Een karakter per dag

Chinees op school is leuk en leerzaam, maar verwacht er geen economische wonderen van.Marlies Hagers

foto jupiterimages View of yellow character painted in the road and photographer's black sneakers shot from above. Asia. Jupiterimages

‘Maak Chinees een keuzevak op de middelbare scholen’, zei Kamerlid Jan ten Hoopen vorige week in de Tweede Kamer. Opvallend detail: Ten Hoopen is CDA-woordvoerder voor economische zaken en deed het verzoek toen de begroting van minister Maria van der Hoeven werd behandeld. Hij redeneerde dan ook vanuit een economisch belang: Nederland moet alle kansen op handel met China benutten, dus moeten meer Nederlanders Chinees leren.

Tot een eis uit de Kamer voor een actieplan van het kabinet kwam het niet. Niet nodig, vond Van der Hoeven. De scholen zijn zelf allang op dat idee gekomen. Ruim 40 scholen bieden al Chinees aan. Ze vond ook: we moeten het economisch nut daarvan niet overschatten.

Die mening wordt gedeeld door professor G. J. Westhoff, hoogleraar didactiek van de moderne talen in Utrecht. Een prima idee om scholieren Chinees te leren, vindt hij, maar verwacht er geen economische wonderen van. “Ik ken onderzoek dat aantoont dat het Nederlandse bedrijfsleven per jaar 23 miljard euro misloopt aan Franse orders omdat we die taal niet voldoende kennen. Voor Duitsland ligt dat iets gunstiger, daar gaat het om ‘maar’ 6 miljard.”

Het economische belang van een taal heeft te maken met de frequentie van de contacten, zegt Westhoff. Dat geldt ook op het individuele vlak. “Stel je bent verpleegkundige in Arnhem of Eindhoven en je zoekt een baan binnen een straal van 100 kilometer. Dan heb je niks aan Chinees. Wel aan Duits of Frans. Tegen een kind in Wolvega dat Fries spreekt, zeg je ook niet ‘sla het Nederlands maar over, ga Chinees leren’.”

Nadrukkelijk zegt Westhoff ook dat het “heel nuttig” is als een flink aantal Nederlanders zo’n ‘grote’ taal als het Chinees beheerst. Maar de exclusieve aandacht voor Chinees noemt hij “emotie” van politici die “een visionaire indruk willen maken”. “Als je kijkt naar de aantallen sprekers op de wereld, kun je ook denken aan Hindi, of Portugees. Of Russisch, want ook Rusland is economisch gezien een grootmacht die snel expandeert.”

geen leraren

Maghiel van Crevel, hoogleraar Chinese taal en letterkunde aan de Universiteit Leiden, krijgt veel vragen van scholen, “dat is al zo’n tien jaar aan de gang”. En al die jaren is het probleem: geen methode en geen leraren. “Die methode, daar werken wij nu aan, en niet alleen wij. Er zijn verschillende leergangen in de maak”, zegt hij.

“Chinees is heel interessant voor scholieren. De taal is zo anders dan wat ze kennen, je kunt het leren ervan combineren met het nadenken over leren. Dat vinden scholieren leuk. Bovendien leer je de uitspraak makkelijker als je 15, 16 jaar bent. De studenten die wij hier krijgen hebben het al moeilijker.” Van Crevel ziet het ook als een kans om China van een realistischer kant te laten zien. “Niet als die exotische orchidee van vroeger, maar ook niet als het economische gele gevaar. Gewoon als onderdeel van de huidige wereld.” Over het tekort aan bevoegde leraren zegt hij: “Als studenten van onze opleiding nu les willen geven, dan moedig ik dat aan. Als er beunhazen voor de klas staan, dan liefst die van ons. Ik weet wat wij erin gestopt hebben.” Van Crevel verwacht dat er binnen afzienbare tijd een lerarenopleiding Chinees zal komen, ook daar wordt aan gewerkt.

spannend

Ans de Rooij, universitair docent modern Chinees in Leiden, schrijft mee aan de methode voor scholieren die daar gemaakt wordt en gaf les aan drie middelbare scholen, voor de nodige feedback. “Leerlingen vinden het een spannende taal”, zegt ze. “Juist omdat je geen enkel houvast hebt.” Probleem is wel de vrijblijvendheid. “Er zijn maar weinig leerlingen die het op kunnen brengen om dagelijks, al is het maar tien minuten te oefenen. Het komt niemand aanwaaien. Maar leerlingen steken elkaar soms ook aan zodat er een groepje ontstaat dat echt doorgaat met Chinees leren.” Met een beetje geluk leren ze dan vijf karakters per week en hebben ze na twee jaar een basaal begrip van de structuur van de taal. “We leggen de nadruk op gesproken woordenkennis.”

Marjolein de Raat – 16 jaar, 5 vwo – is zelf op zoek gegaan naar een Chinese leraar. Ze volgt al voor het derde jaar op zaterdagochtend een cursus Chinees aan de Algemene Chinese School in Utrecht. “Ik ben het gaan doen omdat het zo’n oude en ingewikkelde taal is. Karakters zijn net kleine tekeningetjes, dat vind ik mooi.” Marjolein kent nu ongeveer 300 karakters. Ze kan eenvoudige zinnen zeggen, zoals “Ni hao, wode mingzi jiao Marjolein” (ik heet Marjolein). “Als ik een Chinese krant zie herken ik genoeg karakters om te kunnen begrijpen waar een artikel over gaat.” Ze is vooral geïnteresseerd in de geschiedenis en cultuur van China, eigenlijk niet in het huidige land. In China zou ze juist het exotische – de Muur en de pagodes – willen zien. “En als de economie daar blijft groeien, is het wel handig dat ik er iets van weet.”