russische elite, in het Europees parlement in Straatsburg het concept van de mensenrechten heeft aangevallen is dan ook iets om ongerust over te zijn.”

Volgens Trenin ligt de definitieve cesuur bij de Oranje Revolutie van eind 2004 in Oekraïne, die voor Poetin een zware nederlaag was. „Vanaf dat moment werd Poetin steeds autoritairder. Voor hem bestaan er twee regeermodellen: het oligarchische, waarbij Rusland door een kleine groep oligarchen wordt bestuurd – dit geniet de voorkeur van het Westen – en het conservatieve, autoritaire, etatistische model. Poetin heeft voor het laatste gekozen, waardoor Rusland nu een autoritair bestuurd land is geworden. Rusland hoeft niet meer te pretenderen dat het een democratie is.”